Bram van de Klundert
Vorig jaar is de bouwproductie met ruim 10 % gezakt, dit jaar en volgend jaar ligt deze meer dan 20 % lager. De overheid moet projectontwikkelaars helpen door bouwgrond, al dan niet tijdelijk, over te nemen. Daarmee wordt de balans van de bedrijven ontlast en de liquiditeitspositie verbeterd. Er kan weer worden gebouwd.
De doorstroming op de woningmarkt ligt vrijwel stil en 50.000 bouwvakkers worden op korte termijn werkloos. Projectontwikkelaars met een grote voorraad grond hebben een acuut probleem. In de grond zit een vermogen van enkele miljarden euro's. De rentelasten drukken zwaar, krediet is niet langer vanzelfsprekend, de balans wordt ongezond door waardedaling van de grond. Als banken leningen opeisen, escaleert de situatie dramatisch. Enkele bedrijven benaderen overheden al om gronden over te nemen.
De overheid heeft in het verleden de regels zo opgesteld dat ontwikkelaars vrijwel gedwongen waren om te investeren in grond. Het is redelijk ze nu de hand te reiken. Er zijn verschillende manieren om de bouwstroom te stimuleren zoals afname- en hypotheekgaranties. Maar de meest effectieve is dat de overheid de grond koopt.
Is dit een zuivere rol voor de overheid? Mag de overheid actief zijn op een markt waar ze zelf ook marktmeester speelt: waar laat ze dan winst of verlies van een bestemmingswijziging vallen? Laten we deze al langer gevoerde principiële discussie in deze dramatische omstandigheden maar even stallen en pragmatisch opereren.
Bij overname door de overheid moet de huidige marktwaarde uitgangspunt zijn. Die is nu moeilijk te bepalen omdat de markt matig functioneert. Daar moet uit te komen zijn, zeker voor de gronden die snel aan snee kunnen komen. Een overname voor huidige waarde kan bij bedrijven die de grond voor hoge waarden in de boeken hebben staan pijn doen, maar het zal hen ook van chronische pijn verlossen. Eventueel kan een afspraak worden gemaakt over de verdeling van winst bij prijsstijging in de toekomst.
Veel provincies zitten goed in de slappe was en hun kerntaak is mede sturing te geven aan stedelijke ontwikkeling. De gemeenten zijn ook gerede partij. Ze hebben direct belang bij bouwen, al is het maar in toename van de onroerendezaakbelasting.
Het Rijk heeft ook een enorm belang: die ontvangt de komende drie jaar minstens euro 5 mrd minder inkomsten uit btw en overdrachtsbelasting als de productie inzakt. Als provincies en gemeenten onvoldoende investeren zou het Rijk daarom een grondbank op moeten richten. Zelfs met rentebijschrijving zal de waardestijging van de grond op termijn naar verwachting meer dan voldoende zijn om de kosten te dekken. Als het Rijk voor zo'n operatie enige miljarden vrijmaakt is dat maatschappelijk en financieel verantwoord.
Deze samenwerking tussen markt en overheid zal slechts een tijdelijk beslag doen op publieke middelen, bedrijven behoeden voor omvallen, voor de overheid waarschijnlijk financiële en voor ons allen maatschappelijke winst opleveren.
Bram van de Klundert is secretaris VROM-raad. Hij schrijft mede namens Edo Arnoldussen, directeur Gemeenschappelijk Ontwikkelingsbedrijf, en Carel de Reus, voormalig voorzitter Neprom.
Laten overheid en en bedrijf afspraken maken over verdeling winst bij prijsstijging in de toekomst