*

Vergroening jaagt winstgroei aan | Het Financieele Dagblad
Inloggen
E-mailadres
Wachtwoord
Onthoud mij
Inloggen
 
marketing

Vergroening jaagt winstgroei aan

Smit, R.
Tuesday 03 January 2012, 00:00
Email-a-Friend
Naam ontvanger
E-mail ontvanger
Naam verzender
E-mail verzender
 

Meer over dit onderwerp

Richard Smit

Scherpenzeel

Dit noemen ze de Shakira’s, wijst Ton van Keken op de schuddende trommels die kennelijk associaties oproepen met de losse heupen van de Colombiaanse zangeres. Die halen het garen en rugmateriaal van tapijttegels uit elkaar om die opnieuw te kunnen gebruiken.

‘De terugverdientijd is niet geweldig’, zegt Van Keken die bij tapijtfabrikant InterfaceFlor verantwoordelijk is voor de operaties in Europa, Afrika, het Midden-Oosten en India. ‘Maar voor tapijtklanten heeft het een enorme waarde in de markt. We gaan de terugname van gebruikt tapijt daarom met afvalverwerker Sita op Europese schaal opschalen.’

De wereldmarktleider in tegeltapijt ziet duurzaamheid als een belangrijke bron van innovatie. Eentje die nieuwe producten opleverde met 100% hergebruikt garen van oude tapijttegels of visnetten. Andere voorbeelden zijn tegels van geitenhaar of riviergras en lijmvervangende stickers die zijn afgekeken van de pootjes van een gekko.

Bij de Scherpenzeelse onderneming kijken ze goed naar de natuur. ‘We hebben designers letterlijk het bos ingestuurd’, zegt Van Keken. Daardoor heeft InterfaceFlor nu tegels met patronen van ‘georganiseerde chaos’, zoals bladeren in het bos en kiezels in rivierbanken. ‘Die zijn zo onregelmatig dat het minder snijverlies oplevert. Je kunt de tegels bijvoorbeeld in meer richtingen leggen.’

Die producten geven, omdat ze het milieu minder belasten, klanten vaak het laatste zetje. Bovendien worden de investeringen in verduurzaming bij de tapijtmaker volgens Van Keken ruimschoots goedgemaakt door de besparingen. Het bedrijf heeft in 15 jaar €433 mln overgehouden door afvalreductie en minder water- en energiegebruik.

Veel bedrijven zien vergroening meer als een maatschappelijke plicht dan als een groeikans. Onterecht, concludeerde managementdenker C.K. Prahalad twee jaar geleden uit onderzoek onder dertig grote bedrijven. Het leverde technologische en organisatorische vernieuwing op, die omzet en winst vergrootten door lagere kosten, betere producten en extra klanten.

Bij Desso uit Waalwijk, branchegenoot van InterfaceFlor, hebben ze diezelfde ervaring. Topman Stef Kranendijk zegt dat ook de grootste tapijtbedrijven, Shaw en Mohawk, zich gestort hebben op duurzaamheid. Vanuit financieel oogpunt vindt hij dat heel verstandig, zoals hij benadrukt in vele lezingen aan ceo’s.

Hij houdt ze voor dat marktaandeel en winstgevendheid van Desso zijn gegroeid nadat de cradle-to-cradlefilosofie is omarmd. Sinds het gebruik van herbruikbare grondstoffen is het Europese marktaandeel in tapijttegels volgens hem ieder jaar 2%-punt gegroeid. En de winstgevendheid van 1% naar bijna 10%.

Die groei komt volgens Kranendijk voor minstens 60% door de cradle-to-cradleaanpak. Bijna alle tapijttegels zijn daarvoor gecertificeerd, waarmee zijn klanten hun maatschappelijke doelen weer kunnen verwezenlijken. De rest van de groei schrijft hij toe aan nieuwe creativiteit in tapijtdesign. ‘Daar moest je vroeger wel eens van geeuwen.’

De tapijtindustrie versnelt de vernieuwing in productdesign. ‘Het blijft in de eerste plaats een schoonheidswedstrijd’, zegt Van Keken van InterfaceFlor. ‘Als klanten iets niet mooi vinden, kopen ze het niet.’ Net als in de modewereld komen tapijtfabrikanten steeds vaker met nieuwe collecties.

Van Keken ziet de cradle-to-cradleaanpak niet als het toppunt van duurzaamheid. ‘De cirkel sluiten is op zich een prima idee’, zegt hij, ‘maar cradle-to-cradle is wel erg de commerciële toer opgegaan. Aan de certificering, die niet transparant en onafhankelijk is, wordt goed verdiend.’

Kranendijk vindt dat ‘typisch kinnesinne commentaar van een concurrent die op duurzaamheidsgebied is ingehaald’. Hij benadrukt dat cradle-to-cradle een kostbaar en grondig proces is waarin Desso miljoenen heeft geïnvesteerd, en dat certificering wordt gedaan door onafhankelijke instituten.

InterfaceFlor gebruikt sinds het jaar 2000 levenscyclusanalyses. Daarin wordt de volledige milieubelasting van producten in kaart gebracht. Dat was de keuze van oprichter Ray Anderson. Hij schoeide het bedrijf in 1994 op duurzame leest en besloot de rest van de industrie op sleeptouw te nemen.

Door duurzame innovatie zijn tapijttegels, uitgevonden door Heuga dat overgenomen is door InterfaceFlor, nooit een bulkproduct geworden. ‘Kamerbreed tapijt is misschien een commodity’, zegt Van Keken, ‘maar tapijttegels zijn een fantastisch innovatief product. Het aantal producenten is op de vingers van een hand te tellen.’

Het trucje is niet snel te kopiëren, omdat er kennis en dure machines voor nodig zijn. ‘Dankzij die automatisering bestaat deze maakindustrie nog in Gelderland’, zegt Van Keken. De arbeidsfactor is teruggebracht tot 12%. In Scherpenzeel maken 270 medewerkers jaarlijks een miljoen vierkante meter tapijt. Drie jaar geleden waren dat er nog 350.

Die regionale productie stelt de fabrikant in staat om snel te leveren. Dat is enorm belangrijk voor architecten, zegt Van Keken. ‘Tussen de opdracht en de levering zitten vaak maar vier weken. Het bestellen van tapijt zit helaas vaak nog ergens achteraan in de besluitvorming.’

De bestedingen aan tapijt zitten wel weer in de lift, merkt Van Keken. ‘In 2008 en 2009 zakte onze omzet weg, maar sinds het eerste kwartaal 2010 zit er weer groei in. Nu rond de 10% per jaar. Het orderboek van het eerste kwartaal ziet er goed uit. We zien dat bedrijven nu bestaande gebouwen opnieuw gaan inrichten. Ze kunnen dat niet eindeloos uitstellen.’

‘Zeker de helft van onze groei komt uit de cradle-to-cradle-aanpak’

‘Zeker de helft van onze groei komt uit de cradle-to-cradle-aanpak’

Eerste tapijttegel

De familie Van Heugten vond in de jaren vijftig in Scherpenzeel de tapijttegel uit. In de fabriek daar zijn de oude tapijttegels nog te zien, maar met het merk Heuga wordt in Nederland weinig meer gedaan. InterfaceFlor, dat het familiebedrijf kocht, gebruikt die wortels van het tapijtconcern wel in de Amerikaanse thuismarkt.