*

Econoom past bescheidenheid Pijnlijk tekort aan historisch kader en besef | Het Financieele Dagblad
Inloggen
E-mailadres
Wachtwoord
Onthoud mij
Inloggen
 
weekend

Econoom past bescheidenheid Pijnlijk tekort aan historisch kader en besef

Graaf, F.J. de
Saturday 05 September 2009, 01:00
Email-a-Friend
Naam ontvanger
E-mail ontvanger
Naam verzender
E-mail verzender
 

Meer over dit onderwerp

Frank Jan de Graaf

De economische wetenschap heeft zich de afgelopen twintig jaar ontwikkeld tot een wetenschap waarin één methode en één theorie alleenrecht hebben gekregen: de markt heeft altijd gelijk. Dat alleenrecht heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan het ontstaan van de kredietcrisis. Daarom zouden economen zich meer historisch besef moeten verwerven en meer academische bescheidenheid moeten tonen.

Het indrukwekkendste mea culpa van het afgelopen jaar kwam ongetwijfeld van Alan Greenspan, voormalig voorzitter van het Amerikaanse stelsel van centrale banken. In een hoorzitting van het Amerikaanse congres over de kredietcrisis stelde hij: 'Ik heb de fout gemaakt te verwachten dat eigenbelang van organisaties, vooral van banken en anderen, het beste middel was om aandeelhouders, het eigen kapitaal en het bedrijf te beschermen.' Hierop vroeg de voorzitter van de commissie of hij daarmee van mening was dat 'zijn opvatting van de wereld, zijn ideologie, niet correct was, niet had gewerkt'? Greenspan beaamde dit volmondig: 'Absoluut, precies!'

Met zijn schuldbekentenis erkende Greenspan het falen van de neoklassieke benadering van de economie waarin wordt aangenomen dat egoïstisch gedrag van rationele mensen op vrije markten uiteindelijk leidt tot het hoogste maatschappelijke nut. Het moet een schok zijn voor de economiestudenten van deze tijd. Zij zijn opgevoed met neoklassieke denkbeelden. Vakken als overheidsfinanciering, ondernemingsfinanciering, bankleer, risicomanagement, en managementaccounting zijn doorspekt met de opvattingen die een belangrijke bijdrage leveren aan het ontstaan van de kredietcrisis. De meeste hoogleraren die de afgelopen 15 jaar zijn benoemd, werken vanuit neoklassieke denkbeelden en de methodologische voorkeuren die daarbij horen.

Nu heeft neoklassiek economisch denken veel goeds gebracht. De Britse premier Margaret Thatcher, de Amerikaanse president Ronald Reagan en onze eigen premier Ruud Lubbers kregen er in de jaren tachtig de economie weer mee aan de gang. Op datzelfde moment werd de economische wetenschap nog overheerst door marxistisch en socialistisch denken. Ondanks de toenmalige kritiek van veel Nederlandse economen bleek marktwerking een zegen.

Nu blijkt de keerzijde van dit denken. Door falende financiële markten is de economie in een crisis gestort. Hoog tijd voor een debat over de economische opvattingen zoals die worden onderwezen op universiteit en hogeschool. Het debat moet gaan over de houdbaarheid van vier onjuiste aannames in de huidige economische wetenschap. Studenten hebben de afgelopen jaren geleerd dat het in de economie gaat om (1) rationele individuen die streven naar (2) maximale behoeftebevrediging bij (3) volledige informatie op een (4) markt die naar evenwicht streeft. Het heeft geleid tot een generatie economen die heilig geloven in marktwerking, die alleen modellen kunnen bouwen en vooral bezig zijn nuances aan te brengen binnen bestaande economische theorie.

De Nobelprijzen voor de economie van de afgelopen tien jaar zijn toegevallen aan economen die aannames over marktevenwicht, rationeel handelen, optimale behoeften bevrediging en volledige informatie nuanceerden. Tot fundamentele reflectie op economische denkbeelden in het academisch curriculum leidde dit niet.

De eenzijdigheid van academici heeft grote gevolgen voor de praktijk. De neoklassieke theorie is onversneden, zonder enige nuance, overgenomen door beleggers, bankiers, risico managers en toezichthouders zoals Greenspan. Veel beleggers geloven echt dat de markt bepaalt, egoïsme goed is en prestaties objectief zijn te meten. De overdrijving van wetenschappelijke modellen is één op één vertaald naar de werkelijkheid. Bij banken, verzekeraars, advieskantoren en pensioenfondsen is daarom een verknipt beeld van de werkelijkheid ontstaan.

