Jeroen Molenaar
DuPont gaat de boer op met zijn industriële lakken. AkzoNobel, ’s werelds grootste maker van coatings, is niet geïnteresseerd.
Amsterdam
Met de huidige economische tegenwind ziet AkzoNobel het niet zitten om miljarden neer te leggen voor de zogeheten performance coatings van zijn Amerikaanse concurrent. Dat zegt een persoon, die bekend is met de situatie bij AkzoNobel. Het Amsterdamse verf- en chemieconcern is met merken als Sikkens al een van de grootste producenten van onder meer autoverven. Het zit niet te springen om nog meer lakken die erg gevoelig zijn voor economische schommelingen.
DuPont beweegt zich steeds meer in de richting van hoogwaardiger chemicaliën, zoals enzymen. Een markt waarin ook fijnchemieconcern DSM zich bevindt. Daarom klonken er vorig jaar al geluiden dat DuPont graag af wil van zijn performance coatings-divisie, die vorig jaar een omzet behaalde van $ 4,3 mrd (€ 3,3 mrd). Dat is inclusief lakken voor onder andere auto’s, treinen en vliegtuigen, die met name worden verkocht in Europa en de Verenigde Staten.
Volgens nieuwsagentschap Mergermarket, die de aankoopwaarde van de divisie schat op € 2,23 mrd, heeft de financieel adviseur van DuPont de telefoon opgepakt en mogelijke kopers benaderd. Een woordvoerder van AkzoNobel stelde nooit op marktgeruchten te reageren.
AkzoNobel, dat ook decoratieve verven maakt zoals Flexa, maakt volgende week donderdag jaarcijfers bekend. Door de hoge grondstoffenkosten en een tegenvallende economie moest AkzoNobel in het najaar al zijn winstverwachting 2011 loslaten.