Cindy Schroeten
De kantonrechter Utrecht ontbond de arbeidsovereenkomst van een senior medisch adviseur van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen vanwege een dringende reden: in privétijd onder invloed van alcohol een auto-ongeluk veroorzaken. Over het algemeen zal zo'n vergrijp niet leiden tot ontbinding wegens een dringende reden, waarbij geen vergoeding kan worden toegekend. Het CBR levert echter een bijdrage aan de verkeersveiligheid waardoor aan de werknemers hoge integriteitseisen bij verkeersdeelname mogen worden gesteld.
In eerste instantie verzweeg de werknemer het ongeluk voor de werkgever. Het CBR ontdekte dit en verzocht vervolgens de ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Hierbij wees het CBR op zijn publieke taak en de positie die de werknemer bekleedde, onder meer als docent over de risico's van alcohol in het verkeer.
De werknemer betoogde dat het ongeval geen relatie met zijn werk had en bovendien buiten werktijd gebeurde. Hij stelde verder geen voorbeeldfunctie te bekleden, omdat hij niet naar buiten trad namens het CBR. Volgens hem was medicatiegebruik de oorzaak van het te hoge alcoholpromillage. Hij beriep zich tevens op opzegverboden wegens ziekte en lidmaatschap van de ondernemingsraad. De werknemer verzocht vervolgens zelf ontbinding tegen een vergoeding van euro 121.711,50 bruto.
Voor de kantonrechter stond vast dat de werknemer het ongeluk had veroorzaakt door alcoholmisbruik. Deze had het ongeval bovendien verzwegen. De kantonrechter vond de handelwijze van de werknemer des te kwalijker aangezien hij in dienst was bij het CBR, dat juist een bijdrage levert aan de verkeersveiligheid. Volgens de kantonrechter mogen daarom aan werknemers met een functie zoals die van de werknemer hoge integriteitseisen worden gesteld op het gebied van verkeersdeelname. Dit geldt ook in het privéleven. Dus kreeg de werknemer nul op het rekest.
In rechtspraak worden regelmatig ontbindingsverzoeken afgewezen omdat een gepleegd delict geen verband houdt met de werkzaamheden. Ook detentie is over het algemeen onvoldoende grond voor ontbinding. Daarvoor zijn bijkomende omstandigheden nodig. De aard van het delict en het beroep van de werknemer spelen een rol. Zo bleek de combinatie kinderporno bezitten en in een ziekenhuis werken onverenigbaar. Ook verzekeringsfraude plegen in de privésfeer en de functie van bankmedewerker vielen niet met elkaar te rijmen. In bovengenoemd CBR-geval gaf de relatie tussen het delict en de functie van werknemer voor de kantonrechter - zeer terecht - de doorslag.
C.A.C. Schroeten is advocaat bij Lexence nv.