Roy op het Veld
Politiek moet energiebedrijven dwingen duurzame energie te ontwikkelen en grootschalig toe te passen
De huidige lage olieprijs is een vloek. Op korte termijn is het prettig dat de benzineprijs omlaag gaat, maar op lange termijn zijn de gevolgen desastreus. Een vat olie kost $ 60 per vat, een opluchting voor diegenen die afgelopen juli nog kreunden toen ze de recordprijs van $147 moesten neertellen.
De gedaalde prijs is slecht nieuws voor oliemaatschappijen. Door de schaarste aan staal en personeel is het duurder geworden om olie (en gas) te winnen. Bovendien zijn concerns als Shell en ExxonMobil niet welkom in grote delen van het Midden-Oosten, Rusland en andere olierijke gebieden. Ze wijken uit naar verafgelegen gebieden, waar extreme klimatologische omstandigheden garant staan voor hoge kosten.
Total meldde in september dat het een olieprijs van $ 90 per vat nodig heeft om winstgevend projecten in het Noorden van Canada te kunnen uitvoeren. Voor een project uit de kust van Angola, in diep water, heeft het minstens een olieprijs van $ 70 per vat nodig.
Conclusie: bij de huidige olieprijs kunnen oliemaatschappijen geen winstgevende projecten opstarten. Het Nederlands-Britse Shell kwam vorige week met de mededeling dat de uitbreiding van een bestaand project in Canada tot nader order wordt uitgesteld.
Olieconcerns zeggen altijd dat ze naar de lange termijn kijken en dat de dagolieprijs niet relevant is voor de ontginning van olievelden die vele decennia meegaan. Anderzijds blijkt dat in periodes met lage olieprijzen de investeringsbudgetten worden afgeknepen. In de jaren negentig gebeurde dat ook. Opgejaagd door de financiële markten sneden Shell en anderen in hun investeringsbudgetten en maximaliseerden hun winst.
In 2004 werd de wereld met de gevolgen geconfronteerd. Door de snelle economische opkomst van China en andere 'emerging markets' ontstond schaarste. De olieprijs steeg niet alleen tot boven $ 100, ook de politieke invloed van het Westen op de wereldenergiestromen nam snel af. Olielanden schermen hun velden af, en China is succesvol in het sluiten van oliedeals met landen waarvan het Westen dacht dat het in zijn invloedssfeer lag, zoals in Nigeria.
Het Internationaal Energie Agentschap (IEA) in Parijs waarschuwt sinds 2007 voor een 'oil crunch' binnen tien jaar. De gevolgen kunnen nauwelijks overschat worden. Olie is meer dan de benzine in de auto, het is ook de grondstof voor de chemische en de farmaceutische industrie. Zonder olie staat de wereld stil.
Daarom is het zo alarmerend dat oliebedrijven projecten op de lange baan schuiven. Olieprojecten kosten tijd. De nieuwe velden die de afgelopen jaren bij stijgende prijzen zijn ontgonnen, leveren komende jaren de eerste olie op.
Maar daarna, als de wereld uit de recessie komt, en als de huidige inzakkende investeringen leiden tot een krappe oliewinning, dan zullen nieuwe tekorten ontstaan. Prijzen gaan stijgen en het Westen zal opnieuw concluderen dat het pijnlijk afhankelijk is van landen met twijfelachtige regimes.
Woensdag komt het IEA met zijn World Energy Outlook. Daarin staat dat de oliewinning uit bestaande olievelden sneller terugloopt dan verwacht. Bij een gebrek aan nieuwe velden zal een tekort daarom des te harder aankomen.
Te vrezen valt ook dat de investeringen in duurzame energie afnemen. Nieuwe technologieën zijn nog duur en hebben meer moeite om met olie van $ 60 te concurreren dan met olie van $147.
Net als met de financiële crisis ligt de oplossing voor de hand: een vastberaden en sturende hand van de overheden. Een betrouwbare, betaalbare en schone energievoorziening is een vitaal publiek belang. Duidelijk is dat de markt daarvoor niet alleen kan zorgen.
Het is daarom gerechtvaardigd dat overheden harde eisen stellen aan energiebedrijven. Eis van de energiesector dat ze in 2020 20% van hun energie op duurzame wijze leveren. In 2030 moet het 30% zijn en in 2050, als het vliegwiel draait, bijvoorbeeld 75%.
De overheid, te beginnen in Europees verband, moet stoppen met subsidies en ook geen technologiekeuzes maken. Laat de sector zelf uitzoeken wat de meest efficiënte wijze is om energie duurzaam op te wekken. En voer sancties in. Als een bedrijf in 2020 maar 15% duurzaam haalt in plaats van 20%, dan romen overheden een deel van de 'fossiele winst' af.
Er is eigenlijk geen alternatief, behalve dat er op termijn tekorten ontstaan, en dat het economisch en maatschappelijk verkeer ontwricht wordt. Harde eisen aan duurzame energie, met het afromen van fossiele winsten als sanctie, is dé prikkel die de sector nodig heeft om écht af te kicken van olie.
Roy op het Veld is redacteur van Het Financieele Dagblad en schrijver van het boek 'De strijd om energie'.
Illustratie: Hein de Kort