Steeds minder leden, geen gezamenlijke doelen in een tijd van voortgaande individualisering, geen aansprekende leiders. Kortom, de interne strijd over het pensioen was hooguit de laatste druppel. De FNV heft zich op en maakt tegelijk een doorstart. Maar waar liggen nieuwe kansen en in welke organisatievorm?
Geef uw mening hieronder of stuur een email brief of fax in max. 300 woorden o.v.v. naam en woonplaats. E mail naar optiek@fd.nl, brief of fax naar Optiek, pb 216, 1000 AE Amsterdam, fax 020-5928700.
Wij vroegen het u in deze oproep aan de lezer. Hieronder de weerslag van de reacties.
OR en/of FNV?
We weten één ding zeker van deze twee is de or een blijvertje. Het besluit van de FNV om een andere organisatie voor zichzelf te gaan opzetten roept immers de vraag op wat er gebeurt als dat niet lukt. Van de or is duidelijk dat de huidige regering er niet over peinst om de wettelijke regeling van de or ingrijpend te veranderen.
In het FD (13 december 2011): "Kamer: perk macht bond in". "CNV, VVD en PVV willen vakbonden dwingen ook niet leden te betrekken bij cao." Met daarin het pleidooi om niet-leden van een vakbond bij de onderhandelingen over de CAO een stem te geven. En ook om de or-en een stem te geven bij de onderhandelingen over de sector-cao's.
De FNV heeft een heel ander probleem zichtbaar gemaakt. Namelijk: 'wie doet er wat op het gebied van de arbeid en voor welke groep: jongeren, ouderen, ZZP-ers of flexwerkers en wellicht nog meer groepen'?
Deze verscheidenheid in belangen organiseren vraagt om een totaal andere benadering. Dan denk ik aan een parlement waarin alle soorten werknemers en ZZ-pers vertegenwoordigd zijn door gekozen vertegenwoordigers. De werkgevers vormen de tegenpartij en vormen een bestuur waarmee de werknemersvertegenwoordigers onderhandelen. Want in de onderneming zijn die verschillende partijen ook aanwezig en ook daar werkt een gekozen vertegenwoordiging, namelijk de or, als een soort bedrijfsparlement. Veronderstel nu eens dat de overheid die gekozen vertegenwoordiging instelt dan wordt dat een derde Kamer, een parlement voor de arbeidsverhoudingen en consumentenbelangen, die onderhandelt met de ondernemers en de werkgevers van de overheid.
De verhouding met de or-en kan dan door dit parlement en werkgevers met de or-en zelf geregeld worden. En de SER kan worden opgeheven, dat is tegelijk een behoorlijke besparing.
Zo krijgen we democratische arbeidsverhoudingen.
Cor P. Berkel, redacteur OR-Online
Ik zou graag de kosten/baten verhoudingen willen zien van de diverse vakbonden na de staking.
Bij elke staking zien we: een Nieuw hesje, trui, fleecejack, pet, shawl, vlag, spandoek, banier, wimpel. Met bedrukking. Het vervoer is geregeld met autobussen met spandoeken. Voor lunchpakketten, koffie, thee is gezorgd. Dat is meer vrijedagbesteding in de recreatieve sfeer dan een serieuze naar stakeholders om een "arbeids-of salarieringsprobleem" aan de kaak te stellen. Laat staan meteen tot een gesprek met oplossingen te komen. Heeft één recente staking ooit geleid tot een gesprek met besluiten over en weer?
Probeer het eens een jaar uit wat er echt bereikt wordt als je je leden het voorbeeld geeft van een goed geagendeerd gesprek met een afvaardiging van de partijen waar de essentie en de urgentie helder en inzichtelijk op tafel komt. En kijk dan eens wat het behaalde resultaat is. Evalueer dat en commuiceer daarmee. Anderen hebben daar ook veel aan. Veel meer dan de vaak onbegonnen taken om het werk, waarmee diezelfde stakers de volgende dag aan de gang moeten. Zoals deze week: twee keer zoveel vuil wegwerken. Dat is pas echt demotiverend. Daar kun je als net iets '"onderbetaalde" pas echt kwaad om worden.