Dit heeft geleid tot ongezonde praktijken. Onder beleggers is bijvoorbeeld de portfoliotheorie almachtig. Er wordt hierin zozeer vertrouwd op modellen, dat de meeste pensioenfondsen hun geld blind beleggen in indexen. APG, de vermogensbeheerder van het ABP, het grootste pensioenfonds van Nederland, heeft hierdoor bijvoorbeeld meer dan 4000 bedrijven in portefeuille. Door deze indexbenadering konden aandeelhouders geen effectief toezicht uitoefenen op banken. Sterker nog, indexbeleggen gaat er vanuit dat het helemaal niet belangrijk dat aandeelhouders weten wat in een bedrijf gebeurt. Inmiddels weten we de keerzijde van deze technische benadering. Doordat beleggers niet wilden weten waar ze in belegden, hadden charlatans en oplichters zoals Bernard Madoff het gemakkelijk.

Een tweede ongezonde praktijk is de bijna exclusieve nadruk op financiële data. Natuurlijk bestaan bedrijven bij de gratie van het geld dat ze verdienen. Maar wanneer de balans alleen nog wordt gebruikt als managementinstrument en niet als weergave van de actuele situatie wordt het paard achter de wagen gespannen. Een rating of een goedgekeurde jaarrekening zegt dan weinig over de werkelijkheid. Om echt inzicht te krijgen in risico's, moeten we weer naar alle aspecten van een bedrijf kijken.

Hoogleraren en docenten hebben in hun colleges onvoldoende gewaarschuwd voor de zwakke kanten van hun kennis en methoden. Er is een praktijk ontstaan waarin economen die zijn geschoold in een bepaalde methodologie, soortgelijke economen aanstellen en critici en andere wetenschappelijke disciplines negeren. Hiermee verdwijnt het kritische vermogen in universiteit en praktijk.

Zo heeft De Nederlandsche Bank al jaren het beleid dat ze naast juristen alleen kwantitatief economen zoekt. Dat zijn mensen die stuk voor stuk getraind zijn in de bouw van complexe modellen op basis van neoklassieke vooronderstellingen. Bij DNB werken momenteel weinig historici, politicologen en psychologen. Hetzelfde is gebeurd in de beleggingswereld. Bijna alle professionele beleggers hebben een CFA- of VBA- diploma. Ze zijn getraind binnen één theoretisch paradigma, de portfoliotheorie.

Modellenbouw is een sterk punt van economen, maar het is daarmee ook hun zwakte. Modellen zijn per definitie gebaseerd op beperkte aannames over psychologie, historische ontwikkelingen, menselijk falen, groepsgedrag en ideologie. De huidige methodologische blindheid van economen is strijdig met de academische traditie waarin dient te worden geleerd dat elke theorie zo goed is als zijn vooronderstellingen. Een goede econoom kent daarom de zwaktes van zijn theorie en methode en is bereid daarover het debat aan te gaan.

De huidige crisis laat zien dat economische faculteiten worden geregeerd door de tijdgeest, door modeverschijnselen. Terwijl in de jaren zeventig het marxisme zaligmakend werd, werd in de jaren negentig het neoklassieke denken almachtig. Op dit moment merken we dat een onafhankelijke wetenschappelijke benadering nodig is, waarin oog is voor populisme, groepsprocessen en de mogelijkheden en beperkingen van wetenschap.

Een nederige economie

Frits Bolkestein stelt in De Twee Lampen van de Staatsman dat beleidsmakers en politici goede beslissingen nemen op basis van logica en historisch inzicht. De tragedie van de huidige economische wetenschap is dat het zich alleen laat bijlichten door logica. Economische modellen kennen een grote logische elegantie, maar kunnen niet zonder die andere lantaarn, de historische. De praktijk op economiefaculteiten is echter anders: historische kennis en methoden komen bijna niet meer voor.

Kennis van de geschiedenis zorgt voor nederigheid. Historici zijn er als geen ander van doordrongen hoe moeilijk het is werkelijk tot inzicht te komen, om werkelijk feiten vast te stellen, zelfs als het achteraf is. Economen hebben het lef of de overmoed iets te zeggen over de toekomst. Maar wanneer het voor mensen al moeilijk is vast te stellen wat ze een week geleden deden en zeiden, in hoeverre is het dan mogelijk iets te zeggen over volgende week?

