Veiligheid is een groot goed in deze roerige tijden. Die wordt geboden door Amerikaanse, Nederlandse of Duitse staatsobligaties, maar tegen bodemtarieven. Een aantrekkelijk alternatief zijn staatsleningen uit opkomende Aziatische en Latijns-Amerikaanse markten, aldus de professionals. Grote beleggers als J.P. Morgan, Pimco en het Duitse Allianz bejubelen deze beleggingscategorie, en Nederlandse partijen als ING en Robeco zitten op hetzelfde spoor.
De rendementen zijn dan ook aanlokkelijk. Gemiddeld bieden staatsobligaties uit opkomende markten 6% à 7% couponrente, tegen 2% of minder op veilig geacht westers staatspapier. En als de obligaties in lokale valuta’s luiden — wat steeds meer het geval is — dan kan daar nog eens een positief valuta-effect bij komen. Stijgt na aankoop de Chinese yuan of Mexicaanse peso in waarde, dan spring je er bij de omwisseling van de opbrengst naar euro’s immers gunstig uit. Dat is ook meteen een risico. Vorig jaar waren de obligatiemarkten in de opkomende landen weliswaar stabiel, maar verloren de lokale valuta’s zo veel terrein dat er van de couponrente niets meer overbleef. Dat was uitzonderlijk, en voor de langetermijnbelegger niet echt een probleem, zegt Maurice Meijers, beheerder van beleggingsfonds Robeco Emerging Debt. ‘Over de langere termijn gemeten levert het omruileffect enkele procenten extra rendement per jaar op.’
Wie toch nerveus wordt van het valutarisico kan zijn toevlucht zoeken tot staatspapier dat in dollars of (soms) in euro’s noteert. Daarnaast luidt het merendeel van de bedrijfsobligaties uit opkomende markten in westerse valuta’s, en ook zij bieden volgens professionele beleggers prima kansen.
Emerging markets roepen bij de particulier nog altijd enige huiver op. Onterecht, vinden de kenners. Enig extra risico is er wel, maar niet genoeg om zo’n forse risicopremie — dus hogere couponrente — te rechtvaardigen. Om te beginnen staan de staatsfinanciën er in de opkomende markten prima voor, zegt investment manager Nathan Levy van ING. Terwijl westerse landen zuchten onder schulden die het bbp overstijgen, beperkt bijvoorbeeld de Indiase overheidsschuld zich tot de helft van het bbp. In China is dat zelfs maar 15%. Vandaar dat kredietbureaus als Moody’s en Standard & Poor’s hun ratings voor veel opkomende landen opschroeven. Zo kregen Brazilië en Indonesië de triple B-status, voor een grote categorie risicoschuwe beleggers het sein om in te stappen. Een land als Chili heeft zelfs een AA-status, dezelfde waardering als Frankrijk. Daarnaast wint de economische groei, voor dit jaar geschat op gemiddeld 5%, het van de westerse markten.
Wel kleven er aan een belegging in ‘emerging debt’ nog wat andere risico’s dan een eventueel valutarisico. Zoals een mindere liquiditeit: doordat de markt in dit schuldpapier veel kleiner is dan bijvoorbeeld de Amerikaanse obligatiemarkt, zijn de koersuitslagen hoger. En als beleggers het door slecht nieuws over de wereldeconomie op hun heupen krijgen, zullen zij als eerste geld uit emerging markets terughalen. Dat gebeurde vorig jaar september. Ook dit hoeft langetermijnbeleggers niet af te schrikken, vindt Levy van ING. ‘De stroom van kapitaal naar opkomende landen neemt structureel toe.’ Dat leidt tot hogere koersen en, in combinatie met een krachtiger economische groei, tot aantrekkende valuta’s.
Verder zijn er de zogenoemde landenrisico’s. Denk aan corruptie, maar ook aan weinig transparante verslaglegging of een minder gunstige positie van de obligatiehouder. ‘Je kunt je wel voorstellen dat als in Rusland een bedrijf failliet gaat, je als westerse investeerder bij de afhandeling niet meteen aan tafel zit. Hoe dat bijvoorbeeld in een jonge obligatiemarkt als China gaat, kunnen we eigenlijk nog niet zeggen, omdat er nog weinig ervaring mee is’, zegt Robeco-fondsbeheerder Meijers. Landen als Chili, Zuid-Korea en Mexico lijken qua regelgeving en corporate governance volgens hem meer op westerse markten.
Voor particulieren kunnen de specifieke risico’s van landen en lokale bedrijven een reden zijn om niet op eigen houtje te beleggen in obligaties van opkomende markten, maar te kiezen voor een beleggingsfonds. Voor (staats)obligaties in lokale valuta’s moet je bovendien een lokale rekening hebben, zegt Meijers. ‘Dat is geen doen. Zelfs voor professionele beleggers is dit soms een struikelblok.’
Plussen:
Minnen:
Reacties
Om te kunnen reageren op artikelen dient u ingelogd te zijn.
Nog geen abonnee? Registreer gratis of bekijk onze abonnementen.