De verbrandingscapaciteit in de bestaande afvalenergiecentrales is te groot voor Nederlands afval alleen, doordat de hoeveelheid huishoudelijk en industrieel afval al enkele jaren krimpt. Nederland heeft momenteel een tiental grootschalige afvalovens. Die zijn eigendom van (veelal commerciële) afvalverwerkers als Sita, Attero, AEB, HVC en Twence. Er is een gezamenlijke capaciteit voor de verbranding van zeven miljoen ton afval, maar Nederland produceert slechts zes miljoen ton.
Afval importeren
De afvalbedrijven zijn daarom begonnen met importeren. Van Gansewinkel heeft net een contract gesloten met de stad Napels. ‘Maar we halen ook afval uit Engeland en Ierland waar de verbrandingscapaciteit laag is’, zegt woordvoerder Tim Kezer van Van Gansewinkel. Het huishoudelijke afval wordt per ferry aangevoerd en wordt vervolgens verbrand in de centrale op Rozenbrug.
Of het aantrekkelijk is om afval in Nederland te laten verwerken, hangt van tal van factoren af. Hoe hoog is de stortbelasting in het land van herkomst, welke prijs zijn de opdrachtgevers bereid te betalen en om wat voor afval gaat het precies. Van Gansewinkel is alleen geïnteresseerd in brandbaar huishoudelijk afval.
Prijs voor verwerking daalde
Van Gansewinkel behoort tot de top tien van afvalverwerkers in Europa. De onderneming zet met 7000 werknemers € 1,1 mrd om. Het bedrijf bezit afvalovens in Duiven en Rozenburg. Begin 2010 werd een derde centrale, in Rotterdam, gesloten. De capaciteit van de twee centrales bedraagt 1,7 miljoen ton per jaar. Daarvan komt dit jaar 300.000 ton uit het buitenland, met name Groot-Brittannië.
De afgelopen paar jaar was Van Gansewinkel druk met het verlengen van de langjarige verwerkingscontracten die het heeft met tal van Nederlandse gemeenten. Dat gebeurde tegen aanzienlijk lagere tarieven dan de jaren daarvoor. De overcapaciteit leidde ertoe dat de prijs voor de verwerking van afval met tientjes tegelijk daalde tot € 70 à € 80 per ton afval.
Komende tien jaar vol
De onderhandelingen met de gemeenten zijn afgerond. ‘De komende tien jaar zitten we redelijk vol’, zegt de woordvoerder van Van Gansewinkel. De blik van de Eindhovense onderneming is nadrukkelijk gericht op het buitenland. Van de groepsomzet van Van Gansewinkel wordt nu nog 80% in Nederland gerealiseerd, maar de strategie is om over de grens een flinke marktpositie op te bouwen. In Centraal en Oost-Europa moet een tweede thuismarkt ontstaan, vooral met inzameling, afvalscheiding en recycling.
Reacties
Om te kunnen reageren op artikelen dient u ingelogd te zijn.
Nog geen abonnee? Registreer gratis of bekijk onze abonnementen.