Polly Neeter, Castricum
De nieuwe vakbeweging
De nieuwe vakbeweging is wat het zegt: de vakbeweging beweegt het vak, het beroep, het ambacht, de professie. Een vak is een kruispunt, een station, met aansluitingsmogelijkheden naar bewegingen in het vak zelf en met aansluitingsmogelijkheden naar andere vakken. De nieuwe vakbeweging bemoeit zich met de aanwezigheid en de kwaliteit van de aansluiting. De nieuwe vakbeweging lijkt misschien wel meer op een maatschap dan op een vereniging.
De nieuwe vakbeweging eist de taak weer op die het aan overheid en markt is kwijtgeraakt: het organiseren van het arbeidsaanbod. De nieuwe vakbeweging is een arbeidsbemiddelaar en stelt voor zijn leden voorwaarden aan welke vorm van uitlening van arbeid dan ook. De voorwaarden omvatten de traditionele bescherming tegen willekeur van werkgevers en opdrachtgevers, naast voorwaarden met betrekking tot expertise: scholing, training en ervaringsopbouw.
De nieuwe vakbeweging is meer loopbaan- dan baangericht. De nieuwe vakbeweging is er voor de overgangen (de transities) in een loopbaan. De nieuwe vakbeweging strijdt voor een sociale zekerheid die transities vergemakkelijkt en aanmoedigt. De nieuwe vakbeweging legt het initiatief voor transities bij de mensen zelf, niet bij de bepalingen van de arbeidsrelatie, evenmin bij de werkgever of opdrachtgever, en al helemaal niet bij de huidige, door de overheid gecontroleerde, sociale zekerheid. De huidige sociale zekerheid moet op de schop.
De nieuwe vakbeweging streeft naar het afschaffen van de 450 bestaande pensioenfondsen en naar het afschaffen van de (vaste) arbeidsrelatie als toegangspoort naar een pensioenfonds. In plaats daarvan komt één pensioenfonds dat voldoende massa en expertise kan mobiliseren om effectief de (aanvullende) pensioenbelangen te behartigen van allen die deelnemen aan welke vorm van maatschappelijk erkend werk dan ook. Het ‘lid’ zijn van de beroepsbevolking (inclusief huishoudelijke arbeid in gezinsverband en mantelzorg) is het enige toelatingscriterium, zowel voor de aanvullende pensioenen als voor de overige sociale zekerheid.
Ton Korver, Amsterdam
Vijf geboden voor een vakbond van deze tijd
Vervelend voor een op socialistische leest geschoeide instelling, maar de tijdgeest is conservatief- liberaal. De te binden groep, professionals onder de 40 jaar, is opgegroeid met het motto’ zorg goed voor jezelf, een ander doet t niet”. Zij is weinig solidair met het gestaalde kader van babyboomers, dat hun zaakjes zo goed geregeld heeft dat daarmee de arbeidsmarkt op slot is gezet. Het daarbij gehanteerde vechtjargon van “harde actie”, “ en “we gooien de boel plat” spreekt hen niet aan.
Een moderne vakbond schrijft het woord VAK met hoofdletters. Verschuif de focus van arbeidsvoorwaarden naar het verder professionaliseren van de leden. Van elkaar leren, bijvoorbeeld via een meester- gezel relatie, dient door de vakbeweging te worden gestimuleerd en gefaciliteerd.
Van een vakbond mag een visie op arbeid worden verwacht. Een vakbond kan bij uitstek signaleren dat beroepen als postbode of caissière uitstervend zijn en dient een actieve rol te spelen in het begeleiden van werk naar werk van werknemers in deze beroepen. Een uitgelezen kans om daarbij de link met het Nederlandse industriebeleid te leggen: in welke sectoren blinkt Nederland uit? Waar zit de groei?
De huidige generatie werknemers beseft allang dat met pensioen gaan op je 65 of zelfs 57 er niet meer inzit. Benoem deze en andere realiteiten, - bijv. ontslagrecht- , in plaats van krampachtig vast te houden aan de verworven rechten van de afgelopen 50 jaar.
