Inloggen
E-mailadres
Wachtwoord
Onthoud mij
Inloggen
 
optiek

Zet middelen voor CO2-beleid beter in

Rooy, P. van;Grünfeld, H.
Thursday 22 July 2010, 01:00
Email-a-Friend
Naam ontvanger
E-mail ontvanger
Naam verzender
E-mail verzender
 

Meer over dit onderwerp

Hans Grünfeld en Peter van Rooy

Koop geen kant-en-klare en gedateerde technologieën uit buitenland, maar prikkel innovatieve oplossingen

Om koolstofarm in onze energiebehoefte te kunnen voorzien zijn een drastische beperking van het gebruik van fossiele brandstoffen en aanzienlijk efficiënter omgaan met energie noodzakelijk. De economische crisis compliceert dit doel, omdat de beoogde trendbreuk snel en met uiterst schaarse middelen moet worden gerealiseerd. Daarbij komt dat innovatie tijd vergt en zich moeilijk verhoudt tot gedetailleerd beleid met daarin voorgeschreven doelen en middelen. Een koolstofarme energievoorziening biedt nieuwe kansen voor Nederland als wereldlaboratorium voor innovaties.

Het tot nu toe gevoerde beleid leidt niet tot het gewenste resultaat. De overheid schrijft voor en subsidieert het op grote schaal uitrollen van windmolenparken, die qua technologie en materiaal vooral uit het buitenland, uit Duitsland, Denemarken en in toenemende mate China komen.

De komende tien jaar is er voor de inzet van deze en andere economisch onrendabele technologieën circa euro 40 mrd belastinggeld nodig. Dat kost een gemiddeld huishouden ongeveer euro 800 per jaar. Daarvoor krijgt de belastingbetaler niet de gewenste CO2-reductie, amper nieuwe werkgelegenheid, geen innovatie en een grote afhankelijkheid van schaarser wordende grondstoffen.

Het enorme investeringsvolume en het huidige gure financiële klimaat dwingen ons goede keuzes te maken. Daarom moet een nieuw kabinet het volgende doen.

Zorg ten eerste voor een sterke prikkel die leidt tot economisch rendabele investeringen in energiebesparing en CO2-emissiebeperking. Een consistente prikkel die langjarig effectief is. Zo kan energiebesparing in de bouw zorgen voor een revitalisering van deze sector. In de industrie kan het aanzienlijk technisch potentieel voor nieuwe warmtekrachtcentrales worden aangeboord. Energie Centrum Nederland (ECN) schat dit op 1500 megawatt.

Creëer in de tweede plaats een instrument om de trendbreuk in bouw en industrie via (voor)financiering mogelijk te maken. Tal van economisch rendabele projecten blijven vanwege de financiering op de plank liggen.

Faciliteer ten slotte de ontwikkeling en het marktrijp maken van nieuwe technologieën. Dit kan door het ondersteunen van experimenten gericht op realisatie en verspreiding van leereffecten. Neem windenergie. Investeer in de ontwikkeling van een offshore windproject en benut de leereffecten voor open innovatie. Zo kan iedereen van deze met gemeenschapsgeld gefinancierde leereffecten profiteren. Het kan ook door het ondersteunen van onderzoek en ontwikkeling van nieuwe technologieën. Immers, betaalbare koolstofvrije oplossingen zijn nog niet voorhanden.

Voor een klein en relatief kennisintensief land ligt hier de echte uitdaging. Kies dus voor innovatie en niet voor de inzet van kant-en-klare, relatief gedateerde technologieën uit het buitenland. Nederland moet geen technologisch bulkland worden maar zich manifesteren met economisch rendabele, kennisintensieve technologie op wereldmarkten.

Hans Grünfeld is directeur van VEMW, de Vereniging voor energie, milieu en water, Peter van Rooy is directeur Accanto.

Illustratie: Hein de Kort