Dit voornemen staat in een lange reeks van maatregelen op het gebied van de specialisteninkomens sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw. Het voorstel van Klink heeft helaas de twijfelachtige eer het onverstandigste van allemaal te zijn.
Herijking van normtijden
Wat had Klink moeten doen? Eenvoudig: een tijdsbestedingsonderzoek, met herijking van de normtijden op basis van de bestaande afspraken, en de zaak was in het gareel gebleven. In plaats daarvan heeft de minister een voorstel gedaan dat het meest lijkt op een geweldige vlucht vooruit, met waarschijnlijk rampzalige gevolgen. Je moet de wereld van de medisch specialisten enigszins kennen om te weten waarom dat zo is.
In het voorstel van Klink krijgen de ziekenhuisbesturen vanaf 2011 een veel kleinere hoeveelheid geld dan er nu feitelijk verdiend wordt, zonder landelijke kaders. Dat geld moet verdeeld worden tussen een groep van gemiddeld ongeveer 100 medisch specialisten per ziekenhuis, verdeeld in ongeveer 20 verschillende disciplines. Omdat iedereen erop achteruitgaat, ontstaat daarmee probleem nummer één. Het collectief van medisch specialisten zal pogen andere ziekenhuisgelden aan te wenden om dat probleem op te lossen.
Landelijk kartel
Verder ontstaat er een onderling verdelingsprobleem: ongetwijfeld zijn er disciplines die menen dat zij recht hebben op meer dan andere disciplines. Dat is probleem nummer twee. Die disciplines zijn verenigd in landelijke verenigingen, ook wel wetenschappelijke verenigingen genoemd. Die verenigingen zullen fungeren als een landelijk kartel, bij een schaarste aan medisch specialisten. Dat doet zich helaas voor omdat de contingenten die opgeleid kunnen worden mede door VWS te klein worden gehouden. Dat is probleem nummer drie.
De structuur die Klink voorstaat, leidt ertoe dat grote onzekerheid ontstaat over het voortbestaan van het fiscaal vrije beroep. Dit zal de noodzakelijke instroom in het jaar 2010 en 2011 afremmen, met capaciteitsproblemen in de ziekenhuizen als gevolg. Dat is probleem nummer vier.
Gefundeerde correcties
Tot slot zijn er bestaande overeenkomsten tussen de ziekenhuizen en de specialisten. Die toelatingsovereenkomsten bieden vrijwel geen aanknopingspunten voor de door de minister voorgestane oplossing.
Met zijn voorstel gooit de minister zijn probleem domweg over de schutting. Maar hoe moet het dan wel? De minister zou om te beginnen een correctie moeten afspreken voor de normtijden voor alle specialismen, inclusief en specifiek voor de ondersteunende specialismen. Die correctie leidt tot een totale inkomensdaling van enkele honderden miljoenen euro's in 2010. Verder moet er zo snel als mogelijk een tijdsbestedingsonderzoek plaatsvinden, om verdere en beter gefundeerde correcties aan te brengen.
Dwingende evaluaties
De landelijke norm voor het uurtarief kan rustig gehandhaafd blijven. Zij zou hooguit opnieuw geijkt kunnen worden aan de dienstverbandregelingen. Verder moet de minister via een wettelijke regeling een nieuwe toelatingsovereenkomst afdwingen waarin dwingende evaluaties om de vijf jaar worden afgesproken en waarbij jaarlijks informatie over de kwaliteit van zorg wordt verstrekt, in de lijn van het advies van de Raad Volksgezondheid en Zorg. Alleen op die manier gebeurt er echt iets.
De aanpak van de minister leidt tot jarenlang gedonder in de ziekenhuizen en leidt af van waar het echt om gaat: het snel verder verbeteren van de kwaliteit en veiligheid in de Nederlandse ziekenhuizen. Een inkomensstrijd, zo heeft de geschiedenis ons geleerd, is daarvoor een ernstige en niet te negeren hindernis.
Rob Dillmann is voorzitter raad van bestuur Zaans Medisch Centrum en oud-directeur van Orde van Medisch Specialisten.
Reacties
Om te kunnen reageren op artikelen dient u ingelogd te zijn.
Nog geen abonnee? Registreer gratis of bekijk onze abonnementen.