Frits Spangenberg
‘We storten ons van de ene crisis in de andere omdat een langetermijnvisie voor onze samenleving ontbreekt. De globalisering schrijdt voort, de wereld wordt complexer, maar wij hebben geen beeld hoe ons land er in 2030 uit zou moeten zien. Dat is zorgwekkend. We moeten minder enerwgie steken in incidentenbeleid en gaan nadenken over de toekomst.
Eerst moeten we het eens zien te worden over de vraag waar we nu staan. Ik zie nu een land waarin de burgers steeds veeleisender en rechtsbewuster worden. Er groeit een claimcultuur, waardoor politici en beleidsmakers onder druk van incidenten grijpen naar wet- en regelgeving. Zij durven het geen incident meer te noemen, uit angst dat zij dan de media en de oppositie op hun dak te krijgen.
We moeten onder ogen zien dat al die steeds complexere en gestapelde regels niet te handhaven zijn. Daarbij komt dat als zij wél worden gehandhaafd, de uitkomsten vaak onredelijk zijn. De meeste regels bewerkstelligen na vijftien jaar het tegendeel van waarvoor zij bedoeld waren. De burger ziet dit, en wordt ongehoorzamer. Als we niets doen, worden mensen steeds egocentrischer, en denken zij nog minder aan hun omgeving.
Terwijl de regering niet veel verder kijkt dan haar regeerperiode, zie je dat in het bedrijfsleven de druk van de aandeelhouders om op de korte termijn resultaten te boeken, onverminderd hoog is. Ook hier zien we dat ruimte voor beleidsontwikkeling op de langere termijn beperkt is.
Er zijn geen simpele oplossingen, maar we moeten het idee van de maakbare samenleving herzien, en meer vertrouwen op zelfregulering door brancheverenigingen en op oplossingen die op wijk- of buurtniveau worden gevonden. Toezicht op het toezicht is geen oplossing. Nu maakt de overheid de burger passief.
Daarnaast kan nadenken, en vooral vooruitdenken bij het maken van beleid geen kwaad. We bezuinigden de conducteur van de tram af, om vervolgens te ontdekken dat die een belangrijke rol speelde om ongewenst gedrag van passagiers af te remmen. Politici zijn zo druk in de weer om elkaar een hak te zetten, dat ze niet vreemd moeten opkijken als de burger zich vervolgens niet meer betrokken voelt bij de politiek.
We moeten terugkeren naar de vraag in wat voor land we straks willen wonen, werken, en spelen. Een instituut als de Eerste Kamer zou daarbij een rol kunnen spelen, want die heeft minder last van de waan van de dag en de hijgerigheid van opinieonderzoek.’
Tekst en fotografie: Michiel Goudswaard