Met de verkoop aan SABMiller is de band tussen de familie De Groen en Grolsch na 111 jaar verbroken. Een onvermijdelijk, maar pijnlijk proces. Brouwersdochter Annick van der Lof-de Groen blikt terug.
Rob van 't Wel
Een slordige driehonderd miljoen euro mochten de kinderen van de oprichtersfamilies verdelen toen hun brouwerij Grolsch begin dit jaar werd verkocht. Ook Annick van der Lof-de Groen, dochter van oud-directeur Jan de Groen, kreeg een mooi bedrag overgemaakt. Het stond in geen verhouding tot de pijn die de breuk tussen haar familie en de brouwerij heeft veroorzaakt: 'Kort na de verkoop werd ik regelmatig op straat gefeliciteerd met de prijs. Het is moeilijk aan die mensen uit te leggen dat geld voor ons niet de belangrijkste leidraad was.'
'Al dat geklets over centen' doet haar soms verzuchten dat ze 'blij is dat het allemaal achter de rug is'. Het laatste wat ze wil, is dat de familieleden als ordinaire graaiers de geschiedenis in gaan. Dus zegt ze in de tuin van haar prachtige stadsvilla in hartje Almelo: 'Gelukkig hadden we dit huis al gekocht ver voordat we de aandelen van de hand deden.'
Grolsch zit de brouwersdochter in het bloed en is er nog lang niet uit, ook al was de weg naar de breuk vaak onaangenaam. De Groen en Grolsch zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Daarom wil ze praten, voor één keer. Misschien ook zijn haar woorden anderen tot steun, want voor haar staat het verhaal over de band en de breuk van de familie en Grolsch voor veel meer dan louter een Twentse geschiedenis. Ze praat op persoonlijke titel, niet namens de familie: 'We zijn en waren in de familie heel goed met elkaar, maar ik kan alleen voor mezelf spreken.'
Alles in huize De Groen stond in het teken van de brouwerij en bier. 'We zijn opgegroeid met het besef dat het goed moest gaan met het bedrijf', zegt de voormalige zakenvrouw en CDA-politica - ze gaat op voor een plaats in het bestuur van het Waterschap Regge en Dinkel. Als kind krijgt ze steeds te horen dat water, de basis van bier, een kostbaar goed is. En dat mineraalwater in een flesje onzin is. 'Vader kon vaak niet mee op vakantie omdat hij aan het werk was. Of hij kwam later, of moest eerder weg. En als de brouwerij een korfbal- of volleybalvereniging ging sponsoren, moesten wij natuurlijk bij die club. Ga er maar naartoe, kreeg ik dan te horen en dat was niet vrijblijvend. Dat besef heeft mij heel sterk bepaald. Je cijfert je voor de zaak weg. Dat geldt voor alle leden van de familie.'
De band tussen de familie De Groen en de brouwerij Grolsch gaat terug tot 1897. Dan koopt Theo de Groen zich in bij de uit 1615 stammende brouwerij uit Groenlo in de Achterhoek. Drie generaties lang zal de familie de hoogste posities binnen het bedrijf bekleden. En ook daarna blijven De Groen en Grolsch, dat inmiddels ook een brouwerij in Enschede heeft, voor velen synoniem aan elkaar. Nog altijd werken enkele familieleden, zij het minder zichtbaar voor de buitenwacht, bij het bedrijf. Eind vorig jaar klopt SABMiller aan: of de familie haar belang wil verkopen. Het Engels-Zuid-Afrikaanse concern ziet grote kansen voor het luxemerk Grolsch en is gevallen voor de hypermoderne brouwerij in Boekelo, die de oude productiebedrijven in Enschede en Groenlo heeft vervangen. Maar om merk en brouwerij in handen te krijgen moet om te beginnen de familie gepaaid worden, want die bezit eind vorig jaar nog altijd 37% van de aandelen.
De verstrengeling van bedrijf en familie is lang niet altijd gemakkelijk geweest. De erfenis van de brouwersfamilie zit de tiener Annick regelmatig in de weg. Op de middelbare school in het Enschede van de jaren zeventig voelt ze zich als telg uit een lokale dynastie bekeken, zeker door de leraren die met hun hoofd nog in de linkse jaren zestig verkeren. Ze voelt dat ze zich extra moet bewijzen. Het katholieke meisjesinternaat ver weg van Enschede biedt uitkomst. De besloten meisjesgemeenschap in Amersfoort beschermt de brouwersdochter tegen de vijandige buitenwereld en brengt haar juist vrijheid in plaats van eenzaamheid, zoals bij veel van haar internaatgenoten het geval is. De bierloze wereld brengt rust en daarmee de mogelijkheid om te ontdekken wie ze is.
