In het Pensioenakkoord worden risico’s van lang leven en de financiële markten in de pensioenregeling naar de deelnemer verschoven. In combinatie met een stabiele — lees: vaste — premie wordt feitelijk overgestapt naar beschikbare premieregelingen. Een term als rendementsafhankelijk pensioen maakt dat ook voldoende duidelijk. Het verschil met de beschikbare premieregeling van de verzekeraar wordt dan ook wel heel erg klein.
Overlevingstafels
Dat betekent niet dat werkgevers met een verzekerde regeling bij een verzekeraar achterover kunnen leunen. De stijgende levensverwachting, de lage rekenrente en de lage rendementen zijn ook van invloed op de pensioenregeling bij de verzekeraar.
Veel verzekeraars hanteren nog niet de nieuwe overlevingstafels. Dat betekent dat de verdere stijging van de levensverwachting nog niet is verwerkt.
Daarnaast is het verwachte rendement van 4% — waar verschillende verzekeraars nog mee rekenen — veel te optimistisch gezien de feitelijke marktrente. De lage rente die de pensioenfondsen nekt, zal uiteindelijk ook gevolgen hebben voor het pensioenresultaat van de werknemers met een verzekerde regeling.
Zachter contract
Wanneer het verzekeringscontract verlengd moet worden, zullen deze gevolgen ook duidelijk worden. Daarnaast laten verschillende verzekeraars nu al horen dat zij ook graag een zachter contract willen hebben, zoals in het Pensioenakkoord.
Zo gaan pensioenfondsen en verzekeraars steeds meer op elkaar lijken. De stijgende levensverwachting en de lage rente vertalen zich uiteindelijk in hogere pensioenkosten voor de werkgever, ongeacht of de pensioenregeling nu is ondergebracht bij een pensioenfonds of een verzekeraar. Wanneer een werkgever dat niet wil, moet of de pensioenregeling worden versoberd of de risico’s meer naar de werknemer worden verschoven.
Drs. H.G. van de Grift is werkzaam bij Visser & Visser Pensioenjuristen.
Reacties
Om te kunnen reageren op artikelen dient u ingelogd te zijn.
Nog geen abonnee? Registreer gratis of bekijk onze abonnementen.