Pieter Lalkens en Pieter Couwenbergh
Amsterdam
De financiële sector wacht een nieuwe crisis. Na de kredietcrisis en het Europese schuldenprobleem dreigt de vastgoedsector de bedrijfstak te destabiliseren.
Dat zegt Jan Sijbrand in zijn eerste interview als directeur toezicht bij de Nederlandsche Bank (DNB). ‘Vastgoed is een probleem voor de sector door het structurele overaanbod aan kantoren en winkelpanden. Er is minder behoefte vanwege het nieuwe werken en het internetwinkelen.’ Naast banken hebben verzekeraars en pensioenfondsen miljarden euro’s uitstaan in commercieel vastgoed.
De voormalig risicomanager van ABN Amro en NIBC Sijbrand is in juli aangetreden en krijgt een zwaardere functie in vergelijking met zijn voorgangers. DNB-president Klaas Knot blijft eindverantwoordelijk, maar Sijbrand is als directeur toezicht aanspreekbaar op eventuele ongelukken bij financiële instellingen.
Sijbrand noemt het zijn eerste zorg dat er snel een juiste waardering komt van commercieel vastgoed en dat er snel zicht is op wie wat heeft. ‘Zolang er twijfels zijn over de waardering, is er geen vertrouwen in de markt en zullen financiers of beleggers zich niet melden voor financiering van banken. Daardoor zeuren de problemen onnodig lang door’, zegt hij met een verwijzing naar de lessen uit de krediet- en de schuldencrisis. Op het moment dat er wel duidelijkheid is over vastgoedwaarderingen zijn er volgens hem meer gespecialiseerde kopers die het vastgoed willen overnemen.
Omdat er nauwelijks handel is, zijn de prijzen niet neerwaarts aangepast. Zo probeerde vastgoedbelegger Uni-Invest eind vorig jaar vergeefs zijn noodlijdende kantorenportefeuille te verkopen. Zelfs een korting van 40% kon beleggers niet verleiden.
Sijbrand noemt de oprichting van een zogeheten ‘bad bank’, waar slechte vastgoedportefeuilles in worden gestald, ‘één van de instrumenten in onze gereedschapkist’. ‘Het is een optie, maar we hebben geen concrete plannen. Het is ook niet zo eenvoudig, want er moet dan heel veel kapitaal in die bad bank worden gestort en waar haal je dat dan vandaan?’ De overheid als eigenaar van een bad bank voor al het vastgoed van Nederlandse financiële instellingen is theoretisch een mogelijkheid, maar Sijbrand gelooft niet dat de belastingbetaler bereid is de portemonnee te trekken om daarvoor het benodigde kapitaal te leveren.
Het toezicht van DNB zal zich dit jaar behalve op vastgoed ook richten op de vraag of banken hun geld wel duurzaam verdienen. Daarnaast kijkt de toezichthouder naar de omvang van de hypotheekportefeuilles en de wijze waarop banken zichzelf financieren, nu de kapitaalmarkten stroef lopen.
Sijbrand acht het onvermijdelijk dat banken krimpen omdat kapitaalmarkten niet de financiële ruimte verschaffen van vóór de crisis. Bij verzekeraars heeft DNB zorg over de winstgevendheid van de levensverzekeraars.
DNB houdt dit jaar ook de vinger aan de pols bij de herstelplannen van de banken gelet op de verscherpte kapitaaleisen van toezichthouders zoals het Basels Comité. Uit die herstelplannen blijkt volgens Sijbrand dat ‘veel banken nog een flinke kloof moeten overbruggen en soms uitgaan van rooskleurige veronderstellingen. Alle banken gaan in hun plannen bijvoorbeeld uit van een groei van hun marktaandeel in de spaarmarkt. Dan weet je dat ze te optimistisch zijn en vraag je een nieuw en realistischer plan.’
De toezichtsdirecteur is ‘helemaal tegen’ een splitsing van banken in kleine nutsbanken en zakenbanken, zoals sommige Kamerfracties bepleiten. Volgens Sijbrand zou in de zakenbank dan € 1600 mrd aan kredieten aan multinationals en handelsfinanciering zitten die moet worden gefinancierd met buitenlands spaargeld en op de geld- en kapitaalmarkt. ‘Daarvoor beleggers interesseren is heel moeizaam. Het is een onmogelijke structuur. Dit moet je niet willen.’
DNB-directeur Jan Sijbrand : ‘Zolang er twijfels zijn over de waardering, is er geen vertrouwen in de markt.’
Lees zaterdag interview in FD Weekend: Jan Sijbrand gaat scherp aan de wind zeilen
Risicospecialist
Jan Sijbrand (57) promoveerde in de wiskunde en begon zijn werkzame leven bij Shell. De langste tijd, van 1992 tot 2011, werkte hij in de bankensector. Zijn werkgevers waren de Rabo, ABN Amro en NIBC. Hij specialiseerde zich in risicobeheer. Bij ABN Amro en NIBC was hij de hoogste risicomanager. Sinds 1 juli 2011 is hij directeur toezicht bij de Nederlandsche Bank.