Het overgrote deel van de Nederlanders met een koopwoning betaalt een fikse premie voor de overlijdensrisicoverzekering. Bij overlijden binnen de looptijd keert die een bedrag uit waarmee een deel van de hypotheek kan worden afgelost, zodat de achterblijvers financiële misère bespaard blijft.
In sommige gevallen is het erg verstandig om zo’n polis op zak te hebben. Neem een stel met een aflossingsvrije tophypotheek, waarbij ook nog eens een van de partners het leeuwendeel van de inkomsten fourneert. Valt die weg, dan is een kapitaalinjectie meer dan welkom.
Anderzijds zijn er ook genoeg situaties denkbaar waarbij de overlijdensrisicoverzekering geen must (meer) is. Dan kun je je de kosten — die gedurende een looptijd van dertig jaar makkelijk kunnen oplopen tot zo’n € 20.000 — beter besparen.
Als die stap te groot is, kan ook een switch naar een goedkopere verzekering al enorm schelen. Er losjes van afzien is niet altijd een optie, want veel banken stellen een overlijdensrisicoverzekering bij het afsluiten van een hypotheek verplicht. Wel is dat afhankelijk van de omstandigheden van de huizenkopers. Als zij zelf de helft van de koopsom op tafel leggen, zal het niet zo’n vaart lopen. Maar zodra meer dan 75% van de executiewaarde (op zijn beurt zo rond 85% van de marktwaarde) wordt geleend, zal de bank al gauw een verzekering eisen. Omgerekend komt dat bij een huis met een aankoopprijs van vier ton op een grens van ruim € 250.000. Het bedrag dat boven die 2,5 ton wordt geleend, is dan het minimum dat moet worden verzekerd.
Anders dan banken nogal eens suggereren, is het niet verplicht om de overlijdensrisicopolis af te sluiten bij de eigen hypotheekverstrekker. Vaak loont het om met een andere aanbieder in zee te gaan. Prijzen vergelijken kan op vergelijkingssite Independer.nl.
Van bezoekers hoort Joop Cohen van Independer.nl geregeld dat vooral grootbanken geneigd zijn die keuzevrijheid onder het tapijt te vegen. ‘Dan doet bijvoorbeeld de Rabobank het voorkomen of de polis alleen bij Interpolis kan worden afgesloten. Een trucje is daarnaast om heel kort voor het passeren van de hypotheek met de verplichte verzekering op de proppen te komen, zodat de klant geen tijd heeft om rond te kijken of er een goedkopere mogelijkheid is. Dit komt in de buurt van gedwongen nering.’
Shoppen loont, en dan hebben we het niet over een paar tientjes per jaar. Stel, een echtpaar gaat een hypotheek aan van € 400.000. Zij sluiten een overlijdensrisicoverzekering af van € 100.000 met een looptijd van vijftien jaar, op het leven van de man (45 jaar, niet rokend). Het gaat om een gelijkblijvende verzekering: als de man tijdens de looptijd zijn laatste adem uitblaast, wordt er altijd een ton uitgekeerd. Cohen becijfert dat de premies voor deze overlijdensrisicoverzekering bij de verschillende aanbieders uiteenlopen van minder dan € 20 per maand (Delta Lloyd, Erasmus) tot ruim € 50 per maand (Argenta). Dat scheelt zo jaarlijks een kleine € 400.
Verzekeringspremies vergelijken is niet alleen interessant bij een nieuwe hypotheek. Wie in deze magere tijden de kosten van levensonderhoud weer eens tegen het licht houdt, doet er zeker slim aan ook kritisch naar de lopende overlijdensrisicoverzekering te kijken. Switchen mag namelijk altijd, al ontmoedigen veel banken dat door kosten in rekening te brengen. Cohen van Independer.nl: ‘Die kunnen oplopen tot wel € 300. Voor veel mensen genoeg om er toch maar van af te zien.’ Terwijl je die oversluitkosten al snel, in sommige gevallen binnen het jaar, terugverdient. Nog afgezien van de aanzienlijke premieverschillen per verzekeraar, zijn de tarieven voor overlijdensrisicoverzekeringen de laatste vijf à tien jaar grofweg gehalveerd, zo blijkt uit onderzoek van zowel Independer.nl als financieel onderzoeksbureau MoneyView.
