Cor de Horde
Splits een bank in een nuts- en een zakendeel, en er komt geen financiële crisis meer. Deskundigen zijn sceptisch.
Amsterdam
Sinds de val van Lehman Brothers in 2008 wordt het geopperd, en de laatste tijd is het zelfs in verschillende landen, waaronder Nederland, een serieuze kwestie: het splitsen van banken in een ‘nutsbedrijf’ en een zakenbank. Het idee is dat het spaargeld in de ene bank zit. Die gebruikt het geld voor hypotheken en voor leningen aan het mkb. En de haute finance zit in de tweede bank.
Het idee wint snel aan populariteit. In de VS wordt gewerkt aan de ‘Volcker Rule’, die voorschrijft dat banken niet mogen handelen voor eigen rekening en risico. In het Verenigd Koninkrijk adviseert een commissie onder leiding van John Vickers dat banken het zakelijk deel in een af te splitsen eenheid onderbrengen. De bank mag wel een concern blijven.
In het splitsingsdebat lopen al snel de definities door elkaar. Het Amerikaanse plan slaat alleen op de ‘prop trading’, waarbij banken handelen puur voor de eigen winst, zonder enige wens van de klant. In het Britse plan omvatten de ‘afsplitsbare’ delen een breder scala aan zakenbankactiviteiten. Het geven van garanties bij een obligatieplaatsing door een zakelijke klant valt er ook onder. In Nederland is er eveneens verwarring.
Voor hoogleraar Financiële Markten Arnoud Boot (UvA) is het verkeerd om, bij het verminderen van risico’s die banken kunnen lopen, te beginnen met een splitsing. ‘Je moet op de uitgangspunten sturen, niet op de oplossing.’ De uitgangspunten zijn wat Boot betreft een veilig betalingsverkeer, zelfs als er een grote bank omvalt, en een verminderde complexiteit van banken zodat beter toezicht mogelijk is.
Dat laatste kan wel bereikt worden met een aparte bankenpoot waar het spaargeld zit en die aan consument en mkb leent, stelt Boot. Andere activiteiten, zoals obligatieplaatsingen, moeten daar los van staan. Hoe precies is nog in onderzoek. Boot: ‘Het is buitengewoon complex. Een blue print hoe banken eruit zouden moeten zien, is er gewoon nog niet.’
Dirk Schoenmaker, decaan aan de Duisenberg School of Finance, is nog veel sceptischer over het splitsen van banken. ‘Dat werkt juist averechts’, meent hij. Want juist banken die zich specialiseren in het veilig geachte consumentenkrediet, in de praktijk grotendeels hypotheken, hebben het in de geschiedenis moeilijk gehad. ‘Denk aan de hypotheekbanken in Nederland en de cajas in Spanje. Negen van de tien financiële crises komen uit de huizenmarkt.’
Hij ziet juist liever gespreide activiteiten, en daar horen ook diensten voor grote bedrijven bij. ‘Dan moet je dus ook renterisico’s en valutarisico’s afdekken. De bank moet vervolgens haar eigen posities weer afdekken, en dan ben je al volop aan het handelen.’ Hooguit zou je het pure handelen voor eigen rekening aan banden kunnen leggen.
Schoenmaker ziet de werkelijke risico’s van banken elders, namelijk bij de ongebreidelde kredietgroei tijdens hoogconjunctuur. Centrale banken zouden daar veel meer bevoegdheden moeten krijgen. Bijvoorbeeld door scherpere hypotheekvoorwaarden te eisen in jaren van voorspoed. Tijdens een crisis wordt er juist versoepeld. ‘Een antizeepbelbeleid. Dat is het echte debat, daar is iedereen bang voor.’
Boot: ‘Je moet sturen op uitgangspunten.’
Foto: HH