Een purser gebruikt in de zomermaanden de zakelijke creditcard van een vliegtuigmaatschappij voor privédoeleinden. Dat mag al niet, maar ze zit goed fout als zij verzuimt de € 3200 terug te betalen aan haar werkgever. Ze wordt met onmiddellijke ingang geschorst. De werkgever meent dat er sprake is van een reden voor ontslag, maar gelet op het dertigjarige dienstverband wordt de werkneemster aangeboden de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden te beëindigen.
De purser wendt zich hierop tot haar vakbond. Een vakbondsvertegenwoordiger onderhandelt vervolgens met de werkgever per e-mail over de vaststellingsovereenkomst ter beëindiging van het dienstverband. Werkneemster kijkt in real time mee via kopieën in haar postvak. Er wordt een akkoord bereikt en de overeenkomst wordt ter tekening aan de purser verstuurd.
Echter, zij ondertekent de overeenkomst niet en reageert vijf weken later met de mededeling dat zij betwist dat overeenstemming is bereikt over beëindiging van de arbeidsovereenkomst. De purser vordert wedertewerkstelling en doorbetaling van loon, hetgeen voorlopig wordt toegewezen door de kantonrechter.
Het Hof wijst de vorderingen echter alsnog af. Het Hof acht het aannemelijk dat de vakbondsvertegenwoordiger bevoegd was namens werkneemster te handelen. Vast staat dat de purser geen afstand heeft genomen van dit voorstel, terwijl zij van dat voorstel wel op de hoogte was. De vertegenwoordiger handelde namens de purser en heeft namens haar overeenstemming bereikt met de vliegtuigmaatschappij.
Het Hof oordeelt dat de beëindigingsovereenkomst wel degelijk tot stand is gekomen. Het vonnis van de kantonrechter wordt vernietigd.