Dit blijkt uit een brief die de ondernemersorganisaties vrijdag naar de Tweede Kamer hebben gestuurd.
Ook de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs (NOB) heeft een reeks van kritiekpunten op het wetsvoorstel. Het voornaamste argument van de NOB is dat het kabinet voor regelgeving had moeten kiezen in plaats van voor een fiscale maatregel. ‘Het is maar zeer de vraag of het fiscale instrument effectief is’, aldus de NOB.
Bankenbelasting verzwakt positie
Het kabinet wil vanaf halverwege dit jaar 0,022% belasting gaan heffen op kortlopende schulden. Op langlopende schulden zal een lager tarief van 0,011% van kracht zijn. De regering vindt dat er een extra bankenbelasting moet komen, gezien de steun die de Nederlandse bankensector tijdens de bankencrisis eind 2008 heeft gekregen. In ruil daarvoor moeten de banken € 300 mln aan belasting betalen.
De bankenbelasting verzwakt de positie van de banken, zo schrijven VNO-NCW en MKB. ‘De stelling van het kabinet dat de bankenbelasting geen substantiële negatieve impact zal hebben op de kredietverlening wordt niet overtuigend onderbouwd.’
Gevolgen niet bekend
De twee werkgeversorganisaties argumenteren dat andere maatregelen, zoals hogere kapitaaleisen en de huidige malaise op de financiële markten de kredietverlening al moeilijker maken. Volgens VNO en MKB worden deze factoren geheel buiten beschouwing gelaten. ‘De negatieve gevolgen van de bankenbelasting voor de kredietverstrekking zullen dan ook zeker substantieel zijn.’
Ook ontbreekt een deugdelijke doorrekening van de effecten op de Nederlandse economie als geheel. Een nationale belasting komt eenzijdig op het conto van bedrijven en burgers in een toch al moeilijke economische periode, aldus de lobbyorganisaties. ‘Het is niet verantwoord de bankenbelasting in te voeren zonder te weten wat de gevolgen zijn.’
Argumenten bestreden
De NOB stelt dat ‘alle belastingen op ondernemingen uiteindelijk worden afgewenteld op klanten, personeel en vermogensverstrekkers’. Niet de bankensector, maar deze groepen betalen de belasting. Daarmee ontvalt de onderbouwing van de heffing.
Het argument van staatsecretaris Frans Weekers van Financiën dat de heffing een vergoeding is voor de steun die de bancaire sector heeft ontvangen, wordt door de NOB ook bestreden. De voorwaarden aan deze steunoperaties zijn dusdanig dat er al een redelijk rendement voor de overheid wordt behaald.
http://www.youtube.com/watch?feature=player_embedded&v=skYTrrJmrqA