Tussen twee havenmedewerkers vindt een incident plaats. Op de vraag van de een waar bepaalde goederen moeten worden geplaatst, antwoordt de ander kortaf dat hij dat nu wel eens zou moeten weten. Wanneer de eerste hier weer op ingaat met de mededeling dat hij serieus wenst te worden genomen, reageert zijn collega met de woorden: ‘Dan moet je je broek laten zakken.’ De havenmedewerker doet hierover zijn beklag bij de bedrijfsleiding, waarop zijn collega hem luidkeels ‘lul’ noemt.
Volgens de werkgever heeft de havenmedewerker met dit gedrag de gedragscode geschonden en een onveilige werksituatie voor de medewerkers gecreëerd. In combinatie met drie eerder gegeven waarschuwingen is de maat vol en krijgt hij ontslag aangezegd.
De kantonrechter stelt voorop dat, hoewel er gedragsregels zijn opgesteld, moet blijven gelden dat bij werkgever mensen werken die elkaar af en toe irriteren en elkaar dan uitschelden. Taalgebruik als waarvan in dit geval sprake is, is ongewenst en kan door de werkgever worden bestreden met sancties, maar is niet zo extreem dat het een dringende reden voor ontslag vormt.
De beschreven situatie levert in combinatie met de eerdere waarschuwingen geen gewichtige reden op die ontbinding van de arbeidsovereenkomst kan rechtvaardigen. De eerste twee waarschuwingen hebben niet van doen met de overtreding van de gedragscode en spelen dan ook geen rol in dit voorval. De derde waarschuwing kreeg werknemer wel voor een vergelijkbaar voorval, maar die opmerking ging niet alle perken te buiten. Ook deze laatste waarschuwing maakt de situatie niet tot een gewichtige reden voor ontslag. Dat de werkgever bij deze waarschuwing heeft medegedeeld dat werknemer bij een volgende overtreding wordt ontslagen, brengt hier geen verandering in. De werknemer blijft in dienst.
Opgetekend door: Rik Winkel