Jan Loorbach
‘Ons rechtssysteem komt steeds meer onder druk en dat is geen goede zaak. Het gaat steeds om kleine ingrepen die gemakkelijk gebagatelliseerd kunnen worden. Maar bij elkaar genomen tekent zich een gevaarlijke ontwikkeling af. Ik maak me daar zorgen over, en wil mezelf straks niet kunnen verwijten dat ik niet tijdig heb gewaarschuwd.
Ik heb soms de indruk dat de overheid niet beseft hoe fragiel ons rechtssysteem is, en hoe belangrijk het is dat rechters en advocaten onafhankelijk kunnen opereren van de politiek. Het gezag van de rechter en de vertrouwensfunctie van de advocaat vallen of staan met het vertrouwen dat de burger heeft in hun onafhankelijkheid.
Het is niet goed dat politici steeds vaker commentaar leveren op rechterlijke uitspraken, zeker als daarover nog niet in hoogste instantie is beslist. Ook de invoering van minimumstraffen voor zware misdrijven is niet verstandig, want de speelruimte van de rechter om in een specifieke zaak tot een eigen oordeel te komen, wordt daarmee beperkt. Het gevolg is dat gezag van de rechterlijke macht wordt ondermijnd.
Ook is het geen goed idee om de toegang tot het rechtssysteem te beperken door de griffierechten te verhogen. De griffierechten voor burgers die tegen de overheid willen procederen worden straks vier à vijf keer zo hoog. Daarmee wekt de overheid de indruk dat zij bezig is zich te verschansen tegen haar eigen burgers.
De burger en de staat hebben een sociaal contract, waarin de burger afstand doet van eigenrichting in ruil voor een systeem van collectieve rechtsbescherming. Als de drempels te hoog worden, gaat de burger daar toch nog eens over nadenken, en loop je het risico dat hij terugvalt op eigenrichting.
Ook ben ik er geen voorstander van dat de overheid via verscherpt toezicht wil meekijken over de schouders van advocaten. Verbetering van het toezicht is noodzakelijk, maar het idee is nu om de leden van een nieuw college van toezicht per koninklijk besluit te laten benoemen. Dat is een schijnbare kleinigheid, maar deze toezichthouders hebben hun benoeming dan wel te danken aan een overheidsbesluit. Dat is principieel niet juist.
Het is tijd om ons ook in bredere zin te bezinnen op de scheiding der machten, want de scheiding tussen de uitvoerende regeringsmacht en de wetgevende macht van het parlement wordt door de strikte regeerakkoorden ook minder beleefd dan vroeger. Misschien vertroebelt die symbiose tussen regering en regeringsfracties ook wel het zicht op het belang van de onafhankelijkheid van rechters en advocaten.’
Tekst en fotografie: Michiel Goudswaard
Jan Loorbach (1947) is deken van de Nederlandse Orde van Advocaten.