Thuis in het ouderlijk huis in Enschede is Grolsch altijd aanwezig, met alle voor- en nadelen die daar aan kleven. 'Met oud en nieuw zaten wij niet thuis achter de oliebollen, maar als brandwacht in de brouwerij om te kijken of vuurpijlen geen schade zouden aanrichten. Daar hadden we namelijk heel slechte herinneringen aan.' Ze schildert die ene oudejaarsnacht dat de nieuwe brouwerij in Enschede getroffen werd door een vuurpijl. 'De brouwerij zou de volgende dag, 1 januari, in gebruik worden genomen. Maar die nacht brandde de fabriek volledig uit.'
De verbondenheid gaat veel verder dan verplicht vakantiewerk en brandwacht op oudejaarsnacht. 'Mijn vader stond gewoon in het telefoonboek, met achter zijn naam directeur Grolsch. Dat was bewust, want je bent deel van de gemeenschap en dan moet je je niet verstoppen. Ik herinner me nog de telefoontjes die er kwamen over de zaak. Sommigen waren verschrikkelijk, zoals van een woedende ouder die 's avonds laat belde omdat een dronken automobilist een kind had doodgereden. En dat die tragedie onze schuld was. Of de gesprekken met een chauffeur van een bierwagen die in de dode hoek een fietser had geraakt. Een vreselijk voorval natuurlijk, maar tegelijkertijd was het ook goed, omdat die gesprekken hielpen bij het verwerkingsproces.'
Dat ze na haar schoolperiode haar eigen weg kiest, zegt meer over haar karakter dan over haar betrokkenheid bij het familiebedrijf en de regio. Na omzwervingen in het buitenland begint ze uiteindelijk haar eigen bedrijf - natuurlijk in Twente. Grolsch is nooit ver weg.
De behoedzame beursgang in 1984 - bedoeld voor familieleden die hun belang in het bedrijf willen verkopen - luidt achteraf bezien de onafwendbare scheiding tussen familie en bedrijf in, zo weet ze nu. Haar vader Jan, die op dat moment in de directie van het bedrijf zit, voelt haarfijn aan dat het het begin van het einde is. 'Ik weet nog dat hij op de avond voor de beursgang met een dienblad en burgemeestersglazen met van die glazen voetjes de kamer in kwam. "Vanavond drinken we een speciaal biertje", zei hij. "Morgen is het niet meer van ons." Ik vond dat raar, maar hij bleek dat heel scherp gezien te hebben.'
Na de beursgang wordt de relatie tussen bedrijf en familie stapje voor stapje zakelijker. Het komt onder andere tot uiting bij de jaarlijkse vergadering van de stichting waarin de familiebelangen in het bedrijf zijn gebundeld. Die bijeenkomsten vinden de eerste jaren op de brouwerij plaats, maar na verloop van jaren verdwijnt de familievergadering naar een gelegenheid buiten het bedrijf. Het gebeurt op initiatief van de nieuwe Grolsch-bestuurders, die voor het merendeel van buiten komen.
De verwijdering gaat gepaard met spanningen over en weer. De familie voelt zich emotioneel betrokken bij en verantwoordelijk voor alle ontwikkelingen in de brouwerijen in Groenlo en Enschede. Tegelijkertijd is er een gevoel van onmacht, omdat het roer aan buitenstaanders is overgegeven. De nieuwe bestuurders voelen op hun beurt de priemende ogen van de familie altijd in de rug. De meningen van de familie weerklinken niet alleen via de raad van commissarissen waarin de De Groens lang vertegenwoordigd zijn, maar ook via werknemers. Voor veel van de Grolsch-arbeiders is de familie nog altijd maatgevend. De bestuurders weten dat ze de familieleden niet mogen schofferen, gezien de strategische waarde die het aandelenbelang van de familie vertegenwoordigt. Maar niet elke bestuurder kan met dat spanningsveld even goed uit de voeten.
Annick van der Lof-de Groen herkent de situatie. Haar reactie kenmerkt haar tweeslachtige houding ten opzichte van de gebeurtenissen. De zakenvrouw in haar erkent dat buitenstaanders goed kunnen zijn voor een bedrijf, omdat ze met afstand kijken, zich in hun beslissingen niet laten leiden door emotionele banden. De brouwersdochter in haar heeft een ander verhaal: 'De band met de brouwerij ligt voor buitenstaanders anders dan voor de familie. Nogal wat buitenstaanders vonden Twente veel te ver weg. Die hadden de nieuwe brouwerij ook het liefste in Utrecht of de Randstad gezet. Dan zaten ze dichter bij hun sociale contacten. Er zijn van die mensen maar heel weinig na hun pensioen hier in de buurt blijven hangen. Dat zegt iets over hun betrokkenheid met de regio, die voor ons heel belangrijk was.'
