Tegelijk toont dit het failliet van de huidige marktwerking in de gezondheidszorg en van de rol die de NMa in de zorg is toebedeeld. De marktwerking wordt aan burgers verkocht onder het motto van kostenverlaging en kwaliteitsverbetering.
Het tegenovergestelde wordt bereikt. Na de introductie van marktwerking rond 2005 is er nog geen beheersing van de kosten gerealiseerd, laat staan een daling. De beoogde kwaliteitsverbetering is niet vast te stellen door gebrek aan eenduidige indicatoren over wat kwaliteit is. Zorgverzekeraars willen hun eigen indicatoren hebben, omdat ze geacht worden met elkaar te concurreren.
Zorguitgaven zullen door vergrijzing en grotere technologische mogelijkheden blijven stijgen, maar door een betere organisatie van de zorg en introductie van concurrentie op kwaliteit in plaats van op kwantiteit is een minder sterke stijging mogelijk.
Minister Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport stuurde in het najaar een nota naar de Tweede Kamer met voorstellen voor geïntegreerde basiszorg in de buurt. Een streven dat zowel in de politiek als bij burgers en professionals op brede steun kan rekenen. Door echter tegelijkertijd krampachtig vast te houden aan de huidige vorm van marktwerking door betaling op basis van het aantal consulten of verrichtingen, wordt dit draagvlak ondermijnd. Deze constructie stimuleert zorgprofessionals tot het doen van zo veel mogelijk consulten en verrichtingen in plaats van te investeren in preventie en zelfmanagement.
Om geïntegreerde zorg dicht bij huis te kunnen aanbieden, is samenwerking tussen verschillende zorgaanbieders noodzakelijk. Voor spreekuren ’s avonds en in de weekenden is een bepaalde schaalgrootte en organisatiekracht nodig.
Om de kwaliteit van de verleende zorg te kunnen vaststellen en vergelijkingen tussen de verschillende zorgaanbieders te kunnen maken, moeten zorgverzekeraars samen met de aanbieders afspraken maken over hoe kwaliteit in termen van gezondheidswinst gemeten kan worden. Maar er bestaat grote onzekerheid bij zorgaanbieders over welke vorm van samenwerking wel mag en welke niet. De uitspraak van de NMa zal nog meer professionals kopschuw maken.
Wat moet er dan wel gebeuren om kostenbesparing en kwaliteitsverbetering te realiseren? Daarvoor is het nodig de huidige financiering van de zorg te vervangen door financiering op basis van het behaalde gezondheidsresultaat, de kwaliteit van de dienstverlening en het type patiënt dat ingeschreven staat bij een praktijk. Zorgaanbieders worden dan beloond voor het realiseren van resultaten die met een zorgverzekeraar zijn afgesproken.
Denk aan het met een percentage verminderen van het overgewicht van bepaalde groepen patiënten in een praktijk, een afname van het aantal verwijzingen naar de tweede lijn van chronisch zieken of introductie van avondspreekuren. Die besparingen kunnen alleen verzilverd worden als verzekeraars in de betreffende regio tegelijkertijd afspraken maken met ziekenhuizen en specialisten over welke zorg zij niet meer hoeven te leveren.
De LVG, de landelijke organisatie voor geïntegreerde eerstelijns zorg, wil deze basiszorg met concurrentie op basis van geleverde kwaliteit graag realiseren en meerjarenafspraken maken met de minister en de verzekeraars hierover.
Regelmatig hoor ik dat de gewenste effecten van de marktwerking uitblijven, omdat ze nog niet volledig is ingevoerd. Tegen deze hardnekkige ‘believers’ zou ik willen zeggen: beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald.
Ella Vogelaar, voorzitter LVG, de landelijke organisatie voor geïntegreerde eerstelijnszorg, Utrecht.
Arts behandelt een patiënt op een huisartsenpost in Purmerend.
Reacties
Om te kunnen reageren op artikelen dient u ingelogd te zijn.
Nog geen abonnee? Registreer gratis of bekijk onze abonnementen.