*

Snoezelbus | Het Financieele Dagblad
Inloggen
E-mailadres
Wachtwoord
Onthoud mij
Inloggen
 
niet op kantoor

Snoezelbus

Rossen, E.J. van
Saturday 18 February 2012, 00:00
Email-a-Friend
Naam ontvanger
E-mail ontvanger
Naam verzender
E-mail verzender
 

Meer over dit onderwerp

E.J. van Rossen

Ze zitten achter me in een wegrestaurant, achter een pistoletje kaas en een glas thee, en noemen elkaar Laura en Annemiek. Twee leuke vrouwen, met weinig make-up en praktische kleding.

Om half drie moeten ze in Gorinchem zijn, om twee kinderen op te halen met de bus, begrijp ik.

‘Jammer dat Anna vanochtend niet kon’, zegt Annemiek. ‘Misschien maar beter met die kou’, antwoordt Laura.

Mijn uitsmijter ham-kaas wordt op tafel gezet. Ik wil eigenlijk wel een biertje.

‘Wat zei de garage trouwens?’ hoor ik achter me. ‘Remvoeringen moeten worden vervangen, en iets met de uitlaat’, antwoordt Annemiek, ‘moet sowieso voor eind maart.’ ‘Hebben we gelukkig nog even’, zegt Laura.

Er komt een vrouw binnen, met in een speciale wandelwagen een jongen van acht of negen jaar, met een hoge haargrens. Hij maakt kreunende geluiden en er zit opgedroogd spuug in zijn mondhoeken. Ze gaan helemaal achterin zitten. Tussen hen en de andere gasten zijn minstens vijf tafeltjes leeg.

Achter me wordt het stil. Laura en Annemiek hebben de moeder en haar zoon ongetwijfeld ook gezien.

De moeder trekt de jas uit van de jongen. Hij protesteert, maar het lukt. Ze bestelt iets bij de serveerster. De jongen beweegt ondertussen wild heen en weer in de wandelwagen en wijst naar de lampjes in het systeemplafond.

‘Ik zag trouwens dat het kussen, linksachter, weet je wel, waar de kussens bij elkaar komen, bovenin loszat’, hoor ik achter me. ‘Had ik ook gezien’, zegt Laura, ‘lossen we einde dag op. Wel leuk trouwens vanochtend met Vincent, hè, dan zie je toch dat ie er echt van geniet. Had jij trouwens ook het idee dat ie zich wat gemakkelijker kon bewegen?’ ‘Zeker’, antwoordt Annemiek, ‘geweldig om te zien.’ ‘Zijn moeder zag er niet goed uit, hè?’ zegt Laura, ‘die pijn, dat vind ik zo moeilijk.’

Met de woorden ‘...en een vaasje...’ zet het meisje van de bediening een biertje op tafel.

De jongen in de wandelwagen is op een of andere manier in paniek geraakt. Hij duwt de hand van zijn moeder, die hem probeert te kalmeren weg, beweegt wild en maakt kreunende geluiden. ‘Papa zien we vrijdag weer’, zegt zijn moeder, ‘want papa is heel druk, maar hij wil je dolgraag zien, vrijdag, want papa mist Vincent heel erg.’

Als ik het wegrestaurant uitloop, naar mijn auto, zie ik de bus staan. Op de zijkant staat www.stichtingdesnoezelbus.nl en ‘Snoezelen in beweging’. Een omgebouwde stadsbus, aan het eind van zijn Latijn.

Laura en Annemiek gaan straks naar Gorinchem, snoezelen met twee meervoudig gehandicapte kinderen. Maar misschien ben ik nu een kind vergeten.

E.J. van Rossen is even niet op kantoor en zit eraan te denken om geld te storten.

De jongen beweegt wild heen en weer en wijst naar de lampjes in het systeemplafond