Daarbij lag de nadruk steeds op de economische prestaties van de oosterburen. Ruim 16 miljoen Fransen zagen het rechtstreeks op negen netten, een kijkersaantal vergelijkbaar met een WK-wedstrijd van het Franse voetbalelftal.
Het Duitse economische model is al sinds het aantreden van de Franse president in 2007 een inspiratiebron voor hem. Zo nam hij naar Duits voorbeeld fiscale maatregelen om investeringen in onderzoek en technologische ontwikkeling te stimuleren en verhoogde hij de algemene pensioenleeftijd.
Inspiratie
Nu sinds twee jaar blijkt hoezeer de Duitse hervormingen van het afgelopen decennium hun vruchten afwerpen, is de economische politiek van Berlijn meer dan een inspiratie geworden. In toenemende mate lijkt er sprake van een blauwdruk, waarbij Sarkozy Duits beleid eenvoudigweg kopieert.
Het Duitse ‘wonderrecept’ is bekend: onder bondskanselier Schröder werd de Agenda 2010 opgesteld, met een nadruk op loonmatiging, begrotingsdiscipline en investeringen in onderzoek en vernieuwing. Duitsland is daardoor uiterst competitief, vooral binnen Europa, en heeft een overschot op de handelsbalans van ruim € 150 mrd, terwijl het Franse tekort vorig jaar opliep tot € 75 mrd. Het Duitse begrotingstekort van vorig jaar wordt geschat op 1%, tegen ruim 5% voor Frankrijk.
'De gulden regel'
Terwijl Fransen en veel andere Europeanen het afgelopen decennium hebben ingezet op consumptie als motor voor de economie, hebben Duitsers hun pijlen volledig gericht op werk. In Frankrijk stegen de lonen tussen 2000 en 2009 met 17,5%, in Duitsland met 2,5%. Daardoor ligt de werkloosheid in Duitsland, ondanks de blijvende negatieve gevolgen van de hereniging met het oosten, aanzienlijk lager dan in Frankrijk.
Hoewel Sarkozy nooit een voorliefde heeft getoond voor bezuinigingen en strikte discipline, is hij inmiddels uitgesproken voorstander van ‘de gulden regel’, die een regering dwingt een begrotingsevenwicht na te streven. In het Franse parlement bleek vorig jaar onvoldoende steun aanwezig om de maatregel in de grondwet te verankeren, maar in het toekomstige Europese begrotingspact staat de regel nu wel zwart op wit.
Verkapte devaluatie
Een andere maatregel van Sarkozy die Berlijn al in 2007 doorvoerde, is een btw-verhoging, waarvan de extra inkomsten worden aangewend om bedrijfslasten te verlichten en de Franse concurrentiepositie te verbeteren. De gemiddelde werkgeverslasten bedragen in Frankrijk meer dan 27% van het brutoloon, terwijl die in Duitsland onder de 20% liggen.
Idealiter leidt zo’n btw-stijging niet tot prijsstijgingen, omdat werkgevers de lagere lasten en de hogere btw tegen elkaar kunnen wegstrepen. Franse producten zouden in het buitenland aantrekkelijker moeten worden, aangezien daar geen Franse btw betaald hoeft te worden. Er wordt daarom ook wel gesproken van een verkapte devaluatie. Critici twijfelen echter of producenten de btw toch niet zullen doorberekenen.
Sarkozy kondigde verder een flexibilisering aan in het arbeidsrecht, die er in Duitsland toe bijdroeg dat de werkloosheid nauwelijks toenam ondanks een economische krimp in 2009 van bijna 5%. De hervorming, waarover de sociale partners in Frankrijk het nog eens moeten worden en die pas na de verkiezingen dit voorjaar van kracht zou worden, biedt werknemers bij laagconjunctuur een baangarantie, in ruil voor de mogelijkheid dat ze tijdelijk worden gedwongen minder te werken (en minder te verdienen).
Grotere prijselasticiteit
In Frankrijk rijst er inmiddels steeds meer twijfel of Duits beleid zich wel zo gemakkelijk naar het Frans laat vertalen. Zo wijzen critici erop dat de Franse industrie, een speerpunt in de verkiezingen, voornamelijk in slechte vorm verkeert door de hoge waarde van de euro. Als Frankrijk de eigen munt kon devalueren, zou er niets aan de hand zijn. Frankrijk maakt nu eenmaal producten met een grotere prijselasticiteit dan Duitsland, redeneren ze.
De Franse Duitslandkenner Jean-Louis Thiériot vindt dat onzin. ‘Frankrijk moet ook inzetten op de allerbeste producten en diensten’, zegt hij. ‘In het middensegment kunnen we nooit op prijs concurreren met de lagelonenlanden, dus we moeten het wel op kwaliteit doen, door nog meer te investeren in onderzoek.’
Consensusmodel
Hij vindt dat Frankrijk het Duits beleid niet één op één moet kopiëren, ‘maar het moet wel tot inspiratie dienen’. Eind vorig jaar publiceerde hij samen met Bernard de Montferrand, oud-ambassadeur in onder meer Nederland en Duitsland, het boek France Allemagne: l’heure de vérité, waaruit blijkt dat beide landen tot 2002 in economisch opzicht nauwelijks voor elkaar onder deden.
Frankrijk is volgens de auteurs dan ook niet gedoemd om achter te blijven, hoewel het Franse conflictmodel een handicap is ten opzichte van het consensusmodel in Duitsland. ‘Duitsland heeft sterke en verantwoordelijke vakbonden, waarmee veel beter valt te onderhandelen’, zegt Thiériot.
Econoom Jean Pisani-Ferry van de Brusselse denktank Bruegel ziet de Franse achterstand evenmin als onvermijdelijk. ‘De culturele verschillen zijn niet doorslaggevend. Het zijn de instituties en de regels die het verschil maken.’
Belangrijke hervormingen
Sarkozy ziet zich als de man die een begin heeft gemaakt om de achtervolging op Duitsland in te zetten. Recentelijk vergeleek hij zichzelf dan ook meermaals met Schröder, wiens beleid door zijn opvolger Angela Merkel in grote lijnen is voortgezet.
Sarkozy, die er slecht voorstaat in de peilingen maar nog allerminst is verslagen, acht zich net als Schröder miskend door zijn tijdgenoten en denkt dat de toekomst hem recht zal doen. Bovendien benadrukt hij door de vergelijking met de sociaaldemocraat Schröder het verschil tussen links in Duitsland, dat in zijn ogen wel verantwoordelijke beslissingen kan nemen, en links in Frankrijk, dat daartoe niet in staat zou zijn.
‘Die vergelijking is nog wat voorbarig’, zegt Pisani-Ferry. ‘Sarkozy wil laten zien dat ook hij het nationale belang boven het persoonlijke stelt om herkozen te worden. Hij heeft zeker enkele belangrijke hervormingen doorgevoerd, maar niet zoals Schröder een agenda opgesteld en vervolgens één voor één alle nodige hervormingen doorgevoerd.’
Twaalfmiljoen mensen leven er onder de armoedegrens, waarmee de armoede in het rijkste land van Europa relatief even groot is als in de Verenigde Staten.
De toeleveranciers moeten hun producten tot een veel hogere klasse bregen.
Het moet niet zijn dat een grote machine stil komt te staan doordat de toeleveringproducten niet
aan de hoogste eisen voldoen. Zie auto storing
@ Bolden: Op vakantie in Duitsland hoorde ik van die lage lonen: Huizen werden soms betaald uit een aantal salarissen van gezinsleden. Overigens zijn de huizen veel goedkoper dan hier, wat lagere lonen mede mogelijk maakt.