Dat onze gezondheidszorg veel geld kost, is alom bekend. En dat die kosten in de komende jaren nog verder zullen toenemen, is eigenlijk een gegeven. De oorzaken zijn ook geen verrassing meer: verdere vergrijzing, voortgaande medische innovaties en de maatschappelijke druk om alles wat medisch mogelijk is, ook daadwerkelijk te bieden.
Beheersing kostengroei
Inmiddels heeft het huidige kabinet — uit realiteitszin — zijn bezuinigingsstreven op het gebied van zorg omgezet in een beheersing van de kostengroei. Maar om dit te bereiken, en de zorgkosten niet verder te laten groeien in deze kabinetsperiode dan €15 mrd, moeten alle zeilen bijgezet worden. Tot op heden is de beheersing van de zorgkostengroei een uiterst weerbarstige activiteit gebleken. Eigenlijk zijn er de afgelopen decennia geen kabinetten of bewindslieden geweest die een echte rem op de groei hebben kunnen zetten.
Met de komst van de basisverzekering in 2006 werd een eerste stap naar een nieuwe rolverdeling gezet. Vanaf dat moment lijkt het of de verzekeraar verantwoordelijk is geworden voor de kosten van de gezondheidszorg, een kostenbewaker dus. Natuurlijk moet de zorgverzekeraar verstandig inkopen en onderhandelen met zorgverleners om aan de verzekerden de beste zorg te bieden.
Zorgverzekeraars oppermachtig
Maar de minister van VWS laat er geen twijfel over bestaan dat zij deze taak heeft bijgesteld: de verzekeraar is de bewaker geworden van de kosten van de gezondheidszorg. Dienstverlening, kwaliteitsbewaking en klantbelang zijn wat minister Schippers betreft ondergeschikt aan de alomvattende taak van kostenbeheersing.
Op hun beurt zijn de zorgverzekeraars nogal onder de indruk van de belangrijke rol die de minister hun toebedeelt. Met name de grote zorgverzekeraars voelen zich op een voetstuk geplaatst en weten zich oppermachtig. Immers, zij mogen nu bepalen waar ze zorg inkopen, zij bepalen welke arts wel of niet medische handelingen mag verrichten, beoordelen de kwaliteit van de zorgverlener en bepalen de prijs. En de zorgverleners zijn daardoor afhankelijk geworden van het oordeel van de verzekeraar. De minister houdt dit alles nauwgezet in de gaten. Soms deelt zij schouderklopjes uit en soms dreigt zij als er naar haar mening niet hard genoeg wordt ingekocht of gestuurd.
Zo zou het hele stelsel teruggedraaid worden als verzekeraars de kosten niet genoeg in de hand zouden houden, aldus de minister in een overleg met zorgverzekeraars.
Over de hoofden van consument
Dit alles gaat ver heen over de hoofden van de mensen om wie het allemaal moet gaan: de consument/patiënt/burger, onze klanten. Zij hebben hun zorgverzekeraar niet uitgezocht op de mate waarin hij goedkoop kan inkopen bij tandarts of regionaal ziekenhuis. Zij kozen voor een goede verzekeringsdekking en prima dienstverlening tegen een redelijke prijs. En bij deze overwegingen speelt sturing door de verzekeraar naar enkel goedkope zorg uiteraard een zeer ondergeschikte rol.
De zorgverzekeraar is nu in een andere rol gemanoeuvreerd dan die waar de consument hem om heeft gekozen en die hij primair van hem verwacht. Dit wringt des te meer als we beseffen dat alle zorgverzekeraars onderlinge waarborgmaatschappijen of verenigingen zijn en dus eigenlijk eigendom zijn van hun verzekerden. Volgens deze constructie zijn zorgverzekeraars de belangenbehartigers van de verzekerden.
Vrijekeuzebegrip
Zorgverzekeraars zijn ontstaan vanuit een maatschappelijke behoefte en hebben daarom dito doelstellingen. In tegenstelling tot overige financieel dienstverleners zou het bij hen niet primair moeten gaan om een macro-kostenbewakingsrol, maar om het behartigen van de specifieke belangen van de verzekerden. In de nieuwe constellatie betekent dit voor zorgverzekeraars dat zij moeten schipperen tussen het maatschappelijke belang dat kostenbeheersing heet en het individuele belang van de verzekerde, die de beste zorg verwacht.
Daarom is het vrijekeuzebegrip van zo’n groot belang. De verzekerde moet zelf kunnen bepalen welke zorgverlener hij of zij kiest, en moet dit niet overlaten aan een sturende zorgverzekeraar, die goedkope tarieven heeft afgesproken. Een gedwongen winkelnering is niet altijd in het belang van verzekerden.
Als zorgverzekeraars kunnen wij die vrije keuze ondersteunen met goed advies en het delen van onze kennis. Niet meer, niet minder. Voor kostenbeheersing staan andere instrumenten ter beschikking, die in handen zijn van de overheid. En zo moet dat ook weer worden toegepast.
Erno Kleijnenberg is bestuursvoorzitter ONVZ Zorgverzekeraar.
Reacties
Om te kunnen reageren op artikelen dient u ingelogd te zijn.
Nog geen abonnee? Registreer gratis of bekijk onze abonnementen.