Ook al zijn de meeste veteranen van de gevechten in de Tweede Wereldoorlog overleden of te oud om nog een bezoek te brengen aan bijvoorbeeld de landingszone van de Britten op de Ginkelse Heide bij Ede, het slagveldtoerisme groeit en wordt ook economisch steeds meer van belang.
'Zaterdag hopen we weer zo'n 25.000 deelnemers aan de jaarlijkse Airborne Wandeltocht te mogen begroeten', illustreert voorzitter Paul van Rooy van de Ondernemersvereniging Oosterbeek - het dorp waar in september 1944 het hardst gevochten werd. 'Die nemen allemaal hun partner of vriend mee, dus je hebt al snel 50.000 gasten op bezoek. Uiteraard profiteert de Oosterbeekse middenstand daar ook van.'
'Unique selling point'
Het Gelders Overijssels Bureau voor Toerisme ziet de oorlog als een 'unique selling point' voor de regio, zegt Paul Kruk, die het concept ontwikkelde van de succesvolle 'Liberation Route'. Deze bestaat uit 49 met een veldkei gemarkeerde historische locaties waar belangstellenden met hun iPod of mobiele telefoon getuigenissen uit het verleden kunnen horen. 'Natuurlijk staat overdracht van de kennis van de oorlog en het verbinden van die herinnering met actuele thema's als racisme en discriminatie voorop. Maar economisch is het zonder meer ook van groot belang voor dit gebied.'
Voor Arnhem en omgeving is het oorlogsverleden een goed verkoopargument, beaamt directeur Arjen de Vries van Hotel Haarhuis. 'Je ziet dat nu ook de kleinkinderen van de veteranen hierheen komen die bijvoorbeeld de John Frostbrug willen zien. Veel van onze buitenlandse gasten informeren bij de balie naar de historische oorlogslocaties.'
Battlefield-tours
September is van oudsher de maand waarin zich de herdenkingsactiviteiten concentreren en de meeste veteranen - of hun bloedverwanten - de regio bezoeken. Maar de battlefield-tours, per fiets of bus, worden inmiddels het hele jaar door geboekt, zowel vanuit Engeland als vanuit Duitsland.
Het Airborne Museum in Oosterbeek trok in het verleden al zo'n 55.000 bezoekers per jaar. Na een ingrijpende verbouwing en modernisering in 2009 schoten de bezoekersaantallen omhoog en is het vizier nu gericht op 80.000 bezoekers.
Het Nationaal Bevrijdingsmuseum in Groesbeek heeft ook al plannen voor nieuwbouw en uitbreiding en hoopt daarmee jaarlijks 50.000 gasten te trekken.
Parachutisten in 1944
Harde cijfers over het economisch belang van het oorlogstoerisme ontbreken, maar het is evident dat de vele tienduizenden die jaarlijks ergens langs de route van Market Garden neerstrijken een bijdrage leveren aan de toeristische en recreatieve industrie. De historische locaties halen nog lang niet de bezoekersaantallen van toeristische toppers als Burger's Zoo (1,5 miljoen bezoekers per jaar) of het Rijksmuseum Kröller-Müller (280.000), maar groei zit er zeker nog in.
De meeste eerstelijnsgetuigen zijn overleden, de tweede generatie kende hun verhalen al uit eerste hand, maar de generaties daarop tonen een hernieuwde belangstelling voor de Tweede Wereldoorlog. 'Zij willen zien waar opa gevochten heeft', zeg adviseur voor de culturele sector Max Meijer. Hij onderzocht de haalbaarheid van een nieuw, overkoepelend museum over Market Garden, dat voor een bedrag van euro 25 mln zou moeten verrijzen in Nijmegen. 'Er zit nu nog veel versnippering in het aanbod. Veel musea zijn klein en kwetsbaar en daarom is het verstandig om een aantal activiteiten te bundelen. Potentie heeft het oorlogsverleden van deze regio's absoluut. De stranden van Normandië waar de geallieerden landden zijn immers ook een enorme trekpleister geworden', constateert Meijer.
Kralensnoer
Veel initiatieven rond de oorlogsherinnering zijn genomen door particuliere organisaties of bureaus voor toerisme. Het bedrijfsleven haakt daar echter steeds vaker bij aan, zegt Peter Kruk van het Gelders Overijssels Bureau voor Toerisme. De Liberation Route kan daardoor steeds verder worden uitgebreid 'als een kralensnoer dat zich uitstrekt van Arnhem tot Normandië'.
Operatie Market Garden was in september 1944 een poging van de geallieerden om zo snel mogelijk na de landing in Normandië door te stoten naar Duitsland. Hiervoor moesten luchtlandingstroepen de bruggen over de Maas, Waal en Rijn in handen krijgen.
De operatie verliep redelijk goed tot en met Nijmegen. Arnhem bleek echter letterlijk een brug te ver. Door onverwacht fel verzet van Duitse troepen stokte daar de opmars en werd de bevrijding van het westen en noorden van het land met een halfjaar vertraagd.
Reacties
Om te kunnen reageren op artikelen dient u ingelogd te zijn.
Nog geen abonnee? Registreer gratis of bekijk onze abonnementen.