Marijn Kruk
Parijs
L'Express wreef dinsdag nog wat zout in de wonden van de Franse autofabrikant Renault. Het weekblad zette geluidsbanden online waarop te horen is hoe een zelfverzekerde directeur juridische zaken de verbouwereerde onderdirecteur van het elektrische autoprogramma voor de keuze stelt: óf alles bekennen en geruisloos vertrekken, óf zwijgen en een rechtszaak tegemoet zien.
Dat de onderdirecteur verbaasd is, is geen wonder. De beschuldiging dat hij bedrijfsgeheimen aan Chinezen zou hebben verkocht, is - zo is nu bekend - een leugen.
Renault is al maanden verwikkeld in deze geruchtmakende affaire. Maandag beleefde die zijn hoogtepunt toen Patrick Pélata, de nummer twee van het concern, zijn aftreden bekendmaakte.
De affaire begon in januari toen het bedrijf plotseling drie topmanagers op non-actief stelde op verdenking van spionage. Het zou gaan om ultragevoelige informatie rond de Fluence ZE - de voor 2012 geprogrammeerde 100% elektrische auto waarmee Renault de internationale concurrentie de loef af hoopt te steken.
Een enorme mediarel wordt geboren waarin zich na verloop van tijd ook allerlei politici beginnen te mengen - tot premier Fillon aan toe. De Franse staat ziet immers scherp toe op het wedervaren van zo'n belangrijker pijler van de nationale economische trots.
Renault toont zich aanvankelijk nog zeker van zijn zaak. Zowel Carlos Ghosn als Pélata, respectievelijk de ceo en de nummer twee van Renault, verklaren publiekelijk dat het concern over 'uiteenlopend bewijs' beschikt dat de aantijging rechtvaardigt.
Maar naarmate de weken verstrijken, wordt het 'bewijs' dunner en dunner. Zo blijkt geen van de verdachte werknemers over een Zwitserse bankrekening te beschikken, zoals Renault beweerde. Steeds sterker lijkt het erop dat de autobouwer door zijn eigen veiligheidsmensen is misleid.
Terwijl bij de directie van Renault de twijfel toeslaat, wordt de druk vanuit de regering gestaag opgevoerd. 'Uit de affaire blijken een werkwijze en een management die niet veel langer vol te houden zijn', zo verklaarde Eric Besson, de Franse minister van industrie, afgelopen vrijdag.
Of er sprake is van een interne afrekening moet nog blijken. Maar van bedrijfsspionage worden de drie werknemers niet langer verdacht. Sterker nog: maandag werd bekend dat zij schadevergoedingen van enkele miljoenen euro's tegemoet kunnen zien.
Ook is de directeur juridische zaken op non-actief gesteld en werd een drietal beveiligingsfunctionarissen op staande voet ontslagen. Verder kondigde de top van Renault, die maandag in een spoedzitting bijeenkwam, een ingrijpende reorganisatie aan.
Dat ook Pélata is teruggetreden werd gisteren door Franse kranten omschreven als 'spectaculair'. Algemeen wordt aangenomen dat de Renault-top zo tracht topman Ghosn uit de wind te houden. Ghosn is de architect van de vanaf 1999 op touw gezette fusie tussen Renault en Nissan, kernpunt van de Renault-strategie. Hij geldt als het noodzakelijke cement tussen de Fransen en de Japanners.
De als eigenzinnig bekendstaande Pélata, tevens de enige binnen Renault die Ghosn met 'jij' aanspreekt, blijft wel binnen het concern actief, al is nog onduidelijk in welke rol.
Is het dameoffer afdoende om de imagoschade te beperken? Volgens analisten is die schade vooral intern. 'Geen werknemer zit erop te wachten dat zijn baas een modderfiguur slaat', zo stelde brandingspecialist Georges Liwi gisteren in Le Monde. Volgens Liwi zal de affaire van weinig invloed zijn op de verkoop. 'Het gaat consumenten uiteindelijk toch in de eerste plaats om de auto.'
Maatregelen
Renault greep maandag hard in in reactie op het spionageschandaal
Tweede man Patrick Pélata vertrekt naar een minder prominente functie, diverse andere hoge managers moeten weg of zijn geschorst
De drie ten onrechte beschuldigde werknemers krijgen een flinke schadevergoeding