Franka Rolvink
Amsterdam
Fonterra, de grootste zuivelexporteur van de wereld, verhuist zijn Europese hoofdkantoor van het Duitse Hamburg naar Amsterdam. De rijke internationale gemeenschap hier, de kwaliteit van het hogere personeel, het goede vestigingsklimaat en de nabijheid van potentiële partners en klanten zetten het Nieuw-Zeelandse bedrijf tot deze stap.
'Nederland als vestigingsland is erg pro-business', zegt Koert Liekelema, sinds zes maanden Fonterra's algemeen directeur Europa. 'Hier wordt met belasting en wetgeving meegedacht om succesvol te zijn.' De lovende woorden van de Fonterra-voorman komen als een verrassing. De afgelopen jaren is door verschillende bestuurders juist geklaagd over het Nederlandse vestigingsklimaat.
'Schiphol is erg internationaal', gaat Liekelema verder, die zelf Nederlander is, maar daardoor niet voor Nederland heeft gekozen. 'Ik wilde laatst een Europese klant spreken. In Hamburg was hij nooit, maar op Schiphol elke dag.' Liekelema keek ook naar Londen, Parijs en Zürich, maar vanwege de relatief lage arbeidskosten en huurprijzen, kwam Amsterdam ook op deze punten er beter uit.
In september opent Fonterra zijn kantoor aan de Zuidas. Hiervoor worden 50 mensen geworven. Zo komt er een nieuw managementteam en wordt er gezocht naar account-, logistieke- en marketingmanagers. De chief scientist, die het nog op te richten Europese onderzoekscentrum moet besturen, is aangenomen. Verder wordt er samenwerking gezocht met Wageningen.
Het Nieuw-Zeelandse bedrijf heeft een omzet van euro 5,8 mrd per jaar. Daarvan komt circa 7% uit Europa. Dat deel moet flink groeien. Hoeveel kan Liekelema niet zeggen, maar vergeleken met het Nederlandse FrieslandCampina dat van de euro 8,2 mrd omzet 70% uit Europa haalt, is er nog wat in te halen. Uiteindelijk wil Fonterra de grootste van de wereld worden. Nestlé, Danone, FrieslandCampina en Arla gaan Fonterra nu nog voor.
'Ik weet dat zuivelproducten naar Nederland brengen hetzelfde is als ijs naar de Eskimo's brengen', zegt directeur Liekelema. Hij wijst op grote namen als het Deense Arla, het Franse Lactalis en FrieslandCampina. 'Maar we zijn van plan om hier unieke producten te gaan maken. Daar moet de groei vandaan komen. Niet van de basis: melk en boter.'
Die producten moeten de behoefte van de klant op het gebied van gezondheid, gemak en smaak bevredigen. 'Ik wil dat we de consument beter begrijpen. Wat willen ze van kaas, melk of yoghurt? Moet de kaas anders worden verwerkt? In een drankje of in een reep?', denkt Liekelema hardop. 'We zijn erg vooruitstrevend. Ons voordeel is dat we zo snel zijn als een jongetje van negen, het aantal jaar dat we bezig zijn.'
Want Fonterra mag dan (als fusieproduct in 2001 van drie Nieuw-Zeelandse melkproducenten) groot zijn en met een aandeelhoudersschare van 11.000 melkveehouders veel bemoeienis hebben, log zijn ze niet meent Liekelema. Beslissingen worden snel genomen. Zo is in de zes maanden dat hij er werkt een strategie ontwikkeld en de verhuizing naar Amsterdam in gang gezet.
Het geld voor de groei moet komen van melkveehouders. Dat levert weleens discussie op, maar een beursgang is geen optie.