*

Economie is te leuk voor schoolboeken | Het Financieele Dagblad
Inloggen
E-mailadres
Wachtwoord
Onthoud mij
Inloggen
 
optiek

Economie is te leuk voor schoolboeken

Jonker, U.
Saturday 01 August 2009, 01:00
Email-a-Friend
Naam ontvanger
E-mail ontvanger
Naam verzender
E-mail verzender
 

Meer over dit onderwerp

Ulko Jonker

De leer van het afnemend grensnut, de eerste wet van Gossen, was ook mijn eerste kennismaking met de economische theorie. De manier waarop hij mij werd uitgelegd door een bevlogen leraar, was het begin van een levenslange voorliefde voor al hetgeene tot het financieele eenige betrekking heeft.

Afnemend grensnut is in zichzelf een fascinerend gegeven. Kort samengevat zegt deze ervaringsregel: het nut van een goed neemt boven een bepaalde hoeveelheid af. Hermann Heinrich Gossen stelde zijn wet vast in Die Entwicklung der Gesetze des menschlichen Verkehrs und der daraus fließenden Regeln für menschliches Handeln. Volgens hemzelf een meesterwerk dat zijn gelijke slechts vond in het werk van Copernicus.

Tijdgenoten vonden het boek te ingewikkeld, te veel wiskunde. Gossen stierf als verzekeringsagent, onbegrepen totdat een latere collega een van de weinige resterende exemplaren van Gossens Entwicklung der Gesetze vond en zag dat de theorie die hij en zijn collega's met veel moeite aan het beschrijven waren, al door Gossen was verwoord.

Overigens had ook Gossen een voorganger, in Aristoteles die ruim drie eeuwen voor onze jaartelling al vaststelde: 'alle nuttige zaken zijn van zo een aard dat waar er te veel van is, ze schade aanrichten of in ieder geval van geen nut meer zijn'.

Gossen legt het menselijk handelen, de behoeftebevrediging van de consument, aan de basis van zijn theorie, die overigens niet compleet is zonder zijn tweede wet. Die beschrijft dat de consument zijn inkomen zo goed mogelijk verdeelt over goederen en diensten met het voor hem of haar maximale grensnut.

Menselijk handelen verloopt bijna volgens natuurwetten en vormt de basis van ieder economisch verschijnsel. De wet van Gossen is fascinerend omdat hij aan de basis ligt van de vraagkant van de economie.

Hedendaagse marketing is er alleen maar op gericht om het grensnut tijdelijk te verleggen. Per saldo is de oorzaak voor de kredietcrisis waarin we nu verkeren het streven naar maximaal grensnut met geleend geld.

Ik ben mijn economieleraar, mijnheer Bakker uit IJlst, nog steeds dankbaar dat hij van dat vak het leukste maakte dat ik op school volgde. Hij kwam op school altijd met De Telegraaf onder de arm geklemd, wat voor zijn collega's bijna een verboden krant was. Hij lardeerde zijn lessen met wat hij die ochtend in die krant had gelezen. Dat maakte zijn lessen extra boeiend. Je wist nooit wat hij zou vertellen.

Als het alleen aan Arnold Heertje, schrijver van ons leerboek De kern van de economie, had gelegen had economie mijn hart niet gewonnen. Heertje schreef het ooit in drie weken en dat was er, in mijn herinnering, ook wel aan af te lezen. Als ik hem later zag optreden of een column van hem las, kon ik me niet voorstellen dat die leuke en grappige man dezelfde Heertje was van dat gortdroge boek.

Daarom was ik niet verbaasd dat scholieren nog zeker vijf jaar moeten wachten op de lessen van de kredietcrisis, als het aan hun leerboek ligt (de krant van donderdag). Maar ook als het er eenmaal in staat is de vraag of ze er veel van opsteken.

De goede economielerareren wachten daar niet op. Ieder aspect van de kredietcrisis is te herleiden tot een of meerdere economische theorieën. Elk bericht uit deze krant kan van achtergronden voorzien met een uitleg over de mechanismen in onze economie en de gedragingen van consumenten, producenten, de overheid en de financiële instellingen.

Ik daag economiedocenten dan ook graag uit om hun dagelijkse inspiratie op te doen in onze krant. We hebben abonnementen voor studenten, maar die categorie stellen we bij deze tijdelijk open voor docenten en scholen. Economie is te leuk om aan boeken of Heertje over te laten.

Ulko Jonker (jonker@fd.nl) is hoofdredacteur van Het Financieele Dagblad.

Heertje schreef het ooit in drie weken en dat was er, in mijn herinnering, ook wel aan af te lezen