Jaap Koelewijn
Als er een televisieprogramma is dat impact heeft op de Nederlandse pensioenwereld, dan is dat wel Zembla. Een eerdere uitzending over de beleggingen van Nederlandse pensioenfondsen deed een paar jaar geleden de sector op zijn grondvesten schudden. Nederlandse pensioenfondsen zouden in clusterbommen beleggen en konden of wilden dat niet uitleggen. De talkshows zaten de dagen daarna vol met discussies over deze verwerpelijke beleggingen. Razendsnel begonnen de fondsen hun straatje schoon te vegen met nieuwe beleggingsstatuten.
Ondertussen vraagt bijna niemand zich nog af wat nu het probleem was, laat staan dat het is opgelost. Er heeft zich namelijk een veel serieuzer probleem aangediend. Door de financiële crisis zijn zeer veel fondsen niet meer in staat om de pensioenrechten en -uitkeringen te indexeren. Er is zelfs in een aantal gevallen al sprake van afstempeling van rechten. Terecht stelde Zembla de vraag hoe het toch mogelijk is dat een systeem, dat nog geen tien jaar geleden uitermate solide leek, zo snel en zo ernstig heeft kunnen afbrokkelen.
Het antwoord op deze vraag is volgens Zembla drieledig. In de eerste plaats zijn de reserves van de fondsen uitgehold door een te lage premiestelling al of niet in combinatie met terugbetalingen aan de sponsoren of premievrije jaren. Daarnaast is er te veel in aandelen belegd en als klap op de vuurpijl hebben die beleggingen ook nog een slechte performance ten opzichte van de index gehad.
Een en ander komt naar voren in een studie die Bureau Bosch (dat zich specialiseert in adviezen aan pensioenfondsen) op verzoek van Zembla heeft uitgevoerd.
Zembla wordt op zijn wenken bediend waar het gaat om het veroorzaken van rumoer. Er is alweer een reeks Kamervragen gesteld en er komt een hoorzitting. De reden voor deze commotie is duidelijk. Volgens Frits Bosch zijn er door een opeenstapeling van fouten enorme tekorten bij de fondsen ontstaan.
Toen ik hem persoonlijk aansprak op zijn bevindingen, benadrukte hij dat een goed beheerd fonds in goede tijden een dekkingsgraad van 200% zou moeten hebben, wil het in staat zijn om altijd zijn verplichtingen na te kunnen komen. Toen verschillende fondsen in de loop van de jaren negentig dekkingsgraden van meer dan 150% realiseerden, werd bij veel fondsen een deel van de winsten afgeroomd. Er was sprake van het terugstorten van reserves naar de sponsor of de premies werden een paar jaar niet betaald. Bosch stelt zich verder op het standpunt dat, verleid door de hoge verwachte rendementen, de fondsen te veel in aandelen zijn gaan beleggen.
Heeft Bosch een punt? Ja, er zijn fondsen die de winsten hebben afgeroomd. De angst voor belastingheffing speelde mee. Willen de politici dat even meenemen bij de hoorzittingen? Ja, de overheid heeft haar eigen ABP tekortgedaan. De oud-directeur beleggingen, Jean Frijns, heeft dat onlangs nog benadrukt. Ja, er werd in aandelen belegd. Was dat te veel? Achteraf bezien is er vooral veel belegd in aandelen in een periode dat de markten stegen.
Toch heb ik last van knagende scepsis. De problemen zijn ook veroorzaakt door een extreme rentedaling, een onverwachte verdere stijging van de levensduur en een extreme financiële crisis. Als de fondsen zich daartegen hadden willen wapenen, dan hadden de dekkingsgraden inderdaad veel hoger moeten zijn. De prijs daarvoor is hoog, want de sociale partners hadden die honderden miljarden wel op tafel moeten leggen. Dat was ten koste gegaan van onze welvaart, want er was minder te besteden geweest.
Blijft de vraag wat we nu aanmoeten met dit soort analyses. Ze zijn heel nuttig bij het uitdelen van zwartepieten. Dat lijkt mij volstrekt nutteloos. We zullen ons moeten richten op de toekomst. De vraag is wat we over willen hebben voor een redelijke mate van zekerheid over de pensioenen en of er nog ruimte is voor solidariteit. Nu is er één winnaar: Zembla. Het target van hoge kijkcijfers en reuring is gehaald. De kans op een goede oplossing is helaas alleen maar kleiner geworden.
Jaap Koelewijn
Jaap Koelewijn is hoogleraar corporate finance aan Nyenrode Business Universiteit.
De vraag is wat we over willen hebben voor redelijke pensioenzekerheid en of er nog ruimte is voor solidariteit