Vakbondcontributies horen betaalbaar te zijn. Maak het lidmaatschap net zo betaalbaar als dat van een omroepvereniging: enkele tientjes. Extra’s als een stakingskas of rechtsbijstand zijn vaak niet nodig en maken het lidmaatschap duur.
Francois van Heurn, Amsterdam
Jeroen Kirch en Heleen Cocu spreken in hun artikel van 20 december over de verwachte lage groei van de salarissen. Ik neem aan dat dit betrekking heeft op de hogere salarissen. Er wordt echter met geen woord gerept over de loonontwikkeling van het CAO-personeel. Hier volgen wat overwegingen van de loonontwikkelingen van de middengroepen
De loonontwikkeling wordt in belangrijke mate door de vakbonden gestuurd, CAO afgelopen?, dan nieuwe onderhandelingen voeren met betere voorwaarden. Als er geen verbetering uit de onderhandelingen komt kan de vakbond zich niet waarmaken en verliest de bond op den duur zijn leden en de vakbondsleider zijn baantje.
De vraag is nu wie betaalt die loonsverhoging? Het idee is algemeen dat de loonsverhoging uit de productiviteitsverbetering betaald wordt, hoewel daar iets oneerlijks inzit: niet alle bedrijfstakken scoren dezelfde efficiencyverbeteringen. Het zou eerlijker zijn om de efficiencyverbetering te vertalen naar een lagere verkoopprijs van het product, dan profiteert iedereen ervan. Als er geen efficiencyverbeteringen zijn (zoals in de meeste dienstverlenende sectoren) of als de loonstijging groter is zal de kostprijs van het product stijgen, met als gevolg een verslechtering van de concurrentiepositie ten opzichte van het buitenland.
Een land met krachtige vakbonden zal relatief vaak met loonrondes te maken krijgen en op den duur met een teruglopende concurrentiekracht geconfronteerd worden. Geen nood; een onafhankelijk land (buiten de muntunie) kan de drukpers aanzetten en de munt devalueren, en voilà de verkoopprijzen worden weer automatisch verlaagd en de concurrentiekracht is weer hersteld. Typische voorbeelden hiervan zijn Griekenland, Italië en ook Frankrijk (in 1960 werden 100 francs omgewisseld voor 1 nouveau Franc!)
Nu we in een muntunie zitten en de enige die de drukpers aan kan zetten de heer Draghi is, is het voorbij met deze aantrkkelijke truc van de individuele landen. Maar als het compensatiemechanisme voor de door de vakbonden afgedwongen loonsverhoging weggevallen is, valt ook de rol van de vakbond zelf een beetje in het water. Immers: loonsverhoging afdwingen is nu niet meer het verbeteren van de inkomenspositie van de leden van de bond, maar een actie die regelrecht het hele land in het verderf stort.
Als de lonen van de arbeiders niet meer mogen stijgen omdat zij daarmee de exportpositie van hun land om zeep helpen blijft er nog maar één mogelijkheid voor de bonden over om de positie van hun leden te verbeteren en dat is strijden tegen de al jaren voortschrijdende toename van de inkomensongelijkheid, die de rijken rijker en de armen armer maakt.
Misschien moeten de vakbonden hun oor te luisteren leggen bij de jongelui van occupy, om samen met een linkse partij iets aan die groeiende inkomensongelijkheid te doen.
Ir P.H.van der Lee, Badhoevedorp
Binnen de vakbeweging is het creatieve en innovatieve vermogen verloren gegaan. Het belang van de leden staat niet langer voorop. De producten en diensten van de vakbeweging verliezen steeds meer hun aantrekkelijkheid. Een en ander zien we terug in het teruglopende percentage van de beroepsbevolking dat lid is van de vakbeweging. De vergrijzing van het ledenbestand is enorm.