Ook de commissarissen van Grolsch blinken de afgelopen 25 jaar niet allemaal uit door begrip of gevoel voor de kwetsbare relatie tussen bedrijf en familie: 'Alles wat met of van de familie was, moest op afstand komen te staan. Dat was voor ons, maar ook voor vele mensen in het bedrijf, ook een grote verandering. Zij waren gewend aan 'meneer Andries', 'meneer Jan' enzovoort, die er altijd toch ook voor hen waren.'
De kloof tussen de familie en de brouwerij wordt almaar groter. Een paar jaar geleden bereikt de relatie in haar beleving een dieptepunt wanneer haar vader de fabriek wil bezoeken. Hij wordt op een rondleiding meegestuurd met een willekeurige groep bezoekers, een gezelligheidsvereniging uit Drenthe. 'Ik heb me toen wel afgevraagd hoe het zover heeft kunnen komen.'
Met de verkoop aan SABMiller, die in februari dit jaar afgerond wordt, is de aanwezigheid van de familie definitief voorbij. Het gemeenschappelijke aandelenvehikel van de familie speelde bij dat afscheid voor het laatst een belangrijke rol. In die Stichting NBC zitten de aandelen van de vier takken van oprichters. Dat zijn drie takken De Groen van Jan en Theo (Enschede), Frans en Andries (Groenlo), Hein en Herman (eveneens Groenlo) en de erven van Harry Roelvink, die ooit als directeur van de Twentsche Bank participeerde in de regionale brouwerij. Bij elkaar is het een groep van zo'n zestig mensen, die heel verschillende aandelenbelangen in de stichting hebben. Kleine en grote pakketten.
Voorzitter van de NBC-stichting is Harm van der Lof, kind van de oprichtersfamilie van het voormalige Twentsche Kabel (tegenwoordig TKH) uit het naburige Haaksbergen. Hij is ook echtgenoot van Annick de Groen. 'Toen ik hem ontmoette, wist ik niet dat hij de kleinzoon was van de oprichter van Twentsche Kabel. Dat hij de emoties van een familiebedrijf kent, hebben we er gratis bij gekregen, zeg ik wel eens schertsend. Het is een heel verstandige zet van mijn vader geweest om Harm op te nemen in het bestuur van NBC; enige tijd later is hij door de anderen gekozen als voorzitter.'
In 1998 moeten de familieleden onder leiding van Van der Lof voor het eerst serieus nadenken over een afscheid van de familie-erfenis. Het Belgische Interbrew meldt zich voor overname, juist op het moment dat Grolsch een nieuwe brouwerij wil bouwen. 'Interbrew liet weten alleen met de oude brouwerij in Groenlo verder te willen', herinnert ze zich. 'Met dat gegeven was het ondenkbaar voor ons om over verkoop na te denken. Wij hebben altijd willen denken om wat het beste voor de onderneming was.'
Dat uitgangspunt is verankerd in de criteria die de familie had opgesteld voor een eventuele verkoop. Zij gelden ook voor de transactie met SABMiller. De identiteit van het merk, de betrokkenheid bij de regio en de uitstraling spelen daarbij een belangrijke rol. 'Maar het belangrijkste voor ons was de vraag: wat is het beste voor de onderneming. Wij hebben ons bezit bij de geboorte gewoon gekregen. Dat vraagt om verantwoordelijk rentmeesterschap.'
Nu de banden met de brouwerij door de verkoop ook juridisch zijn verbroken is het tijd om nog meer afstand te nemen. 'Geleidelijk aan ben ik me gaan realiseren dat ik de emotie bij het bedrijf iets moest gaan loslaten', zegt ze. 'Wij hebben allen onze kinderen duidelijk moeten maken dat er geen ander bier is dan Grolsch, maar dat hun toekomst daar niet kan liggen. Ik geloof wel dat ze dat begrijpen.'
Uiteindelijk brengt ze haar dubbelhartige gevoelens over de breuk samen in één overpeinzing: 'Ik ben ervan overtuigd dat de overname door SABMiller Grolsch meer kansen biedt. Tegelijkertijd blijft de brouwerij voor mij persoonlijk altijd op de achtergrond aanwezig. Als ik een vrachtwagen van Grolsch zie rijden, wil ik eigenlijk altijd even toeteren. En als ik in de supermarkt ben, kijk ik altijd even naar het Grolsch-schap. Ik ben trots op een bedrijf waar ik misschien zelf geen zweetdruppel heb achtergelaten, maar waarmee ik me wel heel sterk verbonden voel. Hoewel steeds meer op afstand, houd ik nog steeds van Grolsch, dat neemt niemand mij af. Ik ben en blijf mijn hele leven een dochter van een brouwer.'
'Op oudejaarsnacht zaten wij niet thuis achter de oliebollen, maar als brandwacht in de brouwerij'
'Die buitenstaanders hadden de nieuwe brouwerij graag in de Randstad neergezet'
'Wij hebben ons bezit bij de geboorte gekregen. Dat vraagt om verantwoordelijk rentmeesterschap'
Illustratie: Grolsch/Studio FD