Mathijs Schiffers
Amsterdam
De minderheidsaandeelhouders van het Noorse olieproject Yme, dat een gigantische strop dreigt te worden voor de Nederlandse platformleverancier SBM Offshore, hebben mede schuld aan de vertraging en kostenoverschrijdingen die zich hebben voorgedaan. Ze hadden hun expertise actiever moeten inzetten.
Dat concludeert de Petroleum Safety Authority (PSA), de Noorse toezichthouder op de olie- en gasindustrie, in een rapport dat begin deze week wordt gepubliceerd.
PSA kijkt normaal alleen naar de verantwoordelijkheid van de operator, in dit geval het Canadese Talisman Energy, maar heeft nu ook de rol van de andere licentiehouders beoordeeld: het Poolse Lotos, het Duitse Wintershall en Norske AEDC uit Noorwegen. ‘Zij hebben te veel achterovergeleund en niet genoeg gedaan om de operator te steunen en uit te dagen’, zegt een woordvoerder van PSA, die verder niet vooruit wil lopen op het rapport.
Volgens analist Michel Aupers van de Rabobank kunnen de bevindingen positief uitpakken voor SBM. Het bedrijf is met Talisman in een arbitragezaak verwikkeld over wie moet opdraaien voor de extra kosten, die volgens ramingen $ 750 mln belopen. Aupers: ‘Het feit dat PSA ook Talisman en zijn partners op de korrel heeft, is positief nieuws. We sluiten dan ook niet helemaal uit dat SBM een deel van zijn kostenvoorzieningen kan terughalen.’
SBM geeft ‘geen commentaar’ zolang het rapport niet officieel is. De minderheidsaandeelhouders waren niet bereikbaar voor commentaar.
‘Yme’, een olieproject op honderd kilometer uit de kust van de Noorse stad Stavanger, bezorgt SBM al jaren hoofdpijn. Talisman bestelde eind 2006 een platform bij het bedrijf. Maar door problemen op de werf te Abu Dhabi en onvrede bij PSA, liep het project al snel vertraging op en liepen de kosten de pan uit.
Het project zou aanvankelijk eind 2008 worden opgeleverd. Nu is het nog steeds niet zo ver en waagt niemand zich meer aan een voorspelling.