Mathijs Schiffers
Amsterdam
Renpart, een grote aanbieder van niet-beursgenoteerde vastgoedfondsen, is om. Het Haagse bedrijf zet, in navolging van de sectorgenoten Hanzevast en Annexum, in op een fusie van zijn kantorenfondsen. Afwaarderingen en oplopende leegstand hebben ertoe geleid dat Renparts aanvankelijke scepsis overboord is gezet.
De fusie moet volgens directeur Hans-Olav de Wolf een stabieler geheel opleveren, met een betere risicospreiding, waar zowel banken als beleggers van profiteren. ‘Rare tijden vragen om rare maatregelen’, zegt hij over zijn U-bocht.
Renpart wil acht kantorenfondsen samenvoegen. Hierin hebben 1300, veelal particuliere beleggers in totaal € 80 mln gestopt. Door afwaarderingen van 4% tot 16%, na taxaties van DTZ, is het eigen vermogen in de fondsen verschraald tot € 50 mln. De leegstand in de 70 panden is opgelopen tot 16%, iets boven het landelijk gemiddelde.
De fondsen hebben € 100 mln geleend. Twee derde komt van ING Real Estate Finance, een derde van Rabobank-dochter FGH.
Beide banken laten in algemene termen weten voorstander te zijn van een fusie van fondsen. De Wolf hoopt daarom in ruil van hen een langere looptijd op de leningen gedaan te krijgen. ‘We willen tijd kopen. De jaren 2012 en 2013 beschouw ik als verloren. In 2014 en 2015 bodemt de markt hopelijk uit. En daar willen we het overheen tillen.’
De Nederlandsche Bank wees vorige week op de zeepbel op de kantorenmarkt, waar de waarderingen nog steeds te hoog zouden zijn. De toezichthouder bepleit drastischer afboekingen.
Volgens de Wolf wordt er te veel in generale termen gesproken, en is het ene kantoor het andere niet.
Bang dat de problemen structureel zijn, en dat uitstel geen soelaas biedt, is De Wolf wat betreft zijn eigen portefeuille evenmin. ‘Als je denkt dat de komende tien jaren de markt alleen maar daalt, moet je nu verkopen. Maar in ons segment — onze huurders komen vooral uit het kleinbedrijf — zie ik op termijn juist wel weer kansen.’
De leegstand in de kantoren van Renpart is in 2011 opgelopen van 11% naar 16%. De fondsen betalen, op één na, nog wel dividend uit, maar minder dan voorzien.
Of de fusie doorgaat, is nu in handen van de beleggers. Op een vergadering waar minimaal de helft van het kapitaal aanwezig is, moet minstens twee derde van het kapitaal akkoord gaan met de fusie. De uitdaging wordt dus om de beleggers in de beter draaiende fondsen te overtuigen van het nut om samen te gaan met minder renderende fondsen.
De Wolf erkent dat, maar wijst op de betrekkelijkheid van de onderlinge verschillen. ‘De kantoren in ons best draaiende fonds zijn nu met meer dan 10% afgewaardeerd. Bovendien is er onlangs een huurder failliet gegaan.’
Directeur De Wolf voorziet verloren jaren en hoopt met fusie tijd bij banken te kunnen kopen