Het spaaroverschot dat hierdoor ontstaat, is zo groot dat Brussel Nederland ervan kan betichten dat het te weinig doet om een evenwichtiger groei in Europa te bevorderen. Uit onderzoek van de Nederlandsche Bank (DNB) blijkt echter dat er beleidsmatig weinig mis is.
Het jarenlange overschot aan Nederlandse besparingen (en dat van andere surpluslanden als Duitsland en Finland) is volgens veel economen een van de oorzaken van de Europese schuldencrisis. Via de export en de opbrengst uit buitenlandse investeringen verdient Nederland al decennia meer dan het besteedt. Dit uit zich in een structureel surplus op de lopende rekening. Aangezien landen als Griekenland, Spanje en Portugal juist tekorten boeken en Europa als geheel redelijk in evenwicht is, is de gedachte dat de overschotlanden parasiteren op de vraag in de Europese periferie.
Spaaroverschot gevolg van bedrijfsleven
Het verwijt is dat door consequent een beleid te voeren van loonmatiging en fiscale ontmoediging van consumptie de overschotlanden erin geslaagd zijn hun concurrentiepositie te verbeteren ten koste van de landen met tekorten. De periferie werd zo gedwongen zich onhoudbaar diep in de schulden te steken om de consumptie op peil te houden.
Het is een redenering die opgaat voor Duitsland. Daar blijft immers de groei van de gezinsbestedingen al sinds de hervormingen door Gerhard Schröder, de vorige bondskanselier, achter bij de economische groei. Hetzelfde gold voor Nederland in de jaren voor de eeuwwisseling, maar sindsdien is het beeld radicaal gewijzigd. Het nationale spaaroverschot is niet meer het gevolg van spaardrift van huishoudens, maar van het bedrijfsleven, stellen Guido Schotten van DNB en Raoul Leering van het ministerie van Economische Zaken op de economenwebsite Me Judice.
Creëren van buffers
‘De veelgehoorde redenering dat het spaaroverschot vooral bij huishoudens gelokaliseerd is in samenhang met de hoge pensioenbesparingen, is niet meer correct, benadrukken ze. ‘Ook inclusief de verplichte pensioenbesparingen liggen de totale besparingen van Nederlandse huishoudens al geruime tijd onder die van het eurogebied en zijn ze in sommige jaren zelfs negatief.’ De bedrijfsbesparingen zijn daarentegen sinds midden jaren negentig sterk toegenomen. ‘Hierdoor is het nationaal spaaroverschot nu bijna volledig bij het bedrijfsleven gelokaliseerd’.
Volgens Schotten en Leering leggen Nederlandse bedrijven steeds meer geld opzij om buffers te creëren voor economisch zware tijden. In het buitenland gebeurt dit ook wel, maar in veel mindere mate dan in Nederland. Tekenend is dat de dividenduitkeringen in Nederland gemiddeld twee keer zo laag zijn als in andere landen. Hier kiezen bedrijven ervoor eigen aandelen in te kopen.
Uitwijken naar buitenland
Tegelijkertijd steken bedrijven steeds minder geld in eigen land. De investeringen in machines en installaties zijn volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gedaald van 7,2% van het bbp in 1988 tot 3,4% in 2009. In plaats daarvan wijken bedrijven uit naar het buitenland, waar de mogelijkheden groter zijn geworden dankzij technologische ontwikkelingen, liberalisering van het kapitaalverkeer en het verdwijnen van wisselkoersrisico met de komst van de euro. De opbrengsten daarvan vergroten echter wel het overschot op de lopende rekening.
Uit de laatste cijfers van het CBS blijkt dat het surplus inmiddels zo’n 7% van het bbp bedraagt, terwijl Brussel vindt dat 6% het maximum zou moeten zijn.
Verbeteren investeringsklimaat
Vandaag presenteert de Europese Commissie haar eerste rapport over de macro-economische onevenwichtigheden in Europa. Daarin zullen onder meer aanbevelingen staan over hoe tekort- en overschotlanden overschrijdingen moeten terugdringen. Voor Nederland kan dat niet anders betekenen dan dat het investeringsklimaat verbeterd moet worden. Maar aangezien buitenlandse bedrijven Nederland nog altijd weten te vinden als vestigingsplaats, ziet Schotten in ieder geval niet in wat Den Haag zou moeten doen.
Als er nergens wat te verdienen valt, zet je noodgedwongen je geld op de bank.
(En dan maken de Grieken op).
Wij willen mensen die verder kijken dan de eerstvolgende verkiezingen,mensen met durf inlevingsvermogen en vooruitziende blik.
Weg met die partijfreaken.
Griekenland uit de € zetten zal dus niks opleveren.