Er staat dan ook geen woord Grieks in. Het ‘memorandum over financieel en economisch beleid’ is gedicteerd door het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Een belangrijke reden voor de vertraging in de Griekse besluitvorming deze week was dan ook dat het document, dat in alles de geroutineerde en koele hand verraadt van de mandarijnen van de IMF-staf, nog moest worden vertaald in de taal van de ondertekenaars.
‘Boom and bust’-economie
Aan de andere kant van de grens kijken de Turken geamuseerd toe. Ze herkennen de stijl, taal, maatregelen en compromisloze teneur van het document. In 2004 verzonden ze namelijk ongeveer dezelfde ‘letters of intent’ naar Washington, in ruil voor IMF-kredieten die uiteindelijk opliepen tot $ 28 mrd. Vorig jaar bedroeg de economische groei in Turkije bijna 8%. De schuld als percentage van het bruto binnenlands product, die in 2001 verdubbelde van 51% tot 104%, was vorig jaar teruggebracht tot 41%. Dit jaar betaalt Turkije het laatste restant van het IMF-krediet terug.
Helemaal geruststellend is dat niet, want Turkije is een ‘boom and bust’-economie. Jaren van diepe recessie worden afgewisseld met euforische periodes van uitbundige groei. Tot afgrijzen van hetzelfde IMF, dat in 2008 dan ook weigerde om opnieuw de helpende hand toe te steken zonder ingrijpende hervormingen. ‘We hebben onze trots’, zei premier Erdogan toen hij de eisen van het IMF hovaardig afwees en de economie in één kwartaal met 14,7% kromp.
Scepsis bij europartners groot
Maar Turkije toont wel aan dat niets onmogelijk is in dit zonnige deel van Europa. Als Griekenland erin zou slagen om zelfs maar de helft uit te voeren van het akkoord dat deze week werd gesloten over hervorming van de arbeidsmarkt, het juridisch systeem, de product- en dienstenmarkten, de gezondheidszorg en vooral het overheidsapparaat en het belastingstelsel, dan komt het goed. Maar de plechtige belofte dat het allemaal zonder dralen wordt uitgevoerd, is dermate ambitieus dat de scepsis bij de europartners groot is.
Geen enkele minister van financiën in Europa kan geloven dat Griekenland in zo korte tijd zo veel kan doen, te midden van een economische en sociale crisis zonder weerga. Dat komt door percepties over de bedrieglijke Grieken en door hun nationale referentiekader. In de eigen politieke en maatschappelijke arena kosten hervormingen namelijk tijd en politiek kapitaal.
‘Dutch disease’
Belastinghervormingen nemen vele jaren van voorbereiding en eindeloze discussie over de details in beslag en arbeidsmarkthervormingen blijven vaak steken in retoriek, liberalisering van markten en privatisering van publieke diensten stuiteren vaak terug op maatschappelijke weerstand en gevestigde belangen. Dat wil niet zeggen dat er niets verandert.
In de economische literatuur is ‘Dutch disease’ de standaard term voor een land dat dankzij natuurlijke hulpbronnen op te grote voet leeft en zijn economische basis uitholt. Rusland heeft de Dutch disease, maar Nederland al lang niet meer. Terugkijkend op de jaren tachtig en negentig hebben de destijds vaak verguisde kabinetten-Lubbers en Kok structurele hervormingen doorgevoerd. Het ‘poldermodel’ werd even wereldvermaard als de Dutch disease.
De zwakste schakel
De Duitse bondskanselier Schröder leek te zijn mislukt als hervormer en werd weggehoond door pers en kiezer. Het verenigde Duitsland was de zieke man van Europa. Maar zijn erfenis is een van de krachtigste economieën ter wereld, die heel Europa op de been houdt. De combinatie van zuinigheid en vlijt, vrije marktprincipes en een selectief interveniërende overheid, wordt door de Franse president ten voorbeeld gehouden aan zijn landgenoten.
