De kleine lettertjes Total expense ratio (TER) Wat u zou moeten weten maar niet hebt uitgezocht
In Nederland aangeboden beleggingsfondsen zijn sinds 2002 verplicht via de Total Expense Ratio (totale kostenratio, afgekort TER) inzicht te geven in hun kosten. De TER geldt als een goede maatstaf om de kosten van beleggingsfondsen te vergelijken. Maar de naam is misleidend. De totale kostenratio is namelijk niet totaal. De TER geeft een indicatie, maar is niet compleet, zegt Ronald van Genderen van de belangenvereniging voor particuliere beleggers Vereniging van Effectenbezitters.
Beleggingsfondsen maken kosten. Ze hebben een fondsmanager die het fonds samenstelt en beleggingen (aandelen, obligaties e.d.) aankoopt, verkoopt en beheert. Voor het beheer en de administratie worden kosten in rekening gebracht, er zijn distributiekosten, ofwel de betaalde provisie. Het totaal wordt ondergebracht in de TER. Dat is een eenvoudig rekensommetje: de totale kosten gedeeld door het totaal beheerd vermogen. Daar komt een cijfer uitrollen van 0,5% tot soms meer dan 2%.
Maar daarmee is de belegger er nog niet. U moet uiteraard uw eigen aan- en verkoopkosten van het fonds meetellen. Die heeft u zelf in de hand. Maar er zijn ook fondskosten die niet in de TER worden meegenomen. Zoals de interestkosten: de kosten die een fonds maakt als er met geleend geld wordt belegd. U moet ze apart opzoeken in het jaarverslag van het beleggingsfonds. Meestal zal het om een beperkt bedrag gaan.
Vervelender is dat de aan- en verkoopkosten van het fonds zelf evenmin in de TER zitten. Dat zijn de kosten die het fonds maakt bij de aan- en verkoop van de aandelen of obligaties die in het fonds zitten. Bij een zeer actief handelend fonds kunnen die kosten stevig oplopen, tot wel 1%. Dat tikt aan.
De reden waarom deze kosten niet worden meegerekend is bijzonder. Beleggingsfondsen zijn gewend om hun eigen transactiekosten direct in de aan- en verkoopprijs van aandeel, obligatie of onroerend goed mee te rekenen. Omdat ze hun eigen kosten niet altijd apart bijhouden, hoeft u het blijkbaar ook niet te weten.
Wie een indruk wil krijgen van de hoogte van de transactiekosten, heeft enig houvast aan de omloopsnelheid binnen het fonds. Hoe hoger die omloopsnelheid, hoe hoger uw kosten. De omloopsnelheid moeten worden gemeld in de bijsluiter.
Bij een fonds dat in andere fondsen belegt (‘fund of funds’) wordt het nog ondoorzichtiger. U heeft dan met de TER van het beleggingsfonds en die van de onderliggende fondsen te maken. Een fund of funds moet een synthetische TER maken: de eigen TER plus de onderliggende TERs. Helaas is niet altijd duidelijk welke TER een fonds gebruikt. Een fonds kan de TER met én zonder prestatievergoeding publiceren. En ten slotte moet u er rekening mee houden dat de TER is gebaseerd op historische kosten en dus kan afwijken van de werkelijke kosten.
Op het idee dat je met de TER de kosten van beleggingsfondsen goed kunt vergelijken valt nogal wat af te dingen, zegt Van Genderen van de VEB. ‘Daarom pleiten wij ervoor dat álle kosten in de TER worden meegenomen’, zegt hij. ‘Alleen dan kun je een eerlijke vergelijking maken.’
Mail uw ervaringen met de kleine lettertjes naar: ?dekleinelettertjes@fd.nl
Reacties
Om te kunnen reageren op artikelen dient u ingelogd te zijn.
Nog geen abonnee? Registreer gratis of bekijk onze abonnementen.