Leon Hoppenbrouwers
Met het verzoek om meer zekerheden te storten, ‘margin call’, bij Vestia wordt weer eens duidelijk gemaakt dat risicomanagement een ingewikkeld vak is. Vestia heeft externe adviseurs ingeschakeld om de risico’s van zijn derivaten te managen. Hoe dat is afgelopen, is inmiddels duidelijk. De Vestia-zaak toont dat in de corporatiesector de verhouding bestuur en toezichthouders vaak niet in balans is, risicomanagement kan niet altijd uitbesteed worden en extern toezicht is zelden een oplossing om een acuut probleem aan te pakken.
De meeste corporaties worden geleid door een eenhoofdig bestuur met vergaande bevoegdheden. De controle daarop vindt plaats door een raad van commissarissen, die 6 tot 8 keer per jaar bijeenkomt. Een goede bestuurder creëert zijn eigen tegenspraak om te toetsen of zijn visie door anderen wordt gedeeld en om te zien waar de zwakheden zitten in zijn betoog. Dat is echter niet de gebruikelijke gang van zaken in de corporatiesector. Toezicht is een ondergeschoven kindje.
Hoewel er veel aandacht is voor professionalisering van het toezicht en de competenties die daarbij horen, hebben de meeste toezichthouders onvoldoende kennis van derivaten en risico’s daarvan. Dus wordt sterk geleund op ingekochte kennis.
Van belang is dan of de externe kennis bedoeld is om een voorgenomen besluit van de bestuurder te bevestigen of om werkelijk een volledige risicoanalyse te verschaffen. Vaak is het eerste het geval. Dat betekent dat de toezichthouders een gekleurde visie krijgen. Indien de toezichthouders zelf over onvoldoende kennis beschikken, kan er geen weerwoord geboden worden aan de externe adviseur. Dan dreigt een goedkeuringsbesluit een hamerstuk te worden.
Externe toezichthouders, onder wie de minister van BZK en het Centraal Fonds Volkshuisvesting, zullen doorgaans pas aan bod komen als de problemen zich al duidelijk manifesteren. De speelruimte van de toezichthouders mag dan juridisch voldoende zijn, het voorbeeld Vestia toont aan dat daadwerkelijk ingrijpen door de minister een kettingreactie kan veroorzaken die niemand op zijn geweten wil hebben.
De oplossing zal in de interne verhoudingen gezocht moeten worden. Ik onderschijf de oproep van Marc Calon, voorzitter van Aedes, tot meer extern financieel toezicht dus niet. Het gaat om het organiseren van tegenspraak en kritisch vermogen, gebaseerd op interne en externe kennis. De basisregel van risicomanagement is risico’s accepteren die je kunt overzien. Dat kan betekenen dat sommige corporaties producten als derivaten om renterisico’s af te dekken beter niet kunnen nemen.
Leon Hoppenbrouwers, notaris bouw en vastgoed/notariaat, AKD advocaten & notarissen.