Ruud Vergoossen
Nieuwe boekhoudregels voor het midden- en kleinbedrijf moeten wel worden toegestaan, maar ze moeten niet verplicht worden. De Europese Commissie onderzoekt momenteel of er in de Europese Unie behoefte is aan een internationale standaard voor de jaarrekening van ondernemingen in het midden- en kleinbedrijf. Die behoefte is er slechts ten dele en een noodzaak is er al helemaal niet. Verplichte toepassing van een dergelijke standaard is dan ook uit den boze.
De International Accounting Standards Board (IASB) heeft naast de uitgebreide standaarden die primair zijn geschreven voor het beursgenoteerde bedrijfsleven (full IFRS), vorig jaar de International Financial Reporting Standard for Small and Medium-sized Entities (IFRS for SMEs) gepubliceerd. Deze standaard is bedoeld voor het opstellen van de jaarrekening door ondernemingen in het midden- en kleinbedrijf en andere ondernemingen die geen beroep doen op de openbare kapitaalmarkt.
De full IFRS hebben in de Europese Unie inmiddels kracht van wet en moeten worden nageleefd door ondernemingen met beursgenoteerde aandelen of obligaties. De vraag waar de Europese Commissie zich nu voor gesteld ziet, is of ook de IFRS for SMEs moet worden verheven tot Europese wetgeving. Om die reden consulteert de Europese Commissie op dit moment belanghebbende partijen, zoals ondernemers, bankiers en accountants.
Hoewel de Europese Unie de IFRS for SMEs naar mijn mening niet moet negeren, mag een inbedding van deze standaard in de Europese wetgeving niet uitmonden in een verplichting voor het midden- en kleinbedrijf. Dit zal in de meeste gevallen immers leiden tot een substantiële verhoging van de administratieve lasten.
Toepassing van de IFRS for SMEs leidt tot het prijsgeven van veel meer (concurrentiegevoelige) informatie, bijvoorbeeld over voorzieningen en overnames. Bovendien schrijft de IFRS for SMEs bij eindloon- en middelloonstelsels ingewikkelde berekeningen voor bij de bepaling van de pensioenvoorziening en -kosten, terwijl die verplichting in Nederland vorig jaar is komen te vervallen. Ook kunnen kleine ondernemingen in Nederland - dat is circa 95% van het totale aantal bedrijven - sinds enkele jaren hun jaarrekening combineren met de fiscale winst- en vermogensbepaling. Voor hen zou de verplichte toepassing van de IFRS for SMEs helemaal een overkill zijn.
Dit neemt niet weg dat er in het midden- en kleinbedrijf behoefte kan bestaan aan de vrijwillige toepassing van de IFRS for SMEs, bijvoorbeeld bij ondernemingen die aan het hoofd staan of deel uitmaken van een multinationale groep bedrijven.
Het is dan vaak gemakkelijker en praktischer om de benodigde financiële informatie te genereren op basis van een internationaal bekende standaard dan op basis van uiteenlopende nationale jaarrekeningvoorschriften. Daarnaast kan de toepassing van de IFRS for SMEs een positieve uitstraling hebben en bijdragen aan het imago van de onderneming.
De Europese Commissie moet overigens ook niet kiezen voor een verplichte toepassing van de IFRS for SMEs, omdat zij daarmee het opstellen van de voorschriften voor de jaarrekening van ongeveer 99% van het Europese bedrijfsleven feitelijk uit handen zou geven aan een privaatrechtelijke organisatie (IASB).
In plaats daarvan moet de Europese Commissie de vrijwillige toepassing van de IFRS for SMEs faciliteren. Dat zou zij dan niet door middel van een lidstaatoptie moeten regelen maar in plaats daarvan de betrokken ondernemingen rechtstreeks - dat wil zeggen zonder tussenkomst van nationale wetgevers - de mogelijkheid moeten bieden om de IFRS for SMEs toe te passen.
Het grote nadeel van een lidstaatoptie is namelijk dat de mogelijkheid om in een bepaalde lidstaat de IFRS for SMEs toe te passen afhankelijk zal zijn van de keuze van de desbetreffende lidstaat waardoor internationaal opererende bedrijven die de IFRS for SMEs (vrijwillig) willen toepassen in de Europese Unie nog steeds kunnen worden geconfronteerd met conflicterende jaarrekeningvoorschriften.
Prof. dr. R.G.A. Vergoossen RA is directeur Vaktechniek BDO Accountants & Adviseurs en hoogleraar Nyenrode Business Universiteit en Universiteit Maastricht.