Hervormen is in Europa een kwestie van consensus vormen, doordat de zwakste schakel in het proces vaak de kiezer is, of de angst voor de kiezer. De laatste grote Europese hervormer die zich daar niets aan gelegen liet liggen was Margaret Thatcher. Zij loodste met een dogmatisch idealisme haar land een nieuwe tijd in en rekende rigoureus af met de bonden die haar voorganger James Callaghan ten val hadden gebracht.
Griekse burger weinig te kiezen
Ook dat was in de nasleep van een traumatische periode van economische neergang en ook daar lag het IMF aan de basis van haar succes. Groot-Brittannië was in 1976, net als Griekenland nu, vrijwel bankroet en een vrije val van het pond leidde ertoe dat het IMF moest bijspringen. In ruil voor noodkrediet moest Callaghan saneringen doorvoeren die hem in de ‘winter of discontent’ van 1978 uiteindelijk opbraken toen het land werd platgelegd door zijn eigen achterban.
Griekenland heeft na de verkiezingen, die vermoedelijk in april worden gehouden, geen nieuw regeerakkoord nodig. Dat ligt er sinds deze week. De Griekse burger heeft dus weinig te kiezen. En de premier die het land straks moet leiden, kan zich er vast op voorbereiden dat hij kopje-onder gaat tussen Scylla en Charybdis, het zeventienhoofdige monster van eurolanden en IMF enerzijds en een draaikolk van volkswoede aan de andere kant.
Geen enkel land meer veilig
Daarmee is Griekenland ook een afschrikwekkende katharsis voor de rest van de Europese leiders. Het is niet meer de kiezer die de bepalende factor is voor het te voeren beleid, het zijn de financiële markten die regeringen afrekenen. Nu houdt dompteur Mario Draghi de wilde beesten nog even zoet. Maar zonder coherente maatregelen om de structurele onevenwichtigheden te corrigeren die in alle EU-landen optreden is geen enkel land meer veilig.
In een aantal landen is dat urgent. Portugal en Ierland voeren al IMF/EU-dictaten uit. Italië en Spanje hebben geen andere keuze dan te volgen. Frankrijk en België zijn er niet ver vanaf. De eb in de economische getijdebewegingen legt wrakhout bloot wat in de overvloed tot 2007 verborgen kon blijven, zoals structureel onevenwichtige overheidsfinanciën, slecht functionerende markten en onbeheersbaar stijgende zorgkosten.
Onraad én kansen
Minister van Economische Zaken Maxime Verhagen is de eerste die onraad ruikt én kansen ziet. In zijn interview met De Telegraaf van vrijdag geeft hij drie schoten voor de boeg: hervorm de arbeidsmarkt, de zorg en de huizenmarkt. Het zijn precies de drie terreinen waarvan ook de Europese Commissie vindt dat Nederland stappen moet zetten om op middellange termijn een beter fundament te creëren voor meer groei en concurrentiekracht.
De donkere wolken boven Europa leiden ertoe dat overal bedenkelijk naar daken en dakgoten wordt gekeken. Ook burgers maken zich grote zorgen. Als het IMF in Latijns-Amerika of Azië ingrijpt, is dat ver weg. Maar de Griekse crisis is een beetje van ons allemaal. Sporen van de excessen van de welvaartsstaat die daar breed worden uitgemeten, zijn ook in Nederland en Duitsland terug te vinden, om nog maar te zwijgen van Frankrijk en België.
Beslissingen en keuzes
Dat schept een klimaat waarin hervormingen gemakkelijker kunnen worden doorgevoerd. Voor Griekenland is het te laat om dat nog op een weloverwogen en langs de weg van geleidelijkheid te doen. Maar voor de rest van Europa is het crisis in zijn oorspronkelijke Griekse betekenis, een moment om beslissingen te nemen en keuzes te maken.
Wie ontspringt telkens de dans? Diezelfde groepen. De bevolking is niet meer een massa geldslaven. Gewoon werken en je verdiensten inleveren. Je mond houden anders vergaat de wereld door natuurrampen. Democratie?!