Bloomberg
Ryanair-topman Michael O'Leary, oogst hoon met plannen voor staanplaatsen en betaaltoiletten in de lucht. Maar zijn visie wint in de praktijk steeds meer terrein.
Dublin
'Waarom heeft elk vliegtuig twee piloten nodig?', vraagt Michael O'Leary (49), de topman van budgetvliegmaatschappij Ryanair zich af. Gekleed in sportschoenen, spijkerbroek en overhemd met korte mouwen zit de Ier in zijn kantoor in de periferie van Dublin Airport. 'Laat de computer maar vliegen.' En wat als die ene piloot een hartaanval krijgt? Ryanair traint wel een van de stewardessen hoe je een vliegtuig moet landen. Probleem opgelost.
Het is een voor de luchtvaart radicaal plan, net zoals dat voor staanplaatsen en betaaltoiletten aan boord van vliegtuigen. Maar wie O'Leary's ideeën afdoet als gebazel, mist de kans om een kijkje te nemen in de psyche van de sector. In een periode van aanhoudende crisis in de luchtvaart, van 11 september tot IJslandse aswolken, heeft de visie van Ryanair en zijn topman zich ontwikkeld van excentriek tot algemeen aanvaard. De vraag is al lang niet of de O'Leary-methode - lage ticketprijzen, maar voor alles bijbetalen - terrein zal winnen, maar vooral hoe snel en hoe ver.
Dat dat proces gemakkelijk verder kan gaan dan nu, illustreert de Ryanair-ceo graag met een voorbeeld. In 2002 constateerde de piloot van een vlucht naar Dublin dat de bagage door een gebrek aan grondpersoneel niet ingeladen kon worden. Dat wordt vertraging, waarschuwde hij de passagiers, tenzij er vrijwilligers zijn. Binnen de kortste keer stonden reizigers koffers in te laden.
O'Leary ziet dat graag vaker gebeuren. Hij noemt het een bizar gebruik om je koffer bij vertrek in te leveren om hem bij aankomst weer terug te krijgen. Dat was prachtig in de tijd dat vliegen nog alleen maar voor de rijken weggelegd was, die het personeel voor hun bagage lieten zorgen. 'Maar het is 2010. Draag je eigen tas.'
O'Leary legt zijn voeten op tafel. Zijn kantoor is sober. Alleen de goededoelenkalender van Ryanair - vol stewardessen in bikini - onderscheidt de kamer van tienduizenden andere grijze kantoren. 'Wij hebben waarschijnlijk het kleinste hoofdkantoor van alle luchtvaartmaatschappijen ter wereld', zegt hij trots.
De droom van O'Leary is dat passagiers gratis met zijn luchtvaartmaatschappij meereizen. De omzet moet dan volledig komen uit zaken als bagagetoeslagen, verkoop aan boord en de verkoop van hotelovernachtingen en huurauto's via het internet. Zover is het nog lang niet, want nu komt slechts 20% van de omzet daaruit.
In ruil voor goedkope tickets, zegt O'Leary, moeten passagiers wel veel accepteren. Bij Ryanair komt dat neer op hoge bagagetarieven, voortdurend reclame voor krasloten en rookloze sigaretten, duur en slecht eten en krappe zitplaatsen. 'In veel opzichten is reizen prettig en verrijkend', zegt de Ier. 'Maar het fysieke proces om van A naar B te komen zou dat niet moeten zijn. Dat moet alleen snel, efficiënt, betaalbaar en veilig zijn.'
Met die benadering oogst Ryanair veel kritiek. Consumentenorganisaties spreken schande van de slechte service van Ryanair en van O'Leary's plannen. 'Hij beledigt de waardigheid van luchtvaartreizigers elke keer dat hij zijn mond open doet', zegt Kate Hanni, oprichter van het Amerikaanse FlyersRights. Britse kranten hebben een prijsvraag opgezet voor het beste Ryanair-horrorverhaal.
Maar het almaar groeiende aantal klanten (in juli ruim 7 miljoen) toont toch aan dat Ryanair biedt wat reizigers graag willen. O'Leary is daar wel trots op. 'We hebben de mythe ontkracht dat vliegen een soort unieke, seksuele ervaring is. Dat is gezwets.'
Michael O'Leary