Wel zal bij een overstap een hogere leeftijd — een van de doorslaggevende factoren bij de berekening van de premie — leiden tot een hoger tarief. Maar de algehele prijsdaling weegt daar ruimschoots tegenop, zegt MoneyView-onderzoeker Dion van der Mooren. ‘Let wel op je gezondheid. Als je tien jaar geleden een verzekering hebt afgesloten en toen kerngezond was, maar er nu iets hapert, dan kom je mogelijk niet meer voor een standaardpremie in aanmerking. Als je twijfelt, kun je een paar aanvragen doen, om te zien waar je al of niet tegen het standaardtarief wordt geaccepteerd.’
Is overstappen al gauw lucratief, in sommige gevallen kun je de overlijdensrisicoverzekering zelfs net zo goed helemaal schrappen. Hamvraag is of bij het wegvallen van de hoofdkostwinner de achterblijver de kosten van levensonderhoud kan opbrengen. Dat verschilt natuurlijk per situatie. Maar met een behoorlijke overwaarde op het huis, royale reserves en een serieus nabestaandenpensioen zou een overlijdensrisicoverzekering best eens overbodig kunnen blijken.
Stel dat het echtpaar in het bovenstaande voorbeeld niet een huis van vier ton maar van zo’n € 600.000 koopt, en daarbij een overwaarde van ruim € 200.000 inbrengt. In dit geval zal de bank geen verzekering eisen. En laten we zeggen dat de man € 80.000 per jaar verdient, wat — mits geen pensioenbreuk is opgetreden — een nabestaandenpensioen oplevert van jaarlijks zo’n € 40.000. Verdient de vrouw nog eens €?35.000 per jaar, dan krijgt zij na zijn overlijden genoeg binnen om de rentelasten zelf te betalen. Daar kan nog eens een wezenpensioen voor de kinderen bij komen, per kind tot 20% van het partnerpensioen. ‘Dit stel kan afzien van een overlijdensrisicoverzekering. Of dat ook verstandig is, hangt af van de wensen van de vrouw’, zegt Cohen. ‘Zij valt namelijk wel fors terug in inkomen en zal daarnaast mogelijk minder kunnen werken of meer kosten hebben voor opvang van de kinderen.’
Niemand zal erover klagen als de verzekerde de looptijd overleeft, maar alle betaalde premie is dan wel in rook opgegaan. Gesteld dat de bank geen overlijdensrisicoverzekering eist, kun je dat geld dan niet sowieso beter in vermogensopbouw steken? Peter Schinkel van PHB Financieel Adviseurs pleit voor een combinatie, dus zowel verzekering als vermogensopbouw. Denk aan een annuïteitenhypotheek of bankspaarproduct. ‘Zonder overlijdensrisicoverzekering heb je de eerste periode een probleem. Als de partner dan al overlijdt, is er nog te weinig gespaard of afgelost. Vergeet niet dat bij een annuïteitenhypotheek met een looptijd van dertig jaar pas in de laatste tien jaar serieus wordt afgelost.’
Overigens zit je niet voor de volledige looptijd vast aan een overlijdensrisicoverzekering. Volgens Schinkel is het best mogelijk dat de polis na een aantal jaren niet meer zo nodig is, omdat inmiddels een flink vermogen is opgebouwd, bijvoorbeeld met banksparen. ‘Als je na tien jaar zegt: ik kan het nu zelf wel dragen, dan kun je de verzekering altijd nog beëindigen.’
Let dan wel even op de premiestructuur. Die kan per polis namelijk verschillen: of de premie blijft over de gehele looptijd even hoog, of hij is aanvankelijk laag en loopt geleidelijk op. Wie al bij het afsluiten van de verzekering voorziet dat er na verloop van tijd genoeg bij elkaar gespaard is om de polis te kunnen annuleren, kan natuurlijk het slimst kiezen voor die laatste optie. ‘Wiskundig gezien ben je gerekend over de hele looptijd hetzelfde kwijt, maar de premie is aan het eind van de looptijd wel heel hoog. Houd je de verzekering toch aan, dan kan dat een probleem worden’, waarschuwt Cohen van Independer.nl.
Als de bank indertijd een overlijdensrisicoverzekering verplicht heeft gesteld, dan heb je voor een tussentijdse opzegging wel toestemming nodig. Dat zal volgens adviseur Schinkel vooral afhangen van de overwaarde en het inkomen. ‘Een herbeoordeling aanvragen kan in elk geval altijd.’
Reacties
Om te kunnen reageren op artikelen dient u ingelogd te zijn.
Nog geen abonnee? Registreer gratis of bekijk onze abonnementen.