Leon Willems
Den Haag
Als gevolg van de Europese schuldencrisis bereidt het kabinet een wet voor die alle lagen van de Nederlandse overheid treft. Deze Wet houdbare Overheidsfinanciën (HOF) dicteert niet alleen aan welke strenge begrotingsregels de landelijke overheid moet voldoen. Het kabinet krijgt ook verregaande bevoegdheden om in te grijpen als door schulden van provincies, gemeenten en waterschappen Nederland uit de pas loopt met Europese begrotingsafspraken.
Bovendien kan de minister van Financiën organisaties aanwijzen die vooraf toestemming moeten vragen als ze geld willen lenen op de kapitaalmarkt. Dat gaat om organisaties met een publieke taak, zoals spoorbeheerder ProRail, Havenbedrijf Rotterdam, ziekenhuizen, omroep NOS, de politie en de Nederlandsche Bank.
De provincies zijn niet gelukkig met de nieuwe wet. De lagere overheden (provincies, gemeenten en waterschappen) worden elk aangeslagen voor een deel van het nationale begrotingstekort. Overschrijdt een van hen zijn aangewezen norm, dan kort het kabinet op geld dat het Rijk jaarlijks overmaakt aan het Gemeente- en het Provinciefonds.
Sommige gemeenten en provincies zijn rijker dan andere, bijvoorbeeld door de opbrengst van geprivatiseerde energiebedrijven.
Dat kan ertoe leiden dat nieuwe wegen, tunnels en spoorviaducten niet meer worden aangelegd omdat de begrotingsregels knellen voor de hele groep. Daarvoor waarschuwt Johan Remkes, voorzitter van het Interprovinciaal Overleg (IPO). ‘Er kleven absurde effecten aan de methodiek die het kabinet voorstelt’, zegt Remkes. ‘Wij willen niet dat onze investeringen een geweldige tik krijgen, want dat schaadt de economische groei. We mogen niet geregeerd worden door statistieken.’
Vervolg op pagina 3
De provincies zijn niet gelukkig met de nieuwe wet. Lagere overheden moeten altijd een sluitende begroting opstellen. Maar omdat zij boekhouden volgens het baten-lastenstelsel, kan het zijn dat ze op grond van Europese rekenregels op basis van het kasstelsel een tekort vertonen.
Onder de nieuwe schuldwet worden provincies, gemeenten en waterschappen elk aangeslagen voor een deel van het nationale begrotingstekort. Overschrijdt een van hen de norm, dan kort het kabinet op het Gemeente- en het Provinciefonds. Sommige gemeenten en provincies zijn rijker dan andere, bijvoorbeeld door de opbrengst van geprivatiseerde energiebedrijven.
Dat kan ertoe leiden dat nieuwe wegen, tunnels en spoorviaducten niet meer worden aangelegd omdat de begrotingsregels knellen voor de hele groep. Daarvoor waarschuwt Johan Remkes, voorzitter van het Interprovinciaal Overleg (IPO). ‘Er kleven absurde effecten aan de methodiek die het kabinet voorstelt’, zegt Remkes. Wij willen niet dat onze investeringen een geweldige tik krijgen, want dat schaadt de economische groei. Linksom of rechtsom moeten we met het kabinet een oplossing vinden.’ Remkes pleit voor een regeling dat Nederland zijn afspraken nakomt, maar dat de verdeling over de overheden flexibel is, bijvoorbeeld door saldering van overschotten en tekorten. ‘Voor provincies geldt het extra hard, omdat er daarvan veel minder zijn dan gemeenten, dus valt er minder te middelen’, aldus de IPO-voorman.
Het kabinet spreekt aan het begin van zijn regeerperiode af aan welke begrotingsregels het zich zal houden. Maar nooit eerder zijn in Nederland afspraken over minder uitgeven en schuldreductie vastgelegd in een wet. Zo zal de zalmnorm, die dicteert dat meevallers niet mogen worden gebruikt voor uitgaventegenvallers, tevens voor toekomstige kabinetten gelden, ook al hebben die geen liberale signatuur. Het wordt dus moeilijker voor komende regeringen om begrotingsregels te versoepelen.
Johan Remkes
Foto: HH