De vakbeweging is intern gericht, risico mijdend en bureaucratisch geworden. In het bedrijfsleven zouden top (de bondsbesturen) en management vervangen worden, waarna door nieuwe managers inflexibele medewerkers worden vervangen door creatieve en innovatieve. Niets van dit alles bij de vakbeweging. Om de aandacht van hun disfunctioneren af te leiden en in weerwil van de enorme problemen waarmee hun leden geconfronteerd worden (pensioenen, enonomische crisis, werkeloosheid, ontslagrecht, etc.), maakt de top van de vakbeweging (vertegenwoordigt in de Federatieraad FNV) ruzie en haalt een oud stokpaardje van stal, de herinrichting van de vakbeweging. Dat zij daarbij het risico lopen dat hun kapitaal bestaande uit tienduizenden vrijwilligers en honderdduizenden gepensioneerden weleens zou kunnen afhaken, neemt de federatieraad FNV voor lief. Het doodsgereutel van de vakbeweging wordt steeds luider.
Peter de Pagter, lid Bondsraad AbvaKabo FNV.
Er is niet zoiets als “de vakbeweging”. Kijk naar bonden. Bonden werken voor individuele leden, ledengroepen, in organisatie in branches. Ze acteren in tripartite overleg op sectorniveau en landelijk. Dit werk is verbonden, maar ook onderscheidbaar van elkaar.
Het vindt plaats in verschillende domeinen en voor onderscheiden doelgroepen. De vragen binnen de domeinen noemen we complex (pensioenen, vergrijzing, loonontwikkeling, juridisering, etc) en doelgroepen gedragen zich gedifferentieerder en zijn daardoor lastiger 'als groep' aan te spreken. Als de wereld om een organisatie dynamiseert, kan een organisatie alleen overleven als zij mee-dynamiseert. Een simpele regel die overal bewust of onbewust wordt gehanteerd. Voor vakbonden lijkt dat echter een enorme uitdaging.
Zij denken in structuren, doelen en globale collectieven en beantwoorden daarmee aan een schijnbaar gewenst maatschappelijk beeld van eenduidigheid en koersvastheid. De werkelijkheid waarin bonden acteren vergt echter groot aanpassingsvermogen en maatwerk. Voorbeeld: een bouwbedrijf ontslaat mensen met 5% aanvulling op hun WW (als enige compensatie). In een Ziekenhuis vervallen functies, niemand wordt niet ontslagen zolang ze geen nieuw werk hebben. Deze twee werelden zijn totaal verschillend en de behoefte om ze beide plat te slaan onder één beleidsuitspraak als 'wij sluiten alleen sociale plannen af met factor 1 van de kantonrechtersformule' doet geen recht.
Een bond moet dus om gaan met grote interne verschillen en incongruenties. Zij mag daar recht voor uit komen. Iedereen weet al lang dat alles altijd gedifferentieerder is dan we hoopten. Bonden moeten zichzelf zo organiseren dat medewerkers ruimte voelen te doen wat gedaan moet worden binnen waarden-volle verlangens op het gebied van rechtvaardigheid, solidariteit, economische groei en menselijke maat. Helaas moeten voor zo'n verlichte vakbondstoekomst nog wat ego's sneuvelen. Als dat niet snel gebeurt, gaat 'de vakbeweging' ten onder aan haar eigen onvermogen om voldoende noodzakelijke variëteit te generen. Mogelijk jammer, misschien beter ook.
Drs. Jan Kuiper, Nieuwegein, adviseur voor ondernemingsraden
Dat de vakbeweging zich moeizaam aan veranderende maatschappelijke omstandigheden aanpast, is recent geïllustreerd door het aftreden van mevrouw Jongerius. In dit opzicht trapt Harrie Verbon een open deur in. Daarnaast maakt Verbon een grote fout door te stellen dat individuele werknemers in de toekomst steeds beter voor hun belangen kunnen zorgen. Verbon ziet voorbij aan de primaire doelgroep van iedere vakbond: de bus- en tramchauffeurs, de bouwvakkers, de supermarktartikel-inpakkers, de schoonmakers, enzovoorts. De laag begaafden, wiens arbeid onmisbaar is voor het functioneren van iedere samenleving. En die zonder hun vakbond genadeloos worden uitgebuit.
Voor deze mensen zal de vakbond blijven bestaan. In een andere structuur. De trend zal mijns inziens in de richting gaan van meer specifieke bedrijfs-CAOs en minder bedrijfstak-CAOs.