Historisch inzicht leert bijvoorbeeld dat voor de hand liggende oplossingen ten tijde van crisis niet per definitie de beste zijn. Zo bleven overheden in de jaren dertig bezuinigen omdat ze dat altijd deden in tijden van crisis. Momenteel wordt meer geld uitgegeven, terwijl nu wel eens een harde sanering de enige uitweg uit de crisis zou kunnen zijn. Cultuur, het verleden en menselijk tekorten zoals kuddegedrag bepalen de gang van de wereld.

Achterdocht

Het combineren van verschillende vakgebieden maakt economen al snel achterdochtig. Zodra de ordelijke wereld van heldere aannames en modellen wordt losgelaten, ontstaat ruimte voor allerlei soorten van opportunisme en sociaal-wetenschappelijke vrijblijvendheid. Het is onjuist aan te nemen dat economische kennis goed wordt toegepast als academische economen zich aan strikte methodologische regels houden. Doordat de methoden in de economische wetenschap los staan van de praktijk, is er sprake van massaal misbruik van wetenschappelijke kennis en methoden.

Toen de kredietcrisis net uitbrak en ik tegenover een gerespecteerde collega voorzichtig vraagtekens zette bij een onderneming met enorme schulden die nu ook de kasstromen had 'gesecuritiseerd', werd mijn twijfel weggewuifd. De markt zou zich normaliseren en het bedrijf zou nog lang de vruchten plukken van deze financiële innovatie. Onderwijl worstelde ik met mijn gezond verstand. Een bedrijf vol schulden kon, door het securitiseren van kasstromen, goedkoper aan geld komen? Het was alsof iemand met een tophypotheek ook nog eens zijn salaris verpandt. Hij krijgt nu tachtig procent van het salaris dat hij pas over een maand krijgt uitgekeerd.

Waarom heb ik tijdens dit voorval niet gezegd dat de we met z'n allen de weg kwijt waren? Het antwoord op deze vraag die ten grondslag ligt aan de vragen waarom banken en beleggingsorganisaties zo gigantisch tekort zijn geschoten in hun maatschappelijke taak? Als mensen voelen we ons gedwongen mee te bewegen met de massa omdat we vrezen voor onze maatschappelijke positie. Daarom steunden dertig jaar geleden universiteiten het marxisme en zijn de afgelopen twintig jaar critici van het neoklassieke denken, waaronder die marxisten en keynesianen van de universiteiten verbannen.

Er zijn ten minste drie veranderingen nodig op faculteiten bedrijfskunde en economie. Ten eerste moet kritische en onafhankelijke gedachtevorming weer centraal komen te staan. Elke decaan moet zich afvragen of meerdere denkrichtingen zijn vertegenwoordigd op zijn faculteit en hij of zij moet er voor waken dat zijn afdeling niet wordt gebruikt ter promotie van een nieuwe wereldorde, of het nu neoklassiek denken is of marxisme. Economische ontwikkeling vraagt om academische reflectie en debat. Eén theorie en één methode mag daarom nooit alleenheerschappij hebben.

Ten tweede dienen economen hun arrogante houding ten opzichte van methodologie en wetenschapsfilosofie los te laten. Methodologen leren dat een model zo goed is als de vooronderstellingen die er aan ten grondslag liggen. Dit betekent dat economen zich voortdurend moeten afvragen of ze de juiste aannames hanteren. Deze aannames kennen altijd een ideologische component die onderzoekers moeten melden. Ook wil dit zeggen dat in de economie meerdere benaderingen geoorloofd moeten zijn. Het gaat niet alleen om modellenbouw. Ook ontwikkelingen die niet in een model zijn te vatten kunnen bepalend zijn.

Ten derde wil ik wijzen op de rol van de gebruikers van economisch onderzoek. Beleidsmakers en journalisten mogen zich niet laten benevelen door jargon en vermeende autoriteit. Economisch onderzoek en analyse dient begrijpelijk en maatschappelijk relevant te zijn. Arnold Heertje pleitte twee jaar geleden in Echte Economie voor de terugkeer van een dienende economische wetenschap, een wetenschap waarin het gaat om 'leren' en waarin economen helpen bij vragen over schaarste en welvaart. Het wordt tijd dat economen weer in de leer gaan bij Heertje.

Frank Jan de Graaf is bestuursadviseur en lector International Business aan de Hanzehogeschool Groningen.

Gebrek aan debat

De neoklassieke theorie is zonder nuance overgenomen door managers, bankiers en beleggers

Modellenbouw is

een sterk punt van economen, maar

het is daarmee

ook hun zwakte

Het combineren

van verschillende vakgebieden maakt economen al snel achterdochtig

Illustratie: Max Kisman