Werknemer, in dienst als metaalbewerker, meldt zich begin van dit jaar ziek. Vervolgens weigert hij mee te werken aan een onafhankelijk medisch onderzoek dat zijn re-integratie moet helpen bevorderen. Werkgever besluit hierop te stoppen met het betalen van zijn loon tijdens ziekte. Ruim drie maanden later gaat werknemer door de knieën en werkt mee aan het medisch onderzoek.
Een week na dit onderzoek wordt bij het bedrijf een envelop afgeleverd, geadresseerd aan de directeur en diens vader. In de envelop zit een ansichtkaart met een foto van Hitler die de gelijknamige groet brengt, met de volgende tekst: ‘Für diejenigen, die es verdienen. Herzlichen Glückwunsch.’ De werknemer, die overigens van Joodse afkomst is, staat als afzender vermeld op de envelop. Hij wordt op staande voet ontslagen.
De kantonrechter stelt zich de vraag of het aannemelijk is dat na een bodemprocedure zal worden geoordeeld dat de genoemde grond voor ontslag, het versturen van de hierboven genoemde ansichtkaart, een dringende reden voor ontslag oplevert. Hij is van oordeel dat die vraag bevestigend moet worden beantwoord. Van een werkgever die iemand in dienst heeft die pas meewerkt aan zijn re-integratie als de betaling van zijn loon is opgeschort en die vervolgens een ansichtkaart stuurt met bovengenoemde inhoud, kan niet langer worden verlangd dat hij de arbeidsovereenkomst laat voortduren. Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter houdt het gegeven ontslag op staande voet stand.
Opgetekend door Ton Olde Monnikhof