Wout Visser - Leusden
Toekomst voor FNV nieuwe stijl is er zeker, wat niet wil zeggen dat FNV oude stijl maar bij het grof vuil moet worden gezet. Als FNV bemiddelen we bij arbeidsconflicten, we ondernemen juridische stappen voor de leden als het nodig is en bovenal behartigen we, het liefst samen met werknemer, de belangen van leden en ook voor niet leden, denk hierbij aan de CAO.
Binnen FNV Bondgenoten hebben we de slag naar FNV nieuwe stijl deels gemaakt. Kijk naar de schoonmaak en de distributiecentra van de grote supermarken. Hier staan de werknemers samen met de vakbond sterk? Dan staan we er ook voor alle werknemers en dus niet alleen voor de werknemers met een vast contract. Het is niet meer zo dat wij als missionaris aan de werknemers vertellen wat goed voor hen is. Nee, de werknemers bepalen zelf wat voor hun belangrijke zaken zijn en maken samen een vuist. Gisteren is er bij de DC's van C1000 in Raalte en Elst door de werknemers een petitie aangeboden met onderwerpen waar zij verbeteringen willen. Dit is een voorbeeld van de vernieuwing die in gang is gezet.
Margreet Pasman, FNV Bondgenoten
Terug naar de basis
De organisatievorm van het FNV is achterhaald. Een federatie als algemeen belangenbehartiger is niet meer van deze tijd, ook al is een dergelijke organisatie van belang voor het poldermodel. Bij het kiezen van de nieuwe organisatievorm geldt één criterium: belangenbehartiging. Een opsplitsing per beroepsgroep in kleinere onderdelen is voor de hand liggend, maar biedt geen nieuw elan en garantie tot succes. De afstand werkt weer belemmerend. Er is maar een weg die leidt tot succes. Terug naar de leden.
De vakbeweging heeft zich terug getrokken in kantoorpanden. Herkenbaar is de bestuurder die bedrijfs-cao’s of sociale plannen afsluit en de vrijwilliger die de belastingaangifte verricht. De bestuurder is benaderbaar voor de kaderleden. Anderen zien hem incidenteel de ledenvergadering leiden. Vakbondstoerisme noemde een bestuurder van FNV het. De rest van de vakorganisatie is steeds verder op afstand en komt tot leven in het maandelijks magazine. Juridisch advies of ondersteuning kan alleen nog via de telefoon verkregen worden.
De vakbeweging dient kort bij de leden te opereren. Richt per regio een kantoor in met enkele bestuurders en juristen die de regio bestrijken. Zorg voor herkenbaarheid, zowel bij collectieve als individuele problematiek, en korte lijnen. De regionale bestuurder voert het (arbeidsvoorwaarden)overleg bij de bedrijven en doet de individuele belangenbehartiging. Een lid moet zijn probleem binnen enkele dagen kunnen bespreken. Persoonlijk contact in plaats van de telefoon. Indeling per beroepsgroep speelt op het regionaal kantoor geen rol. Het gaat om all round dienstverlening. Zorg centraal voor een team van specialisten per beroepsgroep die landelijk de bedrijfstak-cao’s afsluiten en plaats nemen in (pensioen)besturen. Daarnaast fungeren ze als helpdesk voor de bestuurder op de regiokantoren.
Dat een dergelijke vorm werkt tonen de verschillende kleinere (regionale) bonden, zoals Vakbond ABW in Limburg, al vele jaren aan.
Will Kapell, vakbondbestuurder Vakbond ABW
Lente bij vakbond maakt Nederland vrij
Ik verwelkom ook een nieuwe lente bij de vakbond!
Natuurlijk moet iemand kunnen onderhandelen met zijn werkgever over persoonlijke wensen en omstandigheden. Maar als je georganiseerd onderhandeld mag je meer vragen en krijg je wellicht meer voor elkaar dan als je als individu onderhandeld. Cao’s moeten afgeschaft worden, vakbonden moeten dan optreden voor hun leden, zodat ze betere omstandigheden kunnen eisen voor hun leden. Niet leden zouden dan niet vallen onder deze voorwaarden en bijvoorbeeld minder verdienen of pas later met pensioen kunnen gaan. Zo worden vakbonden betere belangenbehartigers voor hun leden.
Over de pensioenleeftijd moeten de vakbonden per sector uitvechten met de werkgevers wat de pensioensleeftijd wordt. De AOW moet per generatie bepaald worden (bijvoorbeeld iemand die in 2010 geboren wordt, moet pas op zijn 72 AOW ontvangen) per werkgever kan dan bepaald worden of de pensioensleeftijd lager kan worden.
F. Canal von Winckelmann, Rotterdam
De Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV) valt uiteen en gaat zich nu beraden op samenwerking in
een moderne uitvoering. Dit is het zoveelste bewijs van jarenlang onvermogen in het reilen en zeilen
bij een te grote,inefficiënte instellig. Een spreuk zegt:'Ziehier de boot! En nu de zee nog'. Anders uitge-
drukt:Als in een bedrijf,project,het meest essentiële ontbreekt. Namelijk nauwkeurige kennis en inzicht.
De hulp van twee toegeschoten zogenoemde deskundigen komt rijkelijk laat.
Emil Broekman, Zeist
Ook de FNV bestuurders en kaderleden zitten vaak te veel vast aan traditionele patronen, komen vaak van de Sociale academie en weten heel goed hoe cao's in elkaar zitten en hoe leden sociaal begeleid moeten worden. Dat moet blijven, dat geeft rust in de tent, ook voor werkgevers. Maar of men vernieuwend te werk gaat, begrijpt welke kant we opgaan, daar heb ik mijn twijfels over, in casu de aloude grafische sector.
Daarom is het goed dat er een nieuwe FNV komt en het liefst zou ik daar ook CNV en nog wat decentrale bonden bij hebben. Een logische beroepsindeling - voor zover niet aanwezig - zou daarbij van veel belang zijn. Werkgevers in die sectoren zouden nauw moeten samenwerken met werknemers om nieuwe projecten op te starten, te investeren (desnoods met overheidshulp), opleidingen te verzorgen enz. Het is in het belang van werkgevers ook dat men van "onderop" ook steun krijgt voor creatieve ontwikkelingen. Er liggen genoeg kansen, maar je moet ze zien en aanpakken. En iedereen moet meewerken. We hebben er allemaal belang bij. Wie stil blijft zitten en zich niet verroert, gaat op den duur dood.
Gevraagd - ook voor de FNV - creatievelingen die van de nu her en der bestaande chaotische toestanden een werkbaar geheel maken. Eensgezindheid en elkaar niet in het vaarwater zitten, zou de juiste houding moeten zijn.
K. Mels, Hoorn
Ook de FNV bestuurders en kaderleden zitten vaak te veel vast aan traditionele patronen, komen vaak van de Sociale academie en weten heel goed hoe cao's in elkaar zitten en hoe leden sociaal begeleid moeten worden. Dat moet blijven, dat geeft rust in de tent, ook voor werkgevers. Maar of men vernieuwend te werk gaat, begrijpt welke kant we opgaan, daar heb ik mijn twijfels over, in casu de aloude grafische sector.
Daarom is het goed dat er een nieuwe FNV komt en het liefst zou ik daar ook CNV en nog wat decentrale bonden bij hebben. Een logische beroepsindeling - voor zover niet aanwezig - zou daarbij van veel belang zijn. Werkgevers in die sectoren zouden nauw moeten samenwerken met werknemers om nieuwe projecten op te starten, te investeren (desnoods met overheidshulp), opleidingen te verzorgen enz. Het is in het belang van werkgevers ook dat men van "onderop" ook steun krijgt voor creatieve ontwikkelingen. Er liggen genoeg kansen, maar je moet ze zien en aanpakken. En iedereen moet meewerken. We hebben er allemaal belang bij. Wie stil blijft zitten en zich niet verroert, gaat op den duur dood.
Gevraagd - ook voor de FNV - creatievelingen die van de nu her en der bestaande chaotische toestanden een werkbaar geheel maken. Eensgezindheid en elkaar niet in het vaarwater zitten, zou de juiste houding moeten zijn.
K. Mels, Hoorn