‘Het is erg’, reageert een hoge ambtenaar van het ministerie van Binnenlandse Zaken zondagochtend om 11.00 uur. Het klinkt omineus. ‘Ik ga er niets over zeggen, het is al erg genoeg, eigenlijk. De komende dagen wordt het spannend. We moeten er heel voorzichtig mee omgaan.’
Afgelopen zondagavond 20.00 uur was de deadline. Woningcorporatie Vestia heeft in de afgelopen maanden al enkele miljarden moeten bijstorten op haar derivatenposities. Nu moet de grootste woningbouwcorporatie van Nederland nog eens op last van de banken €1,4 mrd deponeren op een derderekening, maar Vestia heeft zo veel geld niet meer. Eerdere verplichte bijstortingen hebben haar blut gemaakt.
Achtervang uit de sector
De corporatie moet het enorme bedrag lenen, maar het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) wil het benodigde krediet niet meer borgen. Tenzij er nog meer achtervang uit de sector komt, zo laat Roland van der Post, directeur van het WSW, het ministerie in Den Haag weten. Maar zonder garantstelling van WSW krijgt Vestia geen bank zo gek om nog kapitaal te verschaffen. Voor 20.00 uur zondag eist WSW duidelijkheid.
Het ministerie en het Centraal Fonds Volkshuisvesting (CFV) als toezichthouder namens de minister zitten met de handen in het haar. Vijf corporaties — van enkele zit de directeur in het bestuur van de branchevereniging Aedes — en Marc Calon, voorzitter van Aedes, geven zondagavond een intentieverklaring af. Ze zeggen bereid te zijn Vestia bij te staan. In welke vorm is nog onduidelijk.
Financiële aardschok
WSW acht zich gedekt om opnieuw een nieuw krediet aan Vestia te garanderen. De minister haalt even opgelucht adem. Het omvallen van Vestia met al haar derivaten zou flink op de sector zelf terugslaan. Via het garantieregime van WSW moeten immers in noodgevallen alle corporaties naar rato worden aangeslagen om de klappen op te vangen.
Dankzij de vijf kan het ministerie haar bemoeienis en sturende hand voor de buitenwacht camoufleren. Heel belangrijk, want de derivatencontracten van Vestia bleken eind vorig jaar gifpillen te bevatten. Ze kunnen een financiële aardschok in de sector veroorzaken. Indien het ministerie zelf had moeten ingrijpen, zou dat door de banken kunnen worden uitgelegd als een ‘change of control’ bij Vestia. Op grond van clausules in de derivatencontracten zouden de banken dan bij Vestia de derivatenposities kunnen opeisen. Dan moeten in eerste instantie de vijf grote corporaties en vervolgens alle corporaties en misschien ook nog wel de gemeenten en het Rijk voor de schade opdraaien.
Reddende engelen
De minister licht nog zondagavond een aantal Tweede Kamerfracties in. Maandag stuurt ze een vertrouwelijke brief, en dinsdag doet ze vertrouwelijk de Kamer uit de doeken hoe de zaak op scherp staat. De ellende kan nog vele miljarden meer gaan kosten, waarschuwt ze. De Kamerleden zijn onder de indruk en houden de lippen zo goed mogelijk op elkaar.
De internationale bankwereld volgt de ontwikkelingen immers op de voet. De ‘exposure’ van de banken op de sector is een kleine €90 mrd aan kredieten en daarboven op nog een miljarden aan derivaten. ‘We krijgen telefoontjes van banken waarmee we zaken doen’, zegt Jim Schuyt, directeur van De Alliantie, een van de reddende engelen van Vestia.
Alles onder controle
Nadat deze krant maandag had gemeld dat Vestia door haar derivaten in financiële problemen verkeert, laat de corporatie zelf onmiddellijk weten dat ze ‘op het ogenblik’ liquide is en dat ze haar posities afbouwt. Dinsdag laat ze ook weten de hulp van het corporatiekwintet ook helemaal niet nodig te hebben. Alles is onder controle. ‘Wij kijken naar de samenstelling van het bestuur.’
Een betere formulering dan van maandag: ‘Er wordt gekeken naar de samenstelling van het bestuur.’ De minister heeft hier niets mee van doen, aldus Vestia. Woensdag wordt Vestia-baas Erik Staal ontslagen. Niet door de minister, maar door de raad van commissarissen. De boodschap: geachte banken, Vestia dopt haar boontjes zelf.
En wie gaat hier weer voor opdraaien, ik als HUURDER.
Staal gaat gewoon op vakantie van onze centen.