*

Roc besturen lijkt soms doel op zich | Het Financieele Dagblad
Inloggen
E-mailadres
Wachtwoord
Onthoud mij
Inloggen
 
optiek

Roc besturen lijkt soms doel op zich

Berg, H.;Boer, J. de
Monday 05 December 2011, 00:00
Email-a-Friend
Naam ontvanger
E-mail ontvanger
Naam verzender
E-mail verzender
 

Meer over dit onderwerp

Henk Bergen Jacobde Boer

Ondanks de fusietoetsdrempel, gaan de gedachten van bestuurders van kleine instellingen voor middelbaar beroepsonderwijs nog steeds uit naar fuseren. En als er niet gefuseerd wordt, dan lijkt concurreren het alternatief. Beide wegen lopen dood. Kwaliteit komt van het samenspel tussen leerling en docent. Dat is een kronkelige weg, maar zeker wel te begaan.

Het middelbaar beroepsonderwijs is voor Nederland, voor de economie en voor heel veel mensen enorm belangrijk. Maar over de kwaliteit ervan is veel te doen. Pijnpunten zijn de grote uitval van leerlingen, de slechte aansluiting op de praktijk en de discutabele doelmatigheid voor de economie. Het actieplan ‘Focus op vakmanschap 2011-2015’ leidt tot verbeteringen, maar de neiging tot centralisatie blijft.

Nu weer in Zeeland, waar twee regionale onderwijscentra (roc) samengaan en waar er ruzie is over de omvang van de directie en de kosten van het nieuwe hoofdkantoor. Het wachten is op één gigantisch ‘roc Nederland’ en op alle gedoe dat daarover kan komen. Stop daar nu eens mee en ga je concentreren op echte kwaliteitsverbeteringen. Die vind je niet in grotere organisaties maar wel in de leerlingen en de docenten.

De mbo-leerling wil graag leren. Maar niet alleen op school. Voor de leerling is de klas een van zijn ‘communities’. De vriendengroep is veel belangrijker en dan is er nog de sportclub of het bijbaantje. Door dat allemaal slim met elkaar te verbinden leert hij. Een docent kan daarbij enige inhoud en structuur bieden. Niet dat hij daarvoor in de klas veel waardering en aandacht krijgt. Waar het om gaat is dat de docent het beste uit de leerling naar boven haalt. Dat vergt invoelingsvermogen in wat de leerling bezielt en waardoor hij zich ontwikkelt. Cruciaal voor de docenten zijn dan praktijkmensen en oud-leerlingen. Daar moet hij veel contact mee onderhouden.

Het onderwijs is van de student en de docent en van niemand anders. Bestuurders worden aangesteld om de student en de docent te ontzorgen. Maar helaas lijkt het besturen van onderwijsinstellingen soms een doel op zich. In de afgelopen jaren moesten bestuurders ook heel vaak reageren op incidenten en antwoord geven op schuldvragen. De agenda van bestuurders van grote instellingen is daarmee goed gevuld met risk issues, organisatiestructuren, kwaliteitssystemen, IT, Maraps en financiën. Het bedrijfsmodel van grote instellingen is gebaseerd op groei, elk jaar moeten de instroomcijfers omhoog. Krimp is een ramp vanwege de niet te elimineren vaste kosten als personeel en huisvesting. Dat betekent in veel gevallen concurreren waarbij er winnaars en verliezers zijn. Daarentegen zijn bestuurders van kleine instellingen wel bezig met het onderwijs zelf maar om bedrijfseconomische redenen voelen ze zich gedwongen tot schaalvergroting en daarmee fusie.

In grote instellingen is er ook ‘sturing op kwaliteit’. Maar dat is doorgaans niet meer dan periodiek kijken naar rendement- en uitvalpercentages. Wat er in onderwijsteams gebeurt om de kwaliteit echt te verhogen blijft veelal buiten beeld. Te veel instellingen bieden nog steeds te veel opleidingen aan en zitten met te kleine groepen. Investeren in kwaliteit betekent kiezen voor netwerken van roc’s die opleidingen samenballen. Dat levert op de middellange termijn besparingen op die je kunt investeren in de kwaliteit van het onderwijs en van de docenten.

Meer kwaliteit in het mbo krijg je dus niet door grote fusies maar vraagt lef om ruimte te geven aan onderwijsteams. Op hun beurt moeten die het lef hebben om aan bestuurders te verantwoorden of zij echt kwaliteit hebben geleverd.

Er zijn in Nederland 71 instellingen voor mbo, verdeeld over 700 locaties met 537.000 leerlingen. Die krijgen les van bijna 31.000 docenten en er werken nog 25.000 medewerkers ter ondersteuning. Er zijn 1360 verschillende opleidingen. De kosten beslaan 3,2 mrd. Daarmee is het mbo veruit het grootste segment in het vervolgonderwijs.

Henk Berg en Jacob de Boer zijn partner en senior manager in de onderwijsadviesgroep van KPMG Management Consulting.

700 locaties

Er zijn in Nederland 71 instellingen voor mbo, verdeeld over 700 locaties met 537.000 leerlingen. Die krijgen les van bijna 31.000 docenten en er werken nog 25.000 medewerkers ter ondersteuning. Er zijn 1360 verschillende opleidingen. De kosten beslaan 3,2 mrd. Daarmee is het mbo veruit het grootste segment in het vervolgonderwijs.