Ivo Bökkerink, Pieter Couwenbergh en Johan Leupen
Een voortdurende botsing van ideeën, ego's en managementstijlen, zonder enige sturing van bovenaf. Die darwinistische cultuur moest een sterke nieuwe KPN-topman grootbrengen. Het zou een fatale omgeving blijken voor twee van de vier kroonprinsen.
Amsterdam
'Er gaan wel meer mensen weg bij dit bedrijf', zei Ad Scheepbouwer droogjes, toen deze krant hem onlangs vroeg naar de abrupte verdwijning van twee zwaargewichten uit zijn raad van bestuur. Zo indrukwekkend als hun staat van dienst was, zo geruisloos waren de exits van eerst financieel directeur Marcel Smits in mei 2009 en daarna de voor E-Plus verantwoordelijke Stan Miller, in januari dit jaar.
Scheepbouwer blikt erop terug met dezelfde koele reserves waarmee hij menig hoogoplopend bestuursconflict heeft gadegeslagen; In zijn boardroom leeft nu eenmaal de vechtcultuur, en daar is ook helemaal niet zo veel mee mis, is altijd de overtuiging geweest. Ingrijpen was uit den boze; Scheepbouwer geloofde in het testen van zijn mensen, in de overlevingsdrang die zich daarbij van hen meester maakt. Uiteindelijk telt immers maar één ding: het resultaat onder de streep.
Het is precies die afzijdigheid die financieel directeur Smits in 2008 grote zorgen baart. Niet alleen zijn baas Scheepbouwer, maar ook de raad van commissarissen kijkt van grote afstand toe terwijl de vier bestuurders zich steeds verder ingraven door escalerende ruzies onderling. Smits ervaart het conflictmodel als fnuikend, niet alleen voor zijn eigen werk, maar ook voor de gezondheid van de organisatie.
De aanvaringen gaan vooral over welke bestuurder welke winsten aan zichzelf mag toeschrijven op de winst-en-verliesrekening. Zo eist E-Plus-topman Stan Miller kortingen van de Amerikaanse KPN-dochter iBasis, die onder bestuurder Eelco Blok valt. De winst van Miller is het verlies van de divisie van Blok.
Smits heeft daar grote problemen mee, maar zijn bemoeizucht zet de tegenstellingen alleen maar verder op scherp. De cfo heeft de gewoonte informatie in te winnen bij de directe ondergeschikten van zijn drie medebestuurders. Tijdens bestuursvergaderingen confronteert hij hen vervolgens onverwacht met die informatievoorsprong. Steeds vaker krijgt Smits kritiek dat hij andermans successen ondergraaft.
Vooral de werkrelatie met directeur Eelco Blok van de zakelijke markt raakt al snel grondig verstoord. Blok verzet zich op agressieve wijze tegen de infrastructurele meerjarenplanning van Smits, die hij publiekelijk afdoet als megalomaan en technisch onhaalbaar. Ook andere tegenstanders krijgen bij vergaderingen te maken met zijn overweldigingsmodel; Blok deelt in de bestuurskamer 'bodychecks' uit bij aanvang van de wedstrijd, zoals hij vroeger als ijshockeyer deed op het ijs.
De ruzies escaleren zodanig dat Smits zelfs weigert nog op een en dezelfde verdieping te werken; hij draagt zijn secretaresse op alle dossiers en persoonlijke bezittingen in dozen te pakken, om een paar verdiepingen lager kantoor te gaan houden, weg van de andere bestuurders. Zo hoeft hij Blok, met wie hij tot dan toe een secretariaat deelt, niet meer tegen het lijf te lopen.
De opvolging van Scheepbouwer, waarvoor alle vier bestuurders in de race zijn, doet de druk ondertussen steeds verder oplopen. Smits stapt naar Scheepbouwer en later naar de raad van commissarissen met een pleidooi voor interventie: wijs een troonopvolger aan, zodat de verstoorde werkrelaties weer kunnen normaliseren, zo schrijft hij in een brief aan president-commissaris Ton Risseeuw.
Zijn bezorgdheid valt bijzonder slecht bij de rvc. Vooral commissarissen Durk Jager en Risseeuw hebben weinig tolerantie voor de reuring die Smits naar hun mening steeds weer creëert. Het is bovendien een motie van wantrouwen aan hun adres. Risseeuw interpreteert de inmenging als bemoeizucht en zelfs als machtspolitiek: wil Smits hiermee zijn claim op het bestuursvoorzitterschap verzilveren door uitsluitsel te eisen? Eigenschappen die tot op dit moment altijd werden geinterpreteerd als belangrijke pluspunten, keren zich tegen Smits: ongewild brengt hij zichzelf steeds vaker in diskrediet.
Het wantrouwen van Miller culmineert zelfs in een onderzoek naar Smits en diens vermeende lekken van resultaten van de Duitse mobiele dochter E-plus naar de financiële wereld. Een onderzoek dat de naam van Smits zuivert in het voorjaar van 2009. Zijn positie is dan echter al onherstelbaar verzwakt door de brandbrief aan Risseeuw, en verslechtert nog verder als een onderzoekscommissie met diens klachten bot vangt bij de andere bestuurders.
Als Smits op 18 mei Risseeuw nogmaals uitsluitsel vraagt over de opvolgingskwestie, barst de bom. Moet hij zijn ogen wellicht openhouden voor vacatures, vraagt Smits zich hardop af. Risseeuw reageert genadeloos op deze suggestie, volgens hem een onverbloemde greep naar de macht. Hij stuurt Smits weg. Enkele uren later verlaat de cfo definitief het Haagse hoofdkantoor. De volgende ochtend maakt KPN zijn vertrek bekend. Risseeuw onderhandelt de voorwaarden persoonlijk uit met diens advocaten. Het zou een van zijn laatste verrichtingen zijn als president-commissaris; enkele maanden later blijkt ook de rol van Risseeuw goeddeels uitgespeeld.
Dit artikel is gebaseerd op een reeks gesprekken met bronnen rond de onderneming.