Pensioenuitkeringen kunnen gevaar lopen. Ik schreef (FD 14 oktober) dat dit het geval is als de betreffende pensioenverzekeraar omvalt. Het persbericht van de Nederlandsche Bank dat we ons over de pensioengelden in Nederland geen zorgen hoeven te maken vond ik niet volledig. Richard Weurding, die mag spreken namens alle verzekeraars, reageerde (17 oktober) ontkennend op mijn stuk.
Ik wil op twee vragen ingaan. Ten eerste: kan een verzekeraar inderdaad omvallen? En ten tweede: worden de pensioengelden dan inderdaad gered, zoals Weurding stelt?
Een verzekeraar kan omvallen. We hebben dit gezien bij Vie d'Or in de jaren negentig en het kan ook nu nog. Als het vertrouwen in een verzekeraar afneemt (ik noem Fortis en Aegon en sinds afgelopen vrijdag ook ING), kunnen individuele polishouders besluiten hun premiebetalingen stop te zetten. Ook kunnen ze hun polissen afkopen (en de fiscale gevolgen hiervan accepteren). Als polishouders dit massaal doen, komt een verzekeraar direct in de problemen. Net als een bank waar spaarders hun geld opeisen. Ook bedrijven kunnen besluiten hun pensioencontract niet te verlengen en de gelden over te hevelen, weg te halen. Er lopen elk jaar vele collectieve pensioencontracten af die allemaal binnen hun opzegtermijn zijn opgezegd (dat is beter onderhandelen).
En als een verzekeraar dan omvalt, is er dan een opvangregeling? Ja, die is er. Deze houdt in dat vlak vóór het faillissement door DNB wordt geprobeerd de (pensioen)gelden bij een andere verzekeraar onder te brengen. Deze regeling is in het leven geroepen mede door de ondergang van Vie d'Or, een kleine verzekeraar. En dat is nu precies waar de schoen wringt: de opvangregeling is bedoeld voor het omvallen van kleine verzekeraars. Als ING, en zijn verzekeraar Nationale-Nederlanden, omvalt, heeft de opvangregeling, waarover ook Weurding spreekt, verreweg niet genoeg kracht om te redden. Vandaar mijn advies aan Wouter Bos om ook voor de pensioenspaargelden garant te gaan staan. Kleine moeite, groot plezier.
En er is nog een probleem waarvoor de geruststellende woorden van DNB niet gelden: de door bedrijven 'op afstand gezette' pensioenfondsen. Deze bedrijven hebben met hun pensioenfonds afgesproken nooit bij te hoeven springen als het pensioenfonds in de problemen komt (de zogenoemde collective defined contribution-regelingen, cdc). Op dit moment verkeert naar schatting de helft van alle zeshonderd pensioenfondsen in de problemen: hun beleggingen zijn veel minder waard geworden, terwijl de waarde van hun verplichtingen is gestegen. Collega-actuaris Heemskerk vertelde dit al in Buitenhof. Pensioenfondsen die door hun bedrijf op afstand zijn gezet, kunnen dus niet meer bij het bedrijf aankloppen voor extra geld.
Dit kan betekenen dat de pensioenrechten moeten worden verlaagd. Dit heet afstempelen in het jargon en houdt in dat opgebouwde rechten worden verlaagd. Voor actieve werknemers kan dit later wellicht nog worden hersteld, maar voor reeds gepensioneerden betekent dit direct een verlaging van hun uitkering. En ik voorspel u: deze nachtmerrie zal uitkomen. DNB is niet blij geweest met deze cdc-regelingen (en terecht), maar heeft hier nooit echt iets tegen gedaan. We moeten ons dus wél zorgen maken en ook deze weeffout herstellen.
Stephen Verdonkschot is actuaris bij HV& P Adviseurs en actuarissen.
Kredietcrisis vertroebelt zicht op pensioenrisico's
Op de in 2005 ingevoerde nieuwe boekhoudregels op pensioengebied was veel commentaar. Bedrijven wezen op de aparte juridische entiteit van hun pensioenfonds en de toereikende vermogenspositie daarvan, terwijl zij toch een balansvoorziening moesten opnemen. Met de kredietcrisis ontstaat echter een volstrekt andere situatie. De extreme risicoaversie als gevolg van de crisis heeft als neveneffect dat de (directe) pensioenrisico's veel minder of niet tot uitdrukking komen in de commerciële balans van bedrijven.
De buffers van een groot aantal pensioenfondsen zijn de afgelopen tijd gedaald tot onder het vereiste niveau. Naast de sterke daling van de aandelenmarkten heeft de dalende rentestand hier ook aan bijgedragen. Pensioenfondsen moeten voor de waardering van hun verplichtingen uitgaan van de rente op basis van de swapcurve die DNB publiceert. Deze is de afgelopen maanden gedaald, met name voor langere looptijden, zodat de waardering van verplichtingen hoger uitvalt. Door de daling van de aandelenmarkten en de rente komt een groot aantal pensioenfondsen in de situatie dat zij hun financiële positie moeten versterken. Hierbij kunnen zij naast het verminderen van de indexatie aan hun deelnemers, een hogere pensioenpremie vragen van werkgevers en werknemers. Als de financieringsovereenkomst het toelaat, kunnen ze de werkgever om een kapitaalinjectie vragen.
Werkgevers gebruiken bij de boekhoudkundige waardering van hun pensioenverplichtingen andere maatstaven dan pensioenfondsen. Een van de verschillen is het hanteren van de marktrente van hoogwaardige bedrijfsobligaties als discontovoet. Wanneer zij op dit moment een berekening van hun verplichtingen maken, dan blijkt dat de te hanteren rente niet is gedaald, maar is gestegen ten opzichte van vorig jaar. De dalende rente voor risicovrije obligaties wordt namelijk meer dan tenietgedaan door een sterk opgelopen creditspread op bedrijfsobligaties als gevolg van de kredietcrisis. Hierdoor valt de waardering van verplichtingen juist lager uit. Op dit moment zorgt de boekhoudkundige waardering er dus voor dat het effect van de daling van de aandelenmarkt wordt gedempt. De balanspositie van de onderneming wordt hierdoor minder geraakt dan initieel verwacht.
De situatie bij het pensioenfonds kan er echter voor zorgen dat extra geld in het pensioenfonds gestoken moet worden: door werknemers of werkgever. De boekhoudkundige verwerking van pensioen in de jaarrekening geeft op dat moment dus mogelijk de slechte situatie van het pensioenfonds niet geheel weer. Ter illustratie: bij een gemiddelde looptijd van de pensioenverplichtingen van 20 jaar bedraagt de gepubliceerde swaprente per 30 september 2008 ongeveer 4,7%, terwijl een rente van 6,8% op hoogwaardige bedrijfsobligaties nu niet ongebruikelijk is. Deze uiteenlopende rentestanden zorgen voor een verschil bij het waarderen van de verplichtingen van ruim 40%. Een dergelijke afwijking kan ervoor zorgen dat, terwijl het pensioenfonds acuut geld nodig heeft, de commerciële balans de indruk geeft dat de pensioensituatie er nauwelijks slechter of zelfs beter voorstaat dan een jaar geleden.
Drs. Marc Bout is partner bij Deloitte Financial Advisory Services; drs. Dirk Korbee is Senior Manager Actuarial & Employee Benefits bij Deloitte Financial Advisory Services.
Donkere luchten boven de pensionado.