De Tweede Kamer bereidt zich voor op een nieuwe stap in het veiliger maken van banken: het uit elkaar trekken van de consumententak en de zakelijke tak, om een nieuwe bankencrisis te voorkomen.
Kennelijk denken de Kamerleden dat banken nog altijd grote afdelingen hebben die het spaargeld van de klant inzetten om te gokken op bijvoorbeeld een hogere dollarkoers. Waarbij het enige doel is het halen van winst, niet het bedienen van een klant die vraagt om een vaste dollarkoers.
Nederlandse banken houden zich nu nog amper bezig met het zogeheten handelen voor ‘eigen boek’. Voor de kredietcrisis van 2008 gebeurde dit wel. Toen hadden onder meer ABN Amro en Fortis dit soort afdelingen. Het is een goed initiatief om te voorkomen dat het handelen voor eigen rekening weer terugkeert, omdat het onnodige risico’s vormt voor de consumententak.
De vraag is vervolgens welke activiteiten van banken nog meer moeten worden ingedamd. In een reactie op het beeld van handelende bankiers willen sommige Kamerleden alles wat ‘zakenbankieren’ genoemd kan worden, verplicht afsplitsen of zelfs helemaal onmogelijk maken. Dat gaat te ver.
Het is ronduit schadelijk banken te verbieden bedrijven bij te staan bij een beursgang of een fusie. Bedrijven moeten aandelen en obligaties kunnen uitgeven. Dat gaat niet zonder banken die zich tijdens de emissie garant stellen. Ook willen bedrijven hun valutarisico’s afdekken. Daar hebben ze hun bank voor nodig, die op haar beurt weer naar de markt moet.
Bovendien biedt het opsplitsen slechts schijnzekerheid. Het veronderstelt dat activiteiten voor consumenten, zoals de vele tophypotheken in Nederland, altijd veilig zijn. Maar veilige activiteiten bestaan niet. De beste garantie is risicospreiding en een hoge kapitaalbuffer.