Johan Leupen en Siem Eikelenboom
Amsterdam
In de bestuurskamer van Philips moet de temperatuur na weer een corruptie-incident hoog zijn opgelopen. Niet dat de jongste beschuldigingen zo ernstig zijn, maar Philips weet dat justitie in de Verenigde Staten meekijkt.
Begin deze week deden ambtenaren van het Duitse Openbaar Ministerie (OM) een inval bij het Philips-hoofdkantoor in Hamburg. Het onderzoek richt zich op een 56-jarige medewerker die wordt verdacht van omkoping. Hij zou ambtenaren van de Hamburgse gebouwendienst onder meer gratis tickets hebben aangeboden voor het meerdaagse symposium ‘Lebendige Stadt Dortmund’, dat november 2011 plaatsvond.
De vermoede omkoping gaat volgens de Hamburgse hoofdofficier om tickets met een waarde van € 225 per stuk. Als dat zo is, lijkt een inval met een legertje van 38 justitiemedewerkers wat veel van het goede. Maar de nieuwste verdenking volgt na een omvangrijkere zaak in Polen en een eerder Hamburgs onderzoek in 2006.
In Polen doet justitie onderzoek naar omkoping door Philips van ziekenhuisdirecteuren. Tegen betaling van steekpenningen waren zij bereid fors te investeren in apparatuur van Philips Healthcare. Die steekpenningen werden aanvankelijk betaald door de Philips-vestiging in Hamburg.
Diezelfde vestiging trok in 2006 ook al de aandacht van de Duitse justitie. Samen met bedrijven als Saturn en Media Markt werd Philips verdacht van omkoping. Het zou gaan om honderd medewerkers van die bedrijven. Uiteindelijk leidde dat onderzoek tot slechts enkele veroordelingen.
Het Philips-bestuur zal de jongste zaak in Hamburg met argusogen volgen, hoe klein het nieuwste vergrijp ook lijkt. Want met een nieuwe corruptiezaak, zo kort op de Poolse kwestie, kan het Openbaar Ministerie in de Verenigde Staten in actie komen. Het breekijzer is de Foreign Corrupt Practices Act (FCPA), een wet die in 1977 in het leven is geroepen na klachten van Amerikaanse bedrijven dat zij hard werden aangepakt terwijl de buitenlandse concurrentie vrijuit ging. Directe aanleiding was de omkoping van prins Bernhard door de Amerikaanse vliegtuigbouwer Lockheed.
Het resultaat was dat het Amerikaanse wapen van de FCPA een reikwijdte kreeg die ver over de landsgrenzen strekt: elk internationaal bedrijf dat in de VS actief is en dat buiten de VS mensen of bedrijven omkoopt, kan in het vizier geraken van de Amerikaanse justitie. Het idee daarachter is dat Amerikaanse bedrijven dezelfde mogelijkheden (level playing field) moeten hebben als buitenlandse bedrijven. Als een Amerikaans bedrijf in bijvoorbeeld Nigeria niemand mag omkopen, dan zouden andere bedrijven dat ook niet moeten mogen.
Decennialang leidde de FCPA een slapend bestaan. De dreiging van vervolging bestond, maar in praktijk bleek de wet een papieren tijger. In de laatste jaren is de FCPA in de bestuurskamers een gevreesd wapen geworden, dat ook al enkele Nederlandse bedrijven financieel zwaar heeft getroffen. Bestuurders zoals Philips-topman Frans van Houten kunnen in theorie zelfs persoonlijk aansprakelijk worden gesteld.
De ultieme consequentie kan zijn dat een veroordeeld bedrijf geen zaken meer mag doen met de Amerikaanse overheid. Bij Nederlandse bedrijven is het overigens nooit zo ver gekomen.
Ceo Frans van Houten
Pagina 13: justitie VS treedt hard op