Inloggen
E-mailadres
Wachtwoord
Onthoud mij
Inloggen
 
ondernemen

Duitsers tekenen vandaag voor bouw van Nederlandse windparken in de Noordzee

Brinker, G. den
Thursday 01 July 2010, 01:00
Email-a-Friend
Naam ontvanger
E-mail ontvanger
Naam verzender
E-mail verzender
 

Meer over dit onderwerp

Gijs den Brinker

Emden

Het in Nederland onbekende Bard Engineering tekent vandaag in Den Haag de contracten voor de aanleg van twee nieuwe windparken op het Nederlandse deel van de Noordzee. Het is een deal van ongekende proporties, zowel voor het Duitse Bard als voor de Nederlandse overheid. Voor de twee parken, die samen stroom gaan leveren voor omgerekend meer dan 600.000 huishoudens (600 megawatt), krijgen de Duitsers gedurende de exploitatie over een periode van vijftien jaar maximaal euro 4,4 mrd subsidie.

Toch blijft de champagne voorlopig dicht, verzekerde projectleider Guido Kumbartzky eerder deze week op een kantoor van Bard in de Noord-Duitse havenstad Emden. Kumbartzky werkte zich de afgelopen twee jaar een slag in de rondte voor een vergunning voor een windpark op de Noordzee. Het werden er twee, ook tot zijn eigen grote verrassing. 'Het werk begint nu pas.'

Pal achter het kantoor staat een loods. Daar hijsen werklieden een enorme stalen ring omhoog. Het is een as die op een turbinebehuizing wordt bevestigd. De ring met kogellagers helpt straks de windenergie, die wordt opgevangen met de rotorbladen, over te brengen op de turbine, die er groene stroom van maakt.

In deze hal zijn permanent vijf turbines in verschillende fasen van productie. Als karkas komt het acht meter hoge gevaarte aan de ene kant de loods binnen. Als een enorme schoenendoos komt hij er 42 dagen later aan de andere kant weer uit. Klaar om getest en verscheept te worden.

In Emden werken 400 man aan de turbines en de zestig meter lange rotorbladen. Bijna 200 kilometer naar het noordoosten, in Cuxhaven, wordt het verbindingsstuk tussen de driepotige fundering en de mast gemaakt. Inclusief het hoofdkantoor in Bremen werken er 1200 man bij het bedrijf.

Zo veel mogelijk in eigen beheer, luidt het devies van Bard. Behalve de masten en de heipalen maakt Bard alles zelf. Het liet zelfs een aangepast 'jack up'-installatieschip bouwen, dat zichzelf als een booreiland uit het water kan tillen, zodat het de windmolens op zee zelf kan plaatsen. 'Hoe meer partijen erbij betrokken zijn, des te lastiger is het om alles op elkaar af te stemmen', zegt Kumbartzky.

Wat Bard uniek maakt, is dat het ook het onderhoud en de exploitatie van de parken zelf doet, in tegenstelling tot grote windmolenbouwers als het Deense Vestas en het Duitse Enercon.

Onduidelijk is echter hoe lang het bedrijf dit nog volhoudt. Reden is de snelle groei. In 2007 kreeg Bard zijn eerste vergunning voor een windpark op het Duitse deel van de Noordzee, dat eind 2011 klaar moet zijn. Inmiddels zijn er twee Duitse vergunningen bij. Inclusief de vergunningen voor de Nederlandse offshoreparken 55 kilometer ten noorden van Schiermonnikoog, heeft Bard een slordige euro 6 mrd aan investeringen voor de boeg, nog voordat er een cent is verdiend. Dat is ook een brug te ver voor Arngolt Bekker, de rijke Rus achter Bard.

Daarbij zijn banken door de crisis terughoudend geworden met kredieten, waardoor meer eigen vermogen nodig is en Bard wordt gedwongen ook te praten met potentiële participanten. 'We streven naar volledige zelfstandigheid, maar dat zal niet altijd lukken', zegt Kumbartzky. 'Je kunt je bijvoorbeeld voorstellen dat Nederlandse energiebedrijven aan wie wij uiteindelijk de stroom willen verkopen, een belang in de projecten eisen.'

Voor de financiering van de nieuwe projecten is Bard, dat geen resultaten publiceert, in gesprek met Duitse en Nederlandse investeerders en banken, waaronder ABN Amro en Rabobank. Kumbartzky geeft onmiddellijk toe dat de financiering nog niet rond is. 'We zullen meer vertrouwen uit de markt krijgen als we eind volgend jaar ons eerste park in gebruik nemen. Nu is het nog moeilijk om aan geld te komen.'

Behalve op de financiering wijst Kumbartzky op tal van andere risico's die aan de Nederlandse projecten kleven, waaronder een onverwachte stijging van de staalprijzen of een ongunstige ontwikkeling van de prijs van energie.

Desondanks blijft hij optimistisch: 'We denken dat we een goede prijs hebben geboden.' De champagnefles zal echter pas worden ontkurkt als de windparken er staan.

Drachtige bruinvis houdt bouw parken op

Gedurende het twee jaar durende vergunningentraject heeft Guido Kumbartzky van Bard zich keer op keer verbaasd over het woud aan regels. Een windmolenpark op de Nederlandse Noordzee mag je niet zomaar aanleggen.

Zo is het verboden in de eerste helft van het jaar de fundering in de grond te slaan. Dat is de periode waarin bruinvissen drachtig zijn. Heien kan door de weersomstandigheden alleen in de zomermaanden, dus er blijven daarom effectief maar drie maanden per jaar over voor heiwerk. Dit terwijl Bard op het Duitse deel van de Noordzee, nog geen dertig kilometer verderop, de hele zomer door mag heien voor een ander windmolenpark.

Het is bovendien de vraag wanneer er überhaupt geheid kan worden, want op het Nederlandse deel van de Noordzee is dat voor maar één veld tegelijk toegestaan. Dat kan lastig worden, wanneer het restbudget van de subsidiepot bij het ministerie van Economische Zaken naar een andere partij gaat.

En dan fronst Kumbartzky zijn wenkbrauwen en spert hij zijn felblauwe ogen als het gaat over de exploitatieduur van zijn projecten van twintig jaar. Dat is amper genoeg om de investeringen weer terug te verdienen, zegt hij.

In Duitsland geldt standaard een periode van 25 jaar en in sommige Europese landen mag een windpark zelfs dertig jaar worden uitgebuit. Bard heeft daarom een bezwaar ingediend bij het ministerie en een verzoek om de exploitatieduur op te laten trekken tot 25 jaar.