*

De Duitser is zowaar optimistischer dan ik | Het Financieele Dagblad
Inloggen
E-mailadres
Wachtwoord
Onthoud mij
Inloggen
 
column

De Duitser is zowaar optimistischer dan ik

Jong, H. de
Thursday 02 February 2012, 00:00
Email-a-Friend
Naam ontvanger
E-mail ontvanger
Naam verzender
E-mail verzender
 

Meer over dit onderwerp

Han de Jong

Vorige week mocht ik in enkele Duitse steden presentaties doen voor plaatselijke klanten van onze bank. In Frankfurt, München en Stuttgart zag ik alles bij elkaar zo’n vijfhonderd klanten. Er overkwam me iets wat ik in Duitsland in ruim 25 jaar nog niet eerder had meegemaakt: de Duitser is optimistischer dan ik.

In mijn belevenis zijn onze oosterburen altijd een tikkeltje voorzichtig, in ieder geval verhullen ze hun optimisme doorgaans met relativerende uitspraken. Vaak zit daar ook een behoorlijke dosis zelfkritiek bij. 25 jaar lang heb ik van Duitsers gehoord wat er allemaal niet aan schort in hun land. Opmerkelijk, want als wij zo succesvol zouden zijn, zou dat waarschijnlijk tot voor buitenlanders onuitstaanbare arrogantie leiden.

Nee, onze mooie traditie om WK-voetbalfinales te verliezen is, gelet op hoe we met winst zouden omgaan, absoluut een zegen voor onze internationale reputatie. Het maakt ons sympathiek, al moeten we uitkijken met ruw spel. De Duitse voorzichtigheid en zelfkritiek zijn overigens ten dele voor de bühne. Zo pessimistisch en ontevreden zijn ze nu toch ook weer niet. Wel geeft de traditionele zelfkritiek een buitenlander de gelegenheid het land juist te prijzen, wat dan weer wordt gewaardeerd.

Ik had mij op dit vaste ritueel ingesteld, maar vorige week waren die zo kenmerkende voorzichtigheid en zelfkritiek geheel afwezig. Ik was er beduusd van. Een rare gewaarwording.

Wie naar de economische realiteit kijkt, begrijpt dat er nu alle ruimte is voor optimisme en enige zelfingenomenheid in Duitsland. Als een van de weinige lijkt het land in staat zich aan het moeras van de eurocrisis te onttrekken. Duitsland is de sterkste schakel in Europa. Dat was trouwens wel anders toen de euro werd geïntroduceerd. Toen was het land de zieke man in Europa met een gebrek aan groeidynamiek.

Er zijn drie factoren aan te wijzen voor de Duitse wederopstanding. Ten eerste heeft het de tekortschietende concurrentiekracht hersteld via loonmatiging en kostenbeheersing. Daarnaast is er onder Gerhard Schröders regeringen een behoorlijke hervorming van de arbeidsmarkt doorgevoerd waardoor de flexibiliteit van de economie is toegenomen. En ten slotte heeft Duitsland gewoon mazzel gehad. Het land maakt toevallig spullen waar de snelgroeiende economieën nauwelijks genoeg van kunnen krijgen: machines en auto’s. Het Duitse succes is natuurlijk niet alleen maar geluk. Duitse auto’s verkopen in Azië veel beter dan Franse of Italiaanse.

Het is jammer dat finesse tijdens het top-overleg in de eurocrisis niet evenredig toenam met het succesvolle economische beleid en het daarop gebaseerde toegenomen zelfbewustzijn. Het tegendeel lijkt eerder het geval. Met ongeloof las ik de suggestie van Angela Merkel dat er in Griekenland een Europese curator moest komen die verantwoordelijk zou zijn voor de Griekse begroting. Je hoeft geen Einstein te zijn om aan te voelen dat het niet op een warm onthaal in Athene kan rekenen. Zelfs als middel om druk uit te oefenen, lijkt zo tegen de haren in strijken mij een wonderlijke strategie.

In de beleggingswereld leeft de bekende gedachte dat je geen aandelen moet kopen als zelfs de taxichauffeur en de schoenlapper aandelen kopen en opscheppen over hun winsten. Zou zoiets ook gelden voor de verdwenen voorzichtige en zelfkritische houding van onze oosterburen? Is het nieuwe Duitse zelfbewustzijn de spreekwoordelijke hoogmoed voor de val? Ik hoop van niet. En laten wij vooral profiteren van het Duitse optimisme, zo lang als het duurt. Van nature ben ik echter iemand die moeite heeft met veranderingen. Ik verlang terug naar de traditionele Duitse voorzichtigheid. Mijn bezoek vorige week gaf me een ‘unheimisch’ gevoel.

Han de Jong is chief economist van ABN Amro.

Als wij zo succesvol zouden zijn, zou dat waarschijnlijk tot onuitstaanbare arrogantie leiden