Jaarlijks gaat zo'n € 800 mln om in diagnostisch onderzoek voor eerstelijnszorg, zoals bloedonderzoeken en longfoto's. Huisartsen en verloskundigen doen een deel van de onderzoeken zelf, maar een groot deel wordt geleverd door andere partijen. Dit zijn vooral diagnostische centra, zoals huisartsenlaboratoria, en ziekenhuizen.
De analysekosten die voor die onderzoeken mogen worden gerekend, liggen vast en zijn voor iedere partij hetzelfde. Maar per aanbieder verschilt de wijze waarop ze worden gefinancierd, en daarmee het deel van de winst op diagnostiek dat ze volgens de regels mogen vasthouden. Huisartsenlabs mogen beperkt winst maken en moeten bijna alle inkomsten boven op de kosten teruggeven aan de verzekeraars. Ziekenhuizen daarentegen mogen, zolang ze binnen hun macrobudget blijven, de marges wel houden, en voor hen vormt deze activiteit zo een aantrekkelijke bron van inkomsten.
Privéklinieken
Hoe lucratief het laboratorium voor ziekenhuizen is, blijkt ook wel uit de creativiteit die sommige aan de dag leggen om extra winsten uit hun lab te peuren. Zo gingen enkele ziekenhuizen de samenwerking aan met privéklinieken. Die klinieken mochten hogere kosten declareren bij de verzekeraars dan het ziekenhuis, omdat in de kliniek een laboratoriumarts aanwezig was. Het ziekenhuis deelde in de extra opbrengst.
De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft na een onderzoek eerder dit jaar de tarieven voor klinieken en ziekenhuizen gelijkgetrokken en zo deze constructies minder aantrekkelijk gemaakt.
Christine Bronda, woordvoerder van Achmea in Zeist, de grootste verzekeraar van Nederland, zegt dat 'de kosten de pan uit rijzen'. 'Het is voor ziekenhuizen heel makkelijk geld verdienen in de diagnostiek.' Een woordvoerder van Univé-VGZ-IGZ-Trias (Uvit) beaamt dat: 'We zien steeds meer dat ziekenhuizen hun laboratorium verzelfstandigen en er actief de markt mee opgaan. Dat zorgt voor volumegroei.'
Tarieven staan vast
Beide verzekeraars zeggen er weinig tegen te kunnen doen. 'De tarieven staan vast, dus voor verzekeraars is er weinig te onderhandelen', zegt de Uvit-woordvoerder.
Bronda zegt dat Achmea er wel bovenop zit als laboratoria opvallende kosten declareren. 'In een paar regio's zijn we wel in gesprek met aanbieders omdat de kosten onnodig hoog lijken. '
De huisartsenlabs luiden intussen de noodklok. Ruben Baumgarten, voorzitter van de raad van bestuur van Stichting Huisartsen Laboratorium: 'Omdat wij geen winst mogen maken, is er geen gelijk speelveld op de markt. Dit holt onze dienstverlening uit en is een direct gevaar voor ons bestaan. De kosten voor de zorg dreigen hierdoor onnodig op te lopen.'
Concurreren op dezelfde voorwaarden
'Concurreren is prima', zegt ook Bert Reijners, directeur van de branchevereniging voor huisartsenlaboratoria (SAN). 'Maar dan moet dat wel op dezelfde voorwaarden.'
De Nederlandse Zorgautoriteit en het ministerie van Volksgezondheid erkennen dat de markt nu niet goed functioneert. De NZa werkt in opdracht van het ministerie aan een model waarbij iedere aanbieder op dezelfde manier wordt betaald.
Dat nieuwe betaalmodel moet in 2013 zijn ingevoerd en er volgens de NZa voor zorgen dat zorgverzekeraars beter kunnen inkopen op basis van prijs en kwaliteit. Voor een deel van de eerstelijnslaboratoria is het dan echter al te laat, vreest Reijners.
Reacties
Om te kunnen reageren op artikelen dient u ingelogd te zijn.
Nog geen abonnee? Registreer gratis of bekijk onze abonnementen.