Jurjen van Daal en Terence Vink
Na de kredietcrisis en het Europese schuldenprobleem dreigt nu de vastgoedsector de financiële de sector te destabiliseren. Het structurele overaanbod van kantoren en winkelpanden is het grote probleem. Afgelopen jaren heeft de wetgever voor verschillende bedrijfssectoren een aantal fiscale maatregelen getroffen om crisistijden te overbruggen. Alleen de commerciële vastgoedsector kan steeds niet op dit soort steun van de wetgever rekenen, terwijl zij juist nu de steun hard nodig heeft.
Wij pleiten ervoor dat de wetgever zijn standpunt bij de volgende drie fiscale faciliteiten wijzigt en zich ruimhartiger opstelt richting de vastgoedsector. Ten eerste moet de overdrachtsbelasting structureel worden verlaagd. Tot 1 juli 2012 geldt een tijdelijke verlaging van deze belasting tot 2%, maar deze regeling geldt niet voor bedrijfspanden. De tijdelijke verlaging heeft een redelijke impuls gehad voor de verkoop van woningen en zou ook de vastzittende handel in bedrijfspanden kunnen stimuleren. De wetgever doet er dus goed aan deze regeling per 1 juli 2012 te verlengen en uit te breiden tot al het onroerend goed.
Daarnaast de verrekening van oude verliezen. De vastgoedsector kan tot op heden evenmin op de steun van de wetgever rekenen als het gaat om de verrekening van oude ondernemingsverliezen (ontstaan tot en met 2002). De sector heeft door de vele afschrijvingen op vastgoed in het verleden aanzienlijke verliezen opgebouwd. Deze dreigen te verdampen na 2011. Voorheen konden vastgoedondernemers verliezen onbeperkt verrekenen met toekomstige winsten en zo belastingheffing voorkomen. Een wetswijziging heeft er nu voor gezorgd dat ze de ondernemingsverliezen uit 2002 of eerder uiterlijk kunnen verrekenen met winst over 2011.
Door het onroerend goed in 2011 te herwaarderen naar de waarde in het economische verkeer kan dit nadelige fiscale effect worden voorkomen. De herwaarderingswinst die hierdoor ontstaat kan vervolgens worden verrekend met nog openstaande verliezen. Helaas heeft de Belastingdienst al aangeven bij de afwikkeling van de aangiftes over 2011 dit soort stelselwijzigingen niet te accepteren. Ook dit is onbegrijpelijk , als je beseft in welke economische situatie we zitten.
Tot slot krijgen vastgoedhandelaren bij overlijden opnieuw een koude hand van de wetgever. Normaal gesproken profiteren erfgenamen van ondernemers via de bedrijfsopvolgingsregeling van vrijstelling voor de erfbelasting. Deze regeling voorkomt dat voortzetters van de onderneming vanwege hoge belastingaanslagen in financiële problemen komen. Het is opnieuw de vastgoedsector die van de wetgever niet mag rekenen op deze vrijstelling. Dit heeft al tot veel kritiek geleid, maar de wetgever handhaaft het huidige standpunt met het argument dat: vastgoedhandelaren geen ondernemers zouden zijn, maar beleggers. Die kunnen niet profiteren van de vrijstelling.
Het gevolg is dat veel erfgenamen vastgoed noodgedwongen (gedeeltelijk) moeten verkopen om de erfbelasting te kunnen betalen. Dat is sowieso al geen makkelijke opgave in deze slechte tijden met dalende verkoopprijzen en een structureel overaanbod. De commerciële vastgoedsector is een reguliere branche die minstens zo veel last heeft van de economische tegenwind als andere bedrijfssectoren. De wetgever zou vastgoedondernemers dus gelijk moeten behandelen als het gaat om steun met fiscale maatregelen. Daar hebben ze recht op.
Jurjen van Daal en Terence Vink zijn werkzaam bij Taxwise advocaten & belastingadviseurs te Amsterdam.
Vastgoedsector is een reguliere branche die minstens zo veel last heeft van tegenwind